Karim Aïnouz over Rosebush Pruning
‘Ik ben een vrij man en ik kan maken wat ik wil’
Karim Aïnouz
In zijn eerste satire neemt Karim Aïnouz de geïsoleerde wereld van de ultrarijken op de hak. “De hoeveelheid miljonairs die weer zonen hebben die ook miljonairs worden, is niet te tellen. Alles blijft in de familie.”
Vrijwel alle personages uit Rosebush Pruning kunnen als onuitstaanbaar, verwend en ronduit knetter geïnterpreteerd worden. De volwassen, designerlabels-dragende snob Anna, telg uit een steenrijke Amerikaanse familie die zich comfortabel heeft teruggetrokken in een Zuid-Europese villa, jánkt bijna om de in haar ogen inferieure kledingkeuze van haar potentiële schoonzus Martha.
Maar Karim Aïnouz ziet dat heel anders, zo legt de charismatische, uitgesproken filmmaker uit na de première tijdens de Berlinale: “Ik ben juist dol op ze! Ik houd van deze personages die zo gebroken zijn. De enige die me tegenstaat is de vader. Maar ik ben tegelijkertijd wel door hem geïntrigeerd. Ik bedoel, tandpasta?! Klaarkomen?! Zijn zieke verbeelding is zó krankzinnig. Of je hun familieband disfunctioneel kunt noemen? Nee, dit gaat daar vér voorbij.”
Jaren geleden verhuisde een puissant rijk stel, gespeeld door Tracy Letts en Pamela Anderson, vanuit Amerika naar een afgelegen villa, ergens in een Zuid-Europees land. Daar woont de vader nog altijd, met zijn ziekelijk verwende volwassen kinderen Anna, Robert en Ed. Alleen zoonlief Jack heeft iets van een bestaan, een carrière en een semi-gezond liefdesleven opgebouwd, samen met Martha. Moeders lijkt al jaren in het luchtledige verdwenen.
In deze satire, geschreven door Efthimis Filippou (vooral bekend van zijn samenwerkingen met Yorgos Lanthimos) loopt hun extreem geïsoleerde bestaan uit de hand na onverwachte gebeurtenissen en uitzinnige onthullingen. En op wie richt je je verwarring, frustratie en woede als er verder niemand in de buurt is? Juist.

Gouden nagel
Voor deze absurdistische variant op een familiedrama, vol beeldige decors, merkkleding, seks, leugens, incest en bloed, liet de Braziliaanse filmmaker Karim Aïnouz (The Invisible Life of Eurídice Gusmão, 2019; Firebrand, 2023; Motel Destino, 2024) zich inspireren door Fists in the Pocket (I pugni in tasca, 1965) van Marco Bellocchio, een zwarte komedie waarin een jongeman korte metten maakt met zijn disfunctionele, verveelde en zieke familie.
Aïnouz zag Fists in the Pocket als perfect startpunt voor een eigentijds verhaal over macht en rijkdom. “Ik denk dat Bellocchio’s film uitkwam op een moment in de filmgeschiedenis dat vol was van rebellie en mogelijkheden en ik was precies naar die vibe op zoek.” Aïnouz erkent wel huiverig te zijn voor de vergelijkingen die ongetwijfeld worden gemaakt. “Het is één ding om zomaar een B-film uit de jaren veertig opnieuw te verfilmen, maar het is een ander verhaal om dat met een meesterwerk te doen. Ik vind Bellocchio’s kijk op familiedynamieken en privilege intrigerend. Als iets zó goed is, is de grootste uitdaging natuurlijk hoe je erdoor te laten inspireren, maar er vervolgens van weg te blijven.”
“Ik wilde een verhaal vertellen over het patriarchaat, privilege en een witte Amerikaanse familie. Dit zijn Amerikanen die na al die jaren nog steeds niet thuis zijn in het land waarnaar ze geëmigreerd zijn. Ik noem het privilege in isolatie. Want hele, hele rijke mensen zijn niet hier. Die bevinden zich niet onder ons. Ze hebben zich teruggetrokken op hun eiland, in villa’s en op hun megajachten. Daarom moest het scenario zich juist niet in Amerika afspelen, maar in Europa – voor Amerikanen toch de ‘cultural capital’, waar ze tegelijkertijd minachting voor voelen.”
Het production design, de locaties en de kostuums zijn met zorg en gevoel voor stijl gekozen. Ook daar had Aïnouz zeer duidelijke ideeën over. “Hun villa, die we uiteindelijk in Spanje vonden, moest leeg en spookachtig zijn, en groter dan ze nodig hadden. In die leegte wilde ik dat de peperdure meubelstukken en unieke objecten toch niet op de voorgrond zouden zijn. Ze moeten een gevoel van overdaad bieden zonder dat het protserig showen wordt. Dat gold ook voor kleding: deze personages zijn niet bezig met zoiets banaals als winkelen, of de laatste modetrends. Nee, deze mensen zijn eerder verzamelaars.”
Het lukte Aïnouz om bijvoorbeeld unieke stukken te lenen uit de archieven van grote labels, zoals die van Yves Saint Laurent. “De kledingstukken van de personages zijn als diamanten. Daarnaast hebben ze allemaal één gouden nagel, is dat jullie opgevallen? Het is een subtiele verwijzing naar het feit dat rijkdom net zo overdraagbaar is als je genen. De hoeveelheid miljonairs die weer zonen hebben die ook miljonairs worden, is niet te tellen. Alles blijft in de familie. Tot in de kleinste details, ook in de make-up en kapsels, moest alles dat overerfelijke privilege uitstralen.”
Het is maar een kick
Hoezeer hij rijke mensen ook haat – “en al helemáál heel erg rijke mensen!” – toch beziet Aïnouz zijn personages met een milde blik. “Misschien heb ik een romantisch idee gekregen van wie deze mensen zijn, maar hier gaat het ook om het doorbreken van een vicieuze cirkel van geweld en misbruik. Mensen kunnen zeggen dat ze pervers zijn, maar zo zie ik dat niet. Ja, er is perversie in de film. Maar waarom zou het een probleem zijn als Jack van bloed houdt? Hij likt graag bloed op, ja. Laat hem! Het is maar een kick. Als we niet naar ze kijken als mensen met een beschadiging, maar slechts als puur verdorven figuren, dan veroordelen we ze en zal deze shit voor eeuwig voort blijven bestaan.”
Kon een satirische film met dergelijke Amerikaanse personages op dit moment ook gemaakt worden door een Amerikaanse filmmaker? Aïnouz weet vrij zeker van niet: “Nee, dat is al heel lang niet meer gebeurd. De laatste film die raakte aan de onderwerpen uit Rosebush Pruning was American Beauty [1999]. Ik denk niet dat je nu zo’n film kan maken in Amerika en dat die dan gefinancierd wordt door een streamingdienst die bijvoorbeeld een documentaire over Melania Trump financiert. Dat zegt alles. Het is allemaal zó conservatief. Maar ik ben een vrij man en ik kan maken wat ik wil.”
Tussen de tientallen films die hij sinds zijn eerste korte film uit 1992 maakte, ziet hij niet een direct verband. En dat beoogt hij ook niet. “Luister, ik denk dat de enige connectie is dat er géén connectie is. Ik maakte Braziliaanse films die in die cultuur geworteld zijn, experimentele films, historisch drama, documentaire… Films met een klein budget, films met een megabudget – en alles daartussen. Ik ben niet het soort maker dat zijn stempel op deze wereld wil drukken als kunstenaar. Fuck nalatenschap en auteurschap. Dat gaat helemaal nergens over! Het dwingt je om een bepaalde stem te ontwikkelen, wat je weerhoudt van speelsheid. Ik houd van het experiment, van dingen maken die ik nog nooit gemaakt heb. Dit is bijvoorbeeld mijn eerste satire en ik vond het geweldig om te maken. Het enige wat nooit veranderd is in al die jaren van filmmaken: ik houd van al mijn personages. Dat zijn de kinderen die ik nooit gehad heb.”
Rosebush Pruning draait vanaf 10 september 2026 in de bioscoop.