Tout s’est bien passé

Halfbakken euthanasiedrama

Tout s’est bien passé

Het euthanasiedrama Tout s’est bien passé doet vergeefs zijn best om diep over te komen. De nieuwste film van de Franse filmmaker François Ozon presenteert een moderne kijk op euthanasie, maar de subtiliteiten in de karakters van de hoofdpersonages komen niet helemaal van de grond.

Tout s’est bien passé is het filmische equivalent van een croissant: gelaagd en door en door Frans. Maar sommige van die laagjes zijn beter geslaagd dan de ander. Om bij de metafoor te blijven: Tout s’est bien passé is slechts half gerezen, met deeg dat aan elkaar blijft plakken in plaats van luchtig rijst.

De eerste laagjes slaan op de bewerking van de roman Tout s’est bien passé waarop François Ozon zijn film baseerde. Emmanuèle Bernheim schreef deze roman over haar hulp bij de euthanasie van haar vader. Bernheim, die als coscenarist betrokken was bij Ozons eerdere films Sous le sable, Swimming Pool, 5×2 en Ricky, overleed zelf in 2017. Ozon draagt de film die hij op gebeurtenissen in haar leven baseerde, op zijn beurt weer aan haar op.

De volgende laagjes gaan over de dood, die ons allemaal zal treffen. De vader van Emmanuèle (Sophie Marceau) heeft een beroerte gehad, is half verlamd geraakt en wil niet meer verder leven. Tegelijkertijd gaat het al langer niet goed met haar moeder. De confrontatie met de sterfelijkheid van haar ouders doet haar denken aan haar eigen sterfelijkheid.

En dan zijn er nog de laagjes van de titel Tout s’est bien passé (‘Alles is goed gegaan’), de woorden waarmee de film ook eindigt. Het slaat op de euthanasie van haar vader, waarvoor Emmanuèle wegens wettelijke beperkingen in Frankrijk een dienst in Zwitserland inschakelt. Dat deze euthanasie daadwerkelijk lukt, is dankzij die titel geen verrassing. Ozon speelt vrolijk met de ironie van dit zinnetje. Wat hier goed is gegaan, is immers iets dat normaliter juist als vreselijk wordt gezien: de dood van een ouder. Als alles goed is gegaan, dan is hij dus gestorven; als alles níet goed is gegaan, dan zal hij nog leven. Een deel van de personen die euthanasie wil plegen, ziet daar namelijk op het laatste moment van af, vertelt een expert. Maar is de dood eigenlijk wel het ergste wat een mens kan overkomen? Emmanuèle ontdekt gaandeweg dat verlossing bieden aan een lijdende geliefde misschien wel het grootste teken van liefde is.

Dan zijn er nog de laagjes die Ozon aan het verhaal toevoegt om inzicht te geven in het personage van Emmanuèle. Deze zijn minder geslaagd. Zo is er een broodje uit de ziekenhuiskantine, die Emmanuèle half aan haar vader voert en dan mee naar huis neemt, maar lange tijd niet durft weg te gooien – net zoals ze geen afscheid durft te nemen van haar vader. Een voor de hand liggende metafoor. Ozon vult dit aan met flashbacks naar Emmanuèle’s jeugd, die inzicht moeten geven in haar complexe band met haar vader, maar onafgewerkt aanvoelen. Daarmee komt Tout s’est bien passé nooit echt van de grond.