Retrospectief Daniel Day-Lewis
Veertien keer method acting
Anemone. Still: Maria Lax
Zeg nooit nooit. Dat geldt ook voor Daniel Day-Lewis. De drievoudig Oscar-winnaar kondigde acht jaar geleden zijn afscheid als acteur aan. Maar hij is terug, al dan niet voor lang. Reden voor Filmhuis Den Haag om (bijna) al zijn films te vertonen.
Van je vader moet je het hebben. Dat geldt zeker voor Ronan Day-Lewis. Voor zijn speelfilmdebuut Anemone stapte vader Daniel uit zijn pensioenbubbel. Publiciteit verzekerd, die als nadeel voor Ronan heeft dat de meeste aandacht niet naar zijn film gaat, maar naar zijn terugkerende vader. Pijnlijk ook dat recensenten het spel van Daniel in Anemone de hemel in prijzen, maar een stuk minder enthousiast zijn over de regie en het script van het drama, dat vast niet toevallig over een ingewikkelde vader-zoon-relatie gaat.
Dat Daniel Day-Lewis een acteerfenomeen is kan iedereen weer eens zien in het veertien films tellende retrospectief in Filmhuis Den Haag. Wat deze acteur zo goed maakt, is zoals altijd bij acteurs grotendeels in nevelen gehuld, maar er valt wel iets over te zeggen. Merkte Marcello Mastroianni ooit op dat hij als voorbereiding op een rol een bord pasta at, en vervolgens deed wat hem gevraagd werd, Daniel Day-Lewis is legendarisch om zijn extreem intensieve voorbereiding op rollen.
Als groot aanhanger van method acting doen veel anekdotes over hem de ronde. Bij zijn doorbraakfilm My Left Foot (1989) bleef hij de hele opnameperiode in een rolstoel zitten, omdat zijn personage daaraan gekluisterd was. Bij het in de wildernis spelende The Last of the Mohicans (1992) leefde hij maanden afgezonderd van de bewoonde wereld. Hij leerde dieren villen, met een geweer omgaan en kano’s bouwen. Een jaar later bracht hij voor In the Name of the Father vele nachten door in een gevangeniscel. Voor The Boxer (1997) ging hij twee jaar in bokstraining en bij Lincoln appte hij een tijdlang in negentiende-eeuwse spelling. Het verbaast niet dat Robert De Niro zijn favoriete acteur is.
Tot voor kort riep zo’n intensieve voorbereiding van acteurs veel bewonderende ah’s en oh’s op, maar dat is aan het veranderen. Method acting wordt meer en meer gezien als aanstellerig imponeergedrag. Mads Mikkelsen noemde het vier jaar geleden “pretentieuze bullshit”. Dat de opvattingen erover veranderd zijn in de afgelopen jaren is ook Daniel Day-Lewis niet ontgaan. In interviews over Anemone windt hij zich stevig op over de kritiek op method acting.
In een interview in The Guardian noemt hij het kritiek “van mensen die weinig of niets weten over wat het inhoudt. Ze doen het voorkomen alsof het een misleidende wetenschap of een sekte is waarin wij betrokken zijn.” Wat het volgens hem wel is? “Het heeft de intentie om jezelf te bevrijden, zodat je aan je collega’s een levend, ademend wezen presenteert met wie zij interactie kunnen hebben. Het is erg eenvoudig.”
Wie wil zien hoe “eenvoudig” method acting voor Daniel Day-Lewis is, kan in Filmhuis Den Haag terecht bij het veertien films tellende retrospectief. Te zien zijn, in chronologische volgorde: A Room with a View (James Ivory, 1985), My Beautiful Laundrette (Stephen Frears, 1985), The Unbearable Lightness of Being (Philip Kaufmann, 1988), My Left Foot (Jim Sheridan, 1989), The Last of the Mohicans (Michael Mann, 1992), In the Name of the Father (Jim Sheridan, 1993), The Age of Innocence (Martin Scorsese, 1993), The Crucible (Nicolas Hytner, 1996), The Boxer (Jim Sheridan, 1997), There Will Be Blood (Paul Thomas Anderson, 2007), Nine (Rob Marshall, 2009), Lincoln (Steven Spielberg, 2012), Phantom Thread (Paul Thomas Anderson, 2017) en Anemone (Ronan Day-Lewis, 2023).
Retrospectief Daniel Day-Lewis | 11 t/m 28 februari | Filmhuis Den Haag