Eye Xtended: On the Morning You Wake (to the End of the World)

VR wringt hoop uit nucleaire dreiging

On the Morning You Wake (to the End of the World)

Artistiek gezien was een ononderbroken onderdompeling in de 38 minuten dat Hawaïanen dachten dat een nucleaire raket ging inslaan sterker geweest. Maar politiek gezien zou hun VR, beseften de makers, dan zonder impact zijn gebleven.

De herhaalde dreigingen van Poetin met het gebruik van nucleaire wapens maakt de VR-documentaire On the Morning You Wake (to the End of the World) van Mike Brett, Arnaud Colinart en Steve Jamison, die in Eye is te beleven als onderdeel van het programma Cinema Ecologica: Drie dwaze dagen, nog pijnlijker actueel. Hoewel menselijke fouten en haperende systemen, waar hun VR feitelijk naar verwijst, in de afgelopen decennia waarschijnlijk een groter risico waren – als we kijken naar alle bijna-lanceringen uit de Koude Oorlog die inmiddels bekend zijn geworden.

Maar omdat die steeds zonder ontploffing eindigden, zijn we met z’n allen over het onderwerp in slaap gesukkeld. En viel de dreiging van Poetin ons daarom rauw op het dak.

Maar niet zo rauw als het alarm-sms’je dat alle 1,4 miljoen inwoners van Hawaiʻi ontvingen op 13 januari 2018 om zeven over acht in de ochtend. De volledige tekst: ‘Emergency alert: BALLISTIC MISSILE THREAT INBOUND TO HAWAII. SEEK IMMEDIATE SHELTER. THIS IS NOT A DRILL.’ De hoofdletters komen uit het origineel.

Het duurde 38 minuten voordat het alarm werd ingetrokken. Vals alarm, weten we nu. Maar dat wisten die 1,4 miljoen inwoners gedurende die 38 minuten nog niet.

Een aanval was ook helemaal niet ondenkbaar. In de maanden daarvoor waren de wederzijdse nucleaire bedreigingen tussen Trumps Amerika en Kims Noord-Korea steeds ongeremder geworden. Bovendien is Hawaiʻi in tijden van oorlog een voor de hand liggend doelwit, als Amerikaans militair commandocentrum in de Stille Oceaan. Denk aan Pearl Harbour.

Maar Pearl Harbour was niet waaraan die 1,4 miljoen inwoners het meeste dachten. Ze dachten, getuige de mensen die in de documentaire aan het woord komen, vooral aan hun familie. Hun geliefden. Hun naasten. Een raket zou er vanuit Noord-Korea ongeveer vijftien minuten over doen. Wat doe je in die tijd?

Wat doe je als jouw twee kinderen zich op verschillende plekken bevinden – en je dus weet dat je binnen dat kwartier nog maar één van hen kan bereiken?

Wat doe je als je met twee jonge kinderen naar een relatief stevig gebouw rent, om daar de toegang geweigerd te worden omdat het al vol zou zijn?

Wat doe je als je – ik verzin het niet – een Hiroshima-overlevende bent, die naar Hawai‘i is gekomen en nu dit bericht ontvangt?

Wat doe je als je van Hawai‘i komt, nu in Princeton nucleaire wapenbeheersing studeert en opeens sms’jes krijgt vanaf de eilanden waarin vrienden vragen wat ze moeten doen? En dat jij dan, met al je kennis over politiek en technologie, geen enkel antwoord voor ze hebt? Of ja, eentje: niets. Er is niets meer te doen.

Het is een ontzettend krachtig, waargebeurd verhaal en het is logisch dat de makers, die waren begonnen met een algemener idee van een VR over de gevaren van nucleaire proliferatie, hierin de mogelijkheid zagen de abstracte, onbevattelijke dreiging van een atoomoorlog concreet en persoonlijk te maken. Je kan niet naar deze verhalen luisteren zonder te denken: wat zou ik zelf doen?

Maar dat is pas stap één van de drietrapsraket – als ik deze metafoor hier mag gebruiken – die de makers voor ogen hadden. On the Morning You Wake (to the End of the World) bestaat uit drie hoofdstukken. Het eerste gaat over de directe ervaring van de eilandbewoners gedurende die 38 minuten. Het tweede biedt algemene informatie over de gevaren van nucleaire wapens. En het derde, afsluitende hoofdstuk geeft een richting aan waarin de oplossing gezocht kan worden.

Dat de VR-ervaring zelf ook precies 38 minuten duurt, is daarom min of meer een gimmick; het deel waarin je als VR-gebruiker de angst voor de verwachte raketinslag meebeleeft, duurt slechts zo’n 12 minuten.

Nog niet zo lang geleden zou ik hierover ongeveer het volgende geschreven hebben. De VR was emotioneel en artistiek sterker geweest als dat eerste, dreigende deel de hele 38 minuten had geduurd, volledig ondergedompeld in de beleving van de inwoners terwijl ze het meemaken. Zonder de reflectie achteraf vanuit het besef dat het allemaal goed was afgelopen. Het eerste hoofdstuk is verreweg het sterkste van de drie; de vervolgdelen met meer informatie en aansporingen zijn, hoewel technisch indrukwekkend genoeg, per definitie afstandelijker. Maar de makers wilden alles doen en deden daarom alles deels en niets helemaal.

VR-technisch bewijzen de doorzichtige puntenwolk-omgevingen (hier aangevuld met stijlvolle zwevende-driehoekjes-omgevingen), droomachtig verschijnend en verdwijnend, zich opnieuw als een overtuigende ruimtelijke verbeelding van de fluïde onafheid van herinneringen. De daarbinnen zo fotorealistisch mogelijk gevideoscande personages detoneren – want hoe state of the art deze volumetrische video ook is, we zijn er technisch gezien echt nog niet: je zit uiteindelijk toch naar enigszins wezenloze, tekortschietende benaderingen van echte mensen te kijken.

Het is zoals ik schreef naar aanleiding van het afgelopen VR-programma van het filmfestival van Venetië: als je het niet naturalistisch genoeg kunt krijgen, ga dan liever voor impressionistisch. Dat de gefilmde personen playbackende acteurs blijken te zijn (omdat covid het onmogelijk maakte de mensen op Hawai‘i zelf te filmen), zoals de makers in een interview uitlegden, voelt bovendien een beetje als belazerij.

Dat zou ik schrijven. En het zou niet gelogen zijn. Maar ik ben de afgelopen jaren opgeschoven van een louter op artistieke, dramatische en filosofische criteria gebaseerde vorm van filmkritiek naar eentje die de politieke betekenis serieuzer meeweegt. Want die alternatieve versie die ik hierboven voorstel, van 38 minuten meeleven met de Hawaïanen en hun nakende einde, zou hoogstens tot awareness van het probleem hebben geleid – nobel, op zich, en noodzakelijk, maar ook onvoldoende. Want wat moet je met awareness zonder feitenkennis en zonder handelingsperspectief?

Daarom begrijp ik heel goed de keuze van de makers voor die drietrapsraket: persoonlijk, politiek, praktijk. Eerst je persoonlijk bij de lurven grijpen – wat in het eerste deel uitstekend lukt – en vervolgens, hopelijk, je interesse hernieuwd hebben in de politieke informatie die daarop volgt (hoeveel van die wapens hebben we, wat zou zo’n ontploffing op Hawai‘i teweegbrengen, et cetera) en uiteindelijk, om je niet wanhopig en moedeloos naar huis te sturen, je een handreiking doen voor actie.

Deze benadering van de documentaire is overigens niet heel anders dan hoe De Correspondent probeert de journalistiek te vernieuwen. Want: net als de journalistiek biedt een documentaire niet alleen reflectie op de werkelijkheid, maar maakt hij er ook een invloedrijk onderdeel van uit. En de mensen een bak ellende over het hoofd kieperen en vervolgens zonder enige hoop naar huis sturen is niet neutraal – dat is net zo goed politiek. Want dat leidt tot een gevaarlijk maatschappelijk cynisme.

Ik heb daarom veel sympathie voor de opzet en ambitie van On the Morning You Wake (to the End of the World). Het grootste probleem is eigenlijk dat het te kort is – 38 minuten is een behoorlijke lengte voor een VR-beleving, maar te kort als documentaire over een onderwerp als dit.

Voor het tweede hoofdstuk, waarin de omvang van het nucleaire probleem wordt aangestipt, is dat nog niet zo erg – iedereen weet wel dat de risico’s enorm zijn. Maar wie niet zelf al denkt in termen van een intersectionele dekolonisatiestrijd tegen een ontspoord individualisme en het militair industrieel complex, zal door de paar zinnen die daaraan gewijd worden in het derde deel niet overtuigd worden. Als activist Ray Acheson zegt: “Zo veel mensen worden op zo veel manieren hierdoor geraakt, terwijl ze worden uitgesloten van de elitaire debatten over nucleaire wapens. Door de stemmen van vrouwen, lgbtq-groepen, gemeenschappen van kleur en oorspronkelijke volkeren te accepteren en versterken, kunnen we een andere kijk erop krijgen”, is dat niet onterecht, maar het verband met nucleaire proliferatie vergt toch echt meer uitleg voor mensen van buiten de eigen parochie.

Maar dat de paar Hawaïaanse woorden in het titelgedicht door coscenarist, activist en academicus Jamaica Heolimeleikalani Osorio, waarmee de VR opent en sluit, niet worden vertaald, vind ik dan weer een terechte uitsluiting van degenen die geen Hawaïaans verstaan (een vergelijkbare ‘uitsluiting binnen immersie’ kenmerkte ook de VR Ferenj uit 2020). Want laat dit ene element dan alleen zijn voor degenen naar wie te weinig geluisterd wordt. Laten ik en anderen die niet tot de oorspronkelijke bevolking van Hawai‘i behoren, juist daardoor beseffen dat wij er, tijdens deze VR, te gast zijn en dat zij de oudste rechten hebben. Zie ook de commentaren op de Oculus Quest-pagina van On the Morning You Wake, waarop meerdere mensen die het incident zelf meemaakten de VR roemen als een belangrijke getuigenis. Niet alleen over en namens hen, maar ook voor hen.

Want dat, als onderdeel van die intersectionele benadering, de oorspronkelijke bewoners van Hawai‘i, die zich door Washington niet gehoord voelen, vragen om ruimte voor hun eigen ideeën over dit onderwerp, gebaseerd op hun eigen cultuur en tradities – daarvoor zullen, mag ik aannemen, de meeste gebruikers van deze technisch overtuigende, inhoudelijk zinvolle en politiek relevante VR na afloop zeker begrip hebben.


On the Morning You Wake (to the End of the World) | 14 t/m 23 oktober 2022 | Eye Filmmuseum, Amsterdam