Mandibules

Toeval met vleugels

Mandibules

In de absurdistische roadmovie Mandibules zet een reuzenvlieg een keten van toeval en nonsens in gang. Quentin Dupieux bevrijdt ons zo van de dwingende orde.

De onderkaak is zwaar onderbelicht in de cinema. In een ouderwetse vechtfilm kom je nog wel eens een flinke rechtse op de kin tegen, maar verder hebben weinig filmmakers zich gewaagd aan dit enige beweegbare deel van de schedel. Enter Quentin Dupieux, die wel raad weet met anatomische trivia. Na de hertenhuid in Deerskin laat hij in Mandibules (‘onderkaken’) een reuzenvlieg met malende kaken de dienst uitmaken.

In zijn knotsgekke nieuwe film, ingeleid door een heerlijk lullig panfluitdeuntje, rijgt Dupieux weer pure nonsens aaneen met onversneden onzin en zuivere onlogica. De sullige stoners Manu en Jean-Gab vallen in de ene na de andere onhandige situatie wanneer ze een koffertje met mysterieuze inhoud van A naar B moeten vervoeren. Als ze de enorme vlieg in de kofferbak vinden, verzinnen ze een ‘masterplan’. Ze hopen het dier te dresseren om zo goud geld te verdienen – zelfoverschatting zien we vaker in Dupieux’ films. Als een soort ET wordt de vlieg verzorgd met dekentjes en kattenvoer, want “vliegen zijn niet kieskeurig”, zo weten ze.

De roadmovie is opgenomen vlak bij de Côte d’Azur, temidden van pijn- en palmbomen en eenzame caravans op rotsige vlaktes, waardoor het lijkt alsof Manu en Jean-Gab in Californië ronddolen en bij toeval verzeild zijn geraakt in een misdaadfilm. Ze zouden zo The Dude uit The Big Lebowski tegen het lome lijf kunnen lopen.

Dupieux introduceerde in Rubber (2010), zijn film over een moordende autoband, het begrip ‘no reason’: de betekenisloosheid en willekeur die de wereld voortstuwen. Ook hier speelt hij weer met verwachtingen die niet worden ingelost. De film lijkt expres een beetje te willen teleurstellen. Je kunt je er maar beter niet te veel van voorstellen, want een geplande reis is vaak toch weer heel anders dan een route die je niet van tevoren uitstippelt.

Dupieux toont zich gelukkig weer een grillige gids. Onderweg amuseert hij ons met kleine grapjes, zoals de politieman die een formulier aanbiedt aan mensen in shock waarin ze kunnen aangeven of het politieoptreden aan hun verwachtingen heeft voldaan. “Voor de baas.” Of een caravan die in brand vliegt waarna de onhandige brandstichter zich vooral druk maakt om de spareribs en aardappelpuree die oneetbaar zijn geworden. Een constant schreeuwende Adèle Exarchopoulos maakt de verstoring van orde compleet. Het zijn de irrelevante zaken waar Dupieux zijn levenswerk van maakt. Hij bevrijdt ons van een dwingende regelmaat doordat er zomaar een vlieg komt aanwaaien – toeval met vleugels.