Along the Way

Hoe is het om te moeten vluchten

Along the Way

“We komen er aan, of jullie willen of niet.” Zelfverzekerd houden twee Afghaanse jonge vrouwen hun doel voor ogen. Maar vluchten is geen kleinigheid.

Wie ‘vluchteling’ zegt, denkt op dit moment vooral aan Oekraïne. Zijn we al die anderen al bijna vergeten? Het gebons op de poorten van Fort Europa? Kamp Moria op Lesbos? Goed dus dat juist nu Along the Way in de bioscoop komt, de nieuwe film van Mijke de Jong (Layla M.), die de vluchtervaring confronterend dichtbij brengt.

De kiem werd gelegd in datzelfde Kamp Moria waar De Jong de Afghaanse tienertweeling Maliheh en Nahid ontmoette. De twee getalenteerde zussen spelen nu overtuigend naturel Zahra en Fatima in een verhaal dat voor een groot deel op hun eigen belevenissen is gebaseerd.

Het begint bijna argeloos. Zahra en Fatima zijn in Moria en dromen van het maken van een film. Ze oefenen met de camera en stellen zich aan de kijker voor. Dan duikt de film plotseling drie jaar terug in de tijd en zitten we midden in de zenuwslopende poging van een groep vluchtelingen, onder wie Zahra en Fatima, om de Iraans-Turkse grens over te steken. Schoten in de verte, paniek. Smokkelaars die hen ruw in een auto duwen. Gestrand in Istanboel is er nog steeds geen rust. Hun moeder zijn ze in de chaos kwijtgeraakt. Wie kunnen ze vertrouwen?

De beweeglijke filmstijl, de goed getroffen sfeer van onzekerheid en onverwachte gebeurtenissen, dat alles benadert het gevoel van een immersieve documentaire. Het fictieve verhaal van Zahra en Fatima wordt afgewisseld met echte (korte) interviews met vluchtelingen. Even sobere als indringende getuigenissen die het verhaal breder trekken, voor meer achtergrond zorgen en de mensen waardigheid geven.

Vluchtelingen en hun ervaring een gezicht geven, dat is de kracht van Along the Way. Het zijn mensen zoals jij en ik. Zahra vertrouwt ons toe dat ze in Nederland iets wil bereiken: “De Filmacademie. Waarom zou dat niet kunnen?”

Heel goed ook dat De Jong overbodige dramatische constructies of gemakkelijk vingerwijzen vermijdt. De spanning die soms tussen de twee zussen ontstaat, of de gewetensbezwaren vanwege de manier waarop ze hun oversteek naar Lesbos hopen te financieren – je snapt het direct.

Dat Along the Way zo overtuigt, is ook te danken aan de spontane energie die de hier als actrices debuterende Maliheh en Nahid Rezaie inbrengen. Met hun onbevangen houding lijken ze zichzelf te zijn, maar ze spelen wel degelijk twee rollen. Met die hoofdrollen (en de interviews met andere vrouwen die met het verhaal zijn verwoven) geeft De Jong de film nog iets dat in dit door jongensavonturen gedomineerde genre (denk aan de documentaire Shadow Game) tamelijk uniek is: het is een vluchtverhaal van vrouwen, die vaak nog meer gevaar lopen dan mannen. Along the Way brengt het zo vanzelfsprekend dat dat eigenlijk achteraf pas opvalt.