Webfilm: Maarten Groen over Rotor

Al tien jaar lang maakt Maarten Groen commercials voor productiehuis DPPLR, maar er begon laatst toch iets aan hem te knagen. Groen: “We hebben altijd de wens gehad om fictie te maken.” Om zijn liefde voor film niet uit het oog te verliezen, maakte Groen de korte film Rotor, die vorige week online is geplaatst.

Aan elk element in Rotor valt te zien dat deze korte film het product van vakkundige mensen is: van het in beeld brengen van de hoofdlocatie — een sfeervolle belichtte, ouderwetse controlekamer — tot aan het fysieke spel van hoofdrolspeler Raymond Thiry. Toch werd deze gelikte science fiction-short, die bij vlagen Groundhog Day, Moon en Tinker Tailor Soldier Spy oproept, op het festivalcircuit in de debuutcategorie geplaatst. Een positie die niet helemaal eerlijk lijkt te zijn, want regisseur Maarten Groen heeft met zijn crew al ruim tien jaar ervaring binnen het filmvak. Wie zijn in de stijl van Mad Man geschoten commercials voor elektronisch sigaretten merk Flavor Vapes ziet, snapt dan ook direct waar Groen vandaan komt. Dit is een reclamevakman die nu pas het pad van de fictiefilm bewandelt.

“In principe was ons doel voor de film dat die vooral online veel bekeken zou worden”, zegt Groen. “Scenarist Nils Vleugels stelde haast dogmatische regels voor het scenario op: het mocht niet te lang duren, moest meteen pakkend zijn en mocht geen dialoog bevatten.” Met die insteek schreef Vleugels Rotor, een film waarin Raymond Thiry (Oorlogswinter, Black Out) vastzit in een macabere loop. Als bewaker van een controlekamer is hij degene die een indringer opjaagt, maar tegelijkertijd ontstaat ook het gevoeld dat Thiry zelf opgejaagd wordt. De film suggereert dat deze wisselwerking nog heel lang in stand kan worden gehouden.

Het strikken van een naam als Thiry ging voor de productie van Rotor verbazingwekkend vlot. Groen: “Castingbureau Kemna gaf ons een grote lijst met acteursvoorstellen, maar in eerste instantie voelde het nog niet alsof daar iets tussen zat. Toen stelden zij voor dat wij een top vijf van acteurs konden sturen. Het maakte niet uit of we die ook echt konden krijgen. We stuurden dat dus op, met Thiry op één. Twee dagen later zat ik met hem koffie te drinken en zei hij ja.” Zonder enige dialoog — op een boodschap in een portofoon na — speelt Thiry zijn rol in Rotor vooral op fysieke wijze: met blikken, bewegingen en lichaamshouding weet hij een personage neer te zetten. “Raymond vond het een script dat bij hem paste. Het ging om zijn aanwezigheid. Hij vond het fijn om weer eens op zo’n manier te spelen.”

Maar een grotere rol is misschien nog wel weggelegd voor Rotor’s bijzondere locatie: een ouderwetse controlekamer van een energiecentrale. Met grote analoge schuiven, knoppen en bijhorende lampjes is het een haast magische locatie. De functie van de kamer is niet te herleiden, maar het zal ongetwijfeld met iets enorm belangrijks te maken hebben. Nog imposanter is overigens de bijhorende zeventig meter lange ondergrondse tunnel. De sfeer druipt ervan af en daar heeft Groen met zijn crew goed gebruik van gemaakt.

In prachtige belichte shots weet Groen de grimmige locatie tot leven te laten komen. Het is dan ook aan alles te zien dat Rotor niet zomaar een debuutje is. “Wij zijn in de afgelopen tien jaar enorm geconditioneerd door het reclamevak”, legt Groen uit. “Dat klinkt pretentieus, maar we zijn nu gewend om met grote lichtteams te werken en met andere professionele apparatuur. Als ik me nu een verhaal voorstel, dan denk ik gelijk in termen van licht en kleurtemperatuur. Ik vind het fijn dat mensen Rotor als een debuut kunnen waarderen, maar ik voel dat zelf niet zo. Ik zie het als een logische uitwerking van wat wij al deden.”

Groen bracht weliswaar zijn ervaring naar Rotor, maar een korte film maken is iets anders dan een commercial. “Reclame maken is altijd super leuk om te doen, alleen is het vaak een soort compromis. Het is eigenlijk wel eens verfrissend om iets te maken zonder opdrachtgevers die op over je schouders meekijken. Tegelijkertijd is dat ook heel spannend, omdat ik me deze keer nergens achter kan verschuilen.”

Nu Rotor zijn festivalronde heeft gehad en online staat, gaan Groen, Vleugels en de rest van het team van DPPLR gewoon verder. “In ons tienjarige bestaan hebben we altijd fictie willen maken, maar verdienden we ons geld met reclames. Nu hebben we hopelijk de weg teruggevonden naar fictie. We proberen nu door te pakken” Een opvolger staat in ieder geval in de planning: Vliegen, een magisch-realistische korte film over een zeven jaar oud meisje die een man uit een raam ziet springen, maar niet begrijpt dat ze een zelfmoord heeft gezien. Een speelfilm zit er ongetwijfeld ooit ook nog wel in, maar tot die tijd maakt Groen met DPPLR met plezier nog gewoon reclames. Zijn liefde voor film is nu in ieder geval bewezen.

Hugo Emmerzael