Venetië 2022, blog 11

VR: de kracht van suggestie

Eurydice, een afdaling in oneindigheid

Het ene moment zweef je met de ISS boven de Aarde, het volgende zak je in een dodenrijk van lichte puntjes en zwarte vlakken. Zo blijkt virtual reality zich in Venetië in twee tegengestelde richtingen te ontwikkelen. Deel 2: de kracht van suggestie.

In het vorige deel van dit verslag ging het over de toenemende beeldkwaliteit en daardoor steeds geloofwaardiger aanwezigheid en concreetheid van de driedimensionale wereld in VR. Zodat je gelooft dat je boven de Aarde zweeft in Spacewalkers of je ongemakkelijk voelt bij iemand die vlak voor je staat in All That Remains.

De belangrijkste reden hiervoor is dat camera’s en VR-brillen nog altijd technologisch vooruitgaan. Gelukkig maar, want voor veel VR geldt: hoe echter, hoe beter.

Maar er viel op het festival van Venetië, dat de belangrijkste VR-competitie heeft van alle grote filmfestivals, ook een andere, interessantere trend te bespeuren: een steeds groter vertrouwen op de kracht van suggestie.

Dat geldt logischerwijs vooral voor geanimeerde VR, waarin de mate van realisme en detaillering gemakkelijker te manipuleren is. Vanaf het begin heeft geanimeerde VR grote voordelen gehad ten opzichte van gefilmde: er kan vrij moeiteloos een ruimtelijke wereld gecreëerd worden waar je je doorheen kunt bewegen (of die, als je op je stoel blijft zitten, op natuurlijke wijze reageert als jij iets naar voren of achteren beweegt), terwijl het filmen van een 3D-wereld in de praktijk nog altijd vanuit één vast punt gebeurt. Bovendien geldt voor animatie: als de rekenkracht tekortschiet, kan worden teruggevallen op benaderingen van de ideale vorm.

Area Man Lives

Neem Area Man Lives van Amy en Ryan Green, een interactieve VR-ervaring waarin je op de stoel zit van een dj in een afgelegen radiostudio. De mok die voor je neus staat lijkt rond, maar is bij nader inzien veelkantig – twaalfkantig, als ik het goed heb. Dat is voldoende voor een overtuigende mok, scheelt rekenkracht voor de computer en garandeert daarmee een soepele presentatie van de VR bij bewegingen en interactie.

Zorg dat je niet over de grenzen van je technische mogelijkheden heen gaat, dat is hier het uitgangspunt. Maar je voelt tegelijkertijd ook, aan de uitgebreide detaillering van de hele radiostudio, dat ze eigenlijk gewoon een ronde mok hadden willen maken. Maar dat dat dan later wel komt, als de computers nog weer wat sneller en de VR-brillen nog weer wat krachtiger zijn geworden.

Als ik het heb over de kracht van suggestie, bedoel ik eigenlijk iets anders. Ik heb het over die makers die, misschien in eerste instantie noodgedwongen en aan het denken gezet door de beperkingen waar ze tegenaan liepen, hun wereld expres vereenvoudigen. Met artistiek effect. Zie bijvoorbeeld de grijze, kleurloze woonkamer waarin de hoofdpersoon van Chiara Troisi’s Mono leeft. Dat geeft Troisi niet alleen de mogelijkheid om kleur later als dramatisch element te introduceren, maar ondersteunt ook de gekozen, half karikaturale tekenstijl van de hoofdpersoon – want: hoe verder van de werkelijkheid de setting is, hoe minder onrealistische aspecten daarbinnen detoneren. Bovendien blijkt de versimpelde ruimte in de praktijk toch verrassend concreet, verrassend ‘echt’ over te komen.

Dat is boeiend: een VR-wereld kan overduidelijk minder naturalistisch zijn, dat maakt hem nog niet minder concreet.

Maar de genoemde voorbeelden houden wel vast aan één belangrijk aspect van realisme: dat ruimtelijke objecten fysiek gesloten zijn. Van die mok zijn alle kanten netjes ingekleurd en ook die grijze woonkamer is gevuld met solide ogende, driedimensionale objecten.

(Hi)Story of a Painting: The Light in the Shadow

En dat blijkt niet te hoeven. Het lijkt op zich logisch – en ik snap daarom ook waarom de meeste makers er tot nu toe aan vasthouden – maar zelfs in een ruimtelijke wereld waarin je je kunt verplaatsen is het niet nodig dat vertrekken en objecten van alle kanten een concrete, solide indruk geven. Net als in de platte kunsten kun je in een ruimtelijke VR-wereld wegkomen met hints en suggesties. Sterker nog: net als in de platte kunsten is zo’n meer impressionistische benadering vaak levendiger en expressiever.

Zo zijn in (Hi)Story of a Painting: The Light in the Shadow van Quentin Darras en Gaelle Mourre, over de zeventiende-eeuwse schilder Artemisia Gentileschi, personen die haar omringen vormgegeven als platte cut-outs met scharniertjes op de ledematen. Dat is een abstractie, maar wel met een mate van perfectie: die figuren zijn overtuigend als papieren cut-outs. Dat werkt veel beter dan de min of meer realistische, maar tekortschietende animatie die voor haarzelf wordt gebruikt. Te hoog gegrepen, voorbij de technische mogelijkheden, en dus uiteindelijk minder overtuigend concreet aanwezig.

On the Morning You Wake (to the End of the World)

En we kunnen nog een stap verder maken. In geanimeerde VR’s als Reimagined Volume I: Nyssa van Julie Cavaliere, On the Morning You Wake (to the End of the World) van Mike Brett, Steve Jamison, Pierre Zandrowicz en Arnaud Colinart (die in oktober ook in Eye te zien zal zijn) en Rock Paper Scissors van Alex Ruhl zijn niet alleen omgevingen, maar ook personages getekend met losse strepen of puntenwolken. Je kijkt er, zogezegd, dwars doorheen. Dat lijkt misschien in tegenspraak met de ruimtelijke wereld waarin je je bevindt, maar net zoals je went aan impressionistische en expressionistische schilderstijlen in het platte vlak, wen je ook aan deze open, losse benadering in 3D. Het hoofd vult in, daar komt het op neer – de menselijke geest is van nature creatief en heeft genoeg aan minimale informatie om daarmee voor zichzelf objecten, figuren en verhalen te creëren.

Dat is geen nieuws, dat weten wetenschappers al lang. En het is ook niet nieuw dat kunstenaars daarmee werken – ook in VR niet, denk aan Ainslee Robsons Ferenj uit 2020 of een klassieker als Notes on Blindness van Peter Middleton en James Spinney uit 2016, waarin die sporadische informatie zelfs de essentie vormt van de impressionistische verbeelding van blindheid. Maar de bredere aanvaarding van het principe lijkt te groeien, wat goed nieuws is omdat het VR verder loskoppelt van wat technologisch onvermijdelijk en wenselijk is maar artistiek gezien toch ook een benauwende beperking kan zijn: de jacht op naturalisme.

Elele

Zie bijvoorbeeld hoe het vrolijke Elele van de Nederlander Sjoerd van Acker veel doet met weinig. Met gebruikmaking van de ingebouwde hand-trackers van de VR-bril laat die je eerst vormen creëren met je handen, om je daarna te laten hand-dansen met een tweede figuur. Het blijkt dat het vermenigvuldigen van het aantal handen dat je hebt – en je wordt in Elele gereduceerd tot louter die handen, zonder dat er verder nog een lichaam aan vastzit – geen enkel probleem oplevert voor je gevoel van identificatie met die twee, vier, tien, twintig handen als verbonden aan jouw lijf. Ook het lichaamsbeeld van de mens blijkt ruimschoots rekkelijk en creatief.

Een hoogtepunt hierin – en een van de beste VR’s die ik überhaupt ooit heb gezien – was in Venetië Eurydice, een afdaling in oneindigheid van de eveneens Nederlandse maker Celine Daemen. De hele, betoverende VR-wereld die je betreedt – een verbeelding van het dodenrijk waarin Orpheus afdaalt achter zijn gestorven geliefde Eurydice aan – bestaat slechts uit lichte puntjes. Puntjes die, schijnbaar willekeurig verdeeld over de ruimte, vormen aangeven (waarbij soms slechts een beperkt aantal voldoende is om een rand, reling of poort te suggereren) of, juist door in het zwart te verdwijnen, aangeven dat er een vorm voor is geschoven.

In dat laatste geval wordt met niets, met louter zwart, met de afwezigheid van puntjes, iets gesuggereerd – bijvoorbeeld een muur. Van niets iets maken: de kracht van suggestie bereikt grote hoogten in de diepten van Daemens dodenrijk. Zo lokt Eurydice niet alleen Orpheus, maar ook de VR-bezoeker weg van de alledaagse objectieve werkelijkheid naar een oneindige wereld van impressies, verbeelding en spirituele beleving.


Eurydice, een afdaling in oneindigheid is van 22 t/m 25 september te zien op September-Me in Amersfoort en op 11 en 12 november op November Music in Den Bosch.