Women Make Film: A New Road Movie Through Cinema

Fantastische filmschool

Tank Girl

Weer neemt Mark Cousins ons mee op reis. Net als in zijn The Story of Film: An Odyssey voert hij ons in Women Make Film mee op een indrukwekkende filmtocht. Dit keer door de ogen van vrouwelijke filmmakers uit de afgelopen dertien decennia.

Gelijk maar even de open deur: beginnen aan Women Make Film voelt precies als de auto instappen voor een lange road trip. Je hebt er zin in, en tegelijk zie je er een beetje tegenop. De reis is lang en je weet niet wat je te wachten staat. Maar aan het einde van de rit zul je moe en voldaan zijn; dezelfde persoon, maar toch een beetje veranderd door deze ervaring.

Dat klinkt misschien wat pathetisch, maar zo voelt de veertien uur durende documentaire die al in 2018 in première ging op het Toronto International Filmfestival wel degelijk. Net als in zijn ambitieuze The Story of Film: An Odyssey, waarin Mark Cousins ons meenam in een uitgebreide geschiedenis van de wereldcinema, opent hij ons de ogen, ditmaal voor een ander deel van cinema dat te vaak over het hoofd gezien wordt. In Women Make Film herinnert hij ons er aan dat de filmcanon veel te weinig van de fantastische films gemaakt door vrouwelijke regisseurs bevat.

Lynchiaans?
Eigenlijk is het natuurlijk niets bijzonders om de filmgeschiedenis uitsluitend via het werk van één sekse te bekijken, alleen is het meestal dat andere geslacht wat aan bod komt. Al is het corrigeren van die tunnelvisie toch meer de onderliggende gedachte. Want feitelijk is Women Make Film een meeslepend, veertien uur durend filmcollege. Wat is een bijzondere manier om een film te openen, te monteren of om een shot te kadreren? Hoe kunnen onderwerpen als seks en de dood onderzocht worden in films? Wat zijn mooie voorbeelden van genre-elementen?

In veertig hoofdstukken toont Cousins ons hoe film werkt, via meer dan duizend fragmenten uit films die gemaakt zijn in de afgelopen 130 jaar door 183 vrouwelijke regisseurs die werkten op vijf continenten. Expliciet maakt hij duidelijk dat het hier niet om een chronologische filmgeschiedenis gaat, noch om een best-of-lijstje. We duiken het filmvak in, waarbij Cousins onze blik bij monde van zeven wereldberoemde actrices (Tilda Swinton, Adjoa Andoh, Jane Fonda, Sharmila Tagore, Kerry Fox, Thandie Newton, Debra Winger) vakkundige over het scherm leidt, langs bekende en onbekende films.

Cousins gaat kriskras door de filmgeschiedenis, wat soms grappige connecties oplevert. Zoals wanneer een achtervolging uit Course à la saucisse (1907) van Alice Guy, de grotendeels vergeten filmpionier die mogelijk de eerste fictiefilm maakte, wordt gekoppeld aan een achtervolging uit Kathryn Bigelows Point Break (1991). Of als de overlays van Seashell and the Clergyman (Germaine Dulac, 1928) worden vergeleken met de montage van Wings (Larisa Sheptiko, 1966): beiden tonen het innerlijke leven van de personages op radicaal verschillende manieren, maar met hetzelfde resultaat. Dat soort koppelingen leggen vooral bloot hoeveel innovatie en inventiviteit er al zat in vroege films van vrouwelijke filmmakers.

Toch kan ook Cousins het soms niet laten om het werk van de vrouwelijke regisseurs die hij wil vieren, te vergelijken met hun mannelijke collega’s. Zo noemt hij de spanning in het werk van Marleen Gorris minstens zo verontrustend als het werk van Brian De Palma en Martin Scorsese. De mise-en-scène in Two in One van de Oekraïnse maker Kira Muratova, wier films waarschijnlijk het vaakst voorbijkomen in Women Make Film, wordt vergeleken met die van Orson Welles. Het is niet verwonderlijk: ieders film-referentiekader bestaat voornamelijk uit het werk van mannelijke makers. Toch valt het op, in deze film vol vrouwen die, in navolging van het door Cousins meermaals gebruikte ‘Lynchiaans’, allemaal hun eigen bijvoeglijke naamwoorden zouden verdienen.

Lichamen, seks en genre
Door sommige hoofdstukken denderen we als een trein, andere hoofdstukken vallen meer op. Ongeveer op de helft van de veertien uur komen we aan bij de hoofdstukken die gaan over het in beeld brengen van lichamen en seks. De fragmenten zijn uiteenlopend, zoals in alle hoofdstukken. De pure mannelijkheid van ontblote torso’s in Beau travail (Claire Denis, 1999). De up-close seks in American Honey (Andrea Arnold, 2016). Agnes Varda’s impressionistische intimiteit in Le bonheur (1965).

Waarom emotioneren deze hoofdstukken meer? Is het omdat vrouwen dit anders in beeld brengen dan mannen? Nooit benoemt Cousins dat expliciet, maar je kan het wel voelen. Juist op dit soort momenten maakt het je furieus dat veel van de filmmakers in deze film onbekend zijn gebleven. Wat hadden we allemaal nog meer van hen kunnen leren, over het maken van film en over de wereld?

In dit kader zijn ook de hoofdstukken over genre het vermelden waard. Als een soort anti-Martin Koolhoven (die in de twee seizoenen van zijn tv-programma én in zijn al jaren lopende filmreeks in Eye nog niet één keer een film van een vrouwelijke regisseur vertoonde) weet Cousins hier wél fantastische voorbeelden te vinden van vrouwelijke regisseurs die genrefilms maken. Natuurlijk komen onder het kopje scifi de films van de Wachowski’s voorbij. Maar ook Rachel Talalay’s Tank Girl (1995), een fantastische postpunkmix van live-action en animatie. En wat een genoegen om in het hoofdstuk over komedie de ongemakkelijkheid van Elaine May’s The Heartbreak Kid (1972) te ontdekken, en herinnerd te worden aan de tienerhumor van Penelope Spheeris’ Wayne’s World (1992).

Seksistisch door weglating
Cousins kiest er expliciet voor om het werk van vrouwelijke filmmakers centraal te stellen, in plaats van uitgebreid in te gaan op de redenen dat veel van hen ontbreken in de gangbare filmcanon. Hij besteed er welgeteld één treffende zin aan: de filmindustrie is seksistisch door weglating. Maar soms voel je het onderliggende, pijnlijke sentiment.

Het feit dat zoveel films en hun makers zo lang genegeerd zijn is ontmoedigend. Wel eens van Yuliya Solntseva gehoord? Vast niet. Toch was zij de eerste vrouwelijke regisseur die op het filmfestival van Cannes de prijs voor beste regie won, met haar film over het Sovjetverzet tegen de Nazis The Story of the Flaming Years (1961). En de namen Lumière en Méliès kent iedere filmliefhebber, maar wist u dat de Sovjetfilmmaker Olga Preobrazhenskaya, die geboren werd in 1881, een van de allereerste vrouwelijke regisseurs van de wereld was?

In 2018 stonden er in BBC’s gezaghebbende lijst van de honderd beste niet-Engelstalige films meer filmmakers die Jean heten (7) dan vrouwelijke filmmakers (4). Luis Buñuel en Ingmar Bergman zijn met elk vijf films op de lijst zelfs eigenhandig verantwoordelijk voor meer memorabele films dan de helft van de wereldbevolking – blijkbaar.

In de beginjaren van de twintigste eeuw werkten vrouwen in vrijwel elke tak van de filmindustrie, ook als regisseur, scenarist en producent. Maar daar kwam vanaf de jaren 1930 abrupt een einde aan. Er zijn veel redenen dat vrouwelijke regisseurs toen van het toneel verdwenen en tot op de dag van vandaag amper onderdeel uitmaken van de filmcanon. In Amerika speelde bijvoorbeeld de opkomst van het studiosysteem en de daarmee samenhangende bedrijfscultuur een grote rol in het weren van vrouwen uit machtsposities (zoals regie en productie).

De eer delen
De vrouwen van mannelijke regisseurs, die effectief net zoveel creatieve invloed hadden op de door deze stellen gemaakte films, zijn jarenlang amper serieus genomen. Zie bijvoorbeeld Maya Derren, die veel van haar credits verloor aan haar toenmalige man Alexander Hamid. Of Polly Plat, de eerste vrouw van Peter Bogdanovich, die veel van de creatieve input leverde waar Bogdanovich uiteindelijk de eer voor opstreek. In de fantastische podcast You Must Remember This van Karina Longworth wordt hij als volgt geciteerd over Plats idee voor het scenario van zijn film What’s Up Doc? (1972): “Dat ga ik voorstellen! En als [de financiers en acteurs] jouw idee een goed idee vinden, dan wordt het mijn idee.”

Ook financiering is al meer dan een eeuw een probleem: stelselmatig krijgen de weinig vrouwen die hun films gefinancierd krijgen minder hoge budgetten, wat automatisch betekent dat hun films bij een minder groot publiek onder de aandacht gebracht worden. En dan is er nog de horde van erkenning. In de 92 jaar dat de Oscars nu worden uitreikt is er nog maar vijf keer een vrouw genomineerd voor beste regie; in 2010 won Kathryn Bigelow als eerste en tot nu toe enige vrouw in deze categorie voor haar Hurt Locker. De ere-Oscar werd pas in 2017 voor het eerst uitgereikt aan een vrouw: Agnès Varda.

En voor wie nu denkt dat het vooral een Amerikaans probleem is: de Palme d’Or, de hoofdprijs van het filmfestival van Cannes, ging ook nog maar één keer naar een vrouw: in 1993 mocht Jane Campion’s The Piano deze eer delen met Chen Kaige, die dat jaar ook won voor Farewell My Concubine.

Filmschool
De tijden lijken wat te veranderen voor vrouwelijke filmmakers. De #MeToo-beweging en de daaruit voortkomende consequenties lijken wereldwijd langzaam de cultuur binnen de filmindustrie te veranderen. Maar omdat het maken van een film meestal jaren kost, zullen we het eventuele resultaat van deze veranderingen pas over jaren echt kunnen onderzoeken.

Een cultuuromslag binnen de filmindustrie is echter slechts een deel van de oplossing. Als eerste moet de manier waarop we naar film kijken veranderen, en hoe we film onderwijzen. Zolang de filmcanon voornamelijk bestaat uit mannelijke (en witte) filmmakers, zal de filmindustrie daar een afspiegeling van blijven.

In de openingsscène van Women Make Film roept Cousins ons in een door Tilda Swinton uitgesproken voice-over op om zijn serie te beschouwen als een filmschool waarin alle leraren vrouwen zijn. Stel je voor hoe film eruit zou zien als het daadwerkelijk op deze manier onderwezen zou worden!

Aan ons om die handschoen op te pakken. Te beginnen bij Women Make Film en alle films van de makers die hierin voorkomen. Voor wie liever zelf de films gaat kijken zonder de gidsende hand van Cousins: de lijst van door hem gebruikte films staat op www.womenmakefilm.net. Aan de slag!


Women Make Film wordt vanaf vanavond in vijf delen in een eenmalige voorpremière vertoond in Eye, in het kader van het filmprogramma met dezelfde titel, en zal in 2021 te zien zijn in filmtheaters door het hele land.