Drive My Car

Zielsverwanten

In het voor vier Oscars genomineerde meesterwerk Drive My Car krijgt een rouwende theaterregisseur ongewild gezelschap van een zwijgzame chauffeur.

Inspiratie komt vaak tot je op de meest onverwachte momenten. Voor de gevierde scenarist Oto (Reika Kirishima) vindt dat moment vaak plaats direct na seks met haar man, theateracteur Yûsuke Kafuku (Hidetoshi Nishijima). Hele verhandelingen verzint ze, zodra de daad is voldaan.

Oto en Yûsuke vormen ogenschijnlijk een droompaar – zo’n iets te succesvol stel met een goed seksleven én een carrière om jaloers op te zijn. Maar achter die façade schuilt natuurlijk een flinke dosis pijn, leren we al snel in Drive My Car, een verpletterende verfilming van een kort verhaal van Haruki Murakami. Yûsuke en Oto verloren enkele jaren geleden hun kind, en voor Oto lijkt rouwverwerking vooral neer te komen op vreemdgaan met haar jongere collega’s. Yûsuke is op de hoogte, maar kaart de problemen niet aan. De keuze om te zwijgen, houdt zijn illusie van perfectie in stand – voor zolang het duurt. Maar dan komt ook Oto volstrekt onverwacht te overlijden.

In plaats van de nasleep daarvan uitgebreid uit te melken, kiest regisseur Ryûsuke Hamaguchi hier óók voor de stilte. De film springt twee jaar vooruit in de tijd. Yûsuke is logischerwijs nog steeds worstelende, waarbij zijn rode Saab 900 zijn enige echt veilige baken lijkt. Daar kan hij herinneringen ophalen aan zijn overleden vrouw, zonder dat hij de ogen van de buitenwereld voelt. Maar zelfs die veilige tempel wankelt, wanneer Yûsuke een klus krijgt aangeboden in een andere stad, waar hij een experimentele interpretatie van Tsjechovs Oom Vanja mag ontwikkelen. Dat komt neer op heel veel autoritjes, en daarvoor wijzen zijn opdrachtgevers hem een chauffeur toe, de jonge vrouw Misaki (Tôko Miura, subliem).

Hoewel Yûsuke niet bepaald zit te wachten op een indringer in zijn tempel, vinden Misaki en Yûsuku elkaar al snel in hun zwijgzaamheid. De rode Saab blijft zo een safe space, waarin de twee getroebleerde hoofdpersonages langzaam toch verbonden raken. De stilte wordt in het begin vooral opgevuld door de achtergebleven cassettebandjes met Oto’s spraakmemo’s. Drive My Car is een film die drijft op (opgenomen) monologen en dialogen, maar de meeste kracht vooral haalt uit de gedeelde, stille pijn.

Hamaguchi maakt er nooit een overdreven sentimentele vertelling van; daarvoor schuilen de boodschappen van de film te veel onder het oppervlak. Drive My Car is een bezwerend meesterwerk dat draait om vrede sluiten met het verleden – in weerwil van zelfkwelling en schuldvragen. Dat uit zich niet in melodramatische verhandelingen, maar in de ingetogen verbondenheid tussen twee gekwelde zielen. Seks mag dan een belangrijke bron van inspiratie zijn; uiteindelijk gaat niets boven de ‘kracht’ van pijn.