Capharnaüm

Grofgebekt en engelachtig

  • Datum 15-01-2019
  • Auteur Joost Broeren-Huitenga
  • Gerelateerde Films Capharnaüm
  • Regie
    Nadine Labaki
    Te zien vanaf
    31-01-2019
    Land
    Libanon/Verenigde Staten, 2018
  • Deel dit artikel

Nadine Labaki vindt de juiste balans tussen empathie en medelijden in Capharnaüm. Haar hartverscheurende film toont het verrotte leven van een veel te jong kind op straat in de achterbuurten van Beiroet.

‘Warboel’ zou de vriendelijke vertaling zijn voor de betekenis die het woord ‘capharnaüm’ in het Frans heeft. ‘Klerezooi’ is waarschijnlijk meer op zijn plaats voor het leven van de jonge Zain, dat centraal staat in Nadine Labaki’s gelijknamige derde speelfilm. De film is een markante sprong voorwaarts ten opzichte van haar zoetere voorgaande films Caramel (2007) en Et maintenant on va où? (2011).

Die weinig evocatieve titel staat in schril contrast met de hartverscheurende inhoud van Capharnaüm. Hetzelfde geldt voor de raamvertelling in een rechtszaal die Labaki inzet. Zain staat terecht voor een steekpartij, maar klaagt zelf zijn ouders aan omdat ze hem “het leven hebben gegeven”. Het lijkt op een melodramatische gimmick van Frank Capra, die Labaki aanwendt om Zains miserabele leven in flashbacks uiteen te zetten. Maar de terugkerende scènes in de rechtszaal voelen vaak geforceerd, zeker in contrast met de rest van de op het schrikbarende af realistische film. Het zal de rest van de film zijn geweest die Capharnaüm de juryprijs opleverde op het afgelopen filmfestival van Cannes, waar Labaki een van de slechts drie vrouwelijke regisseurs in de competitie was.

Charismatisch
Schijnbaar moeiteloos draagt de jonge debutant Zain al Rafeea de centrale rol. Net als de rest van de cast vonden Labaki en haar team hun charismatische hoofdrolspeler in de sloppenwijken van Beiroet waar de film zich ook afspeelt, in een leven dat helemaal niet zo ver af ligt van dat van zijn personage. De grofgebekte Zain is een van de vele kinderen in een gezin waar de ouders hun nakomelingen vooral als inkomstenbron zien – in de rechtbank kunnen ze niet eens precies meer zeggen hoe oud de jongen is. Erger nog is het lot van Zains elfjarige zusje Sahar die, nadat ze voor het eerst ongesteld wordt, ondanks Zains pogingen haar te redden, door hun ouders wordt uitgehuwelijkt aan de hoogste bieder.

Het is een eerste confrontatie met het harde leven voor dit veel te jonge kind, dat er niet beter op wordt nadat hij van huis wegloopt. Toch zijn er ook momenten van schoonheid, nadat hij door de illegale Ethiopische vluchteling Rahil in huis wordt genomen en er uiteindelijk alleen voor komt te staan met diens jonge zoontje Yonas. Labaki vindt de juiste balans tussen empathie en medelijden, en weet daardoor te voorkomen dat haar heftige verhaal doorschiet naar ‘ellendeporno’ die zich verkneukelt over het verdriet dat wordt getoond.