Dan Geesin over Een mislukt eerbetoon aan moederliefde

‘Communicatie is de grootste tragedie van de mens’

Dan Geesin. Foto: André Bakker

In Een mislukt eerbetoon aan moederliefde is een ontploffing niet de climax, maar het begin­punt. Iemand verdwijnt, als in de rookwolk van een goocheltruc, maar dan voorgoed en met kabaal en bloed. Regisseur Dan Geesin: “Deze film is een sprookje voor volwassenen, gefilmd als horror voor kinderen.”

Voor de Brits-Nederlandse schrijver, regisseur en producent Dan Geesin (Sputum, 2022) begon zijn nieuwe film Een mislukt eerbetoon aan moederliefde als een aantekening in een schrift, ergens rond 2008. Hij schreef over moederliefde en opoffering, in de nasleep van een periode waarin hij ermee werd geconfronteerd dat zijn partner geen kinderen wilde. Hij had haar nooit duidelijk genoeg gezegd dat het voor hem wel belangrijk was.

“Ik ben nooit goed opgekomen voor mezelf en mijn eigen familiewens”, zegt Geesin nu. Die verzwegen wens zorgde ervoor dat hij in een burn-out terechtkwam, met fysieke klachten en het gevoel dat zijn leven zoals hij het kende voorbij was: “Het voelde alsof ik was geëxplodeerd.” Pas later begreep hij dat dit het verhaal voor een film zou worden.

Het niet onder woorden kunnen brengen van wat je werkelijk wilt, tekent ook de emotionele binnenwereld van hoofdpersoon Samuel (Juda Goslinga). Communicatie, zegt Geesin, is de grootste tragedie van de mens: we proberen elkaar te bereiken, maar missen elkaar steeds net. “Dat is ook waarom we verhalen vertellen, in steeds andere vormen, om een kloof te overbruggen die nooit echt gedicht wordt.” In zijn film maakt hij het gevolg daarvan op een letterlijke manier zichtbaar: iemand die te veel binnenhoudt, ontploft.

In Een mislukt eerbetoon aan moederliefde voert Geesin je mee naar een raadselachtige, volstrekt eigen wereld. Er is een folkloristische moederfiguur (Frieda Pittoors) die jam maakt en actief is op sociale media. Er is zoon Samuel die met bloedspetters op zijn vierwieler door de polder rijdt. Er is een mysterieus kinderliedje dat je nooit eerder gehoord hebt. Piepen de potjes jam omdat ze tegen ons willen praten? En waarom speelt de politieagent (Bart Klever) thuis alles na met poppenkastpoppen?

Een mislukt eerbetoon aan moederliefde

Alles bij elkaar roept het de vraag op of deze film een sprookje voor volwassenen is of een horror voor kinderen. Geesin: “Het onderwerp is een sprookje voor volwassenen en ik hoop dat de manier waarop het gedraaid is een horror voor kinderen is. Dat laatste zal ook komen van de BBC-jeugdseries uit de jaren zeventig en tachtig waar ik als kind naar keek. Daar zat iets in wat nu haast niet meer kan. Het was minder voorzichtig, dingen mochten rauwer en vreemder zijn. Er werd minder nagedacht over wat wel en niet kon.”

Doctor Who (vanaf 1963) staat wat dat betreft voorop, zegt hij. Beperkte middelen dwongen makers tot improvisatie en ongepland ontstond iets wat echter voelde dan wat nu voor kinderen gemaakt wordt. Dat principe trekt hij door naar zijn eigen film. Beperkingen werken niet als hindernis, maar als motor. Dat je de naden ziet van het weefsel, de trucs, de eenvoud – dat is waar voor Geesin de verbeelding ontstaat.

Tegelijkertijd roemt Geesin zijn script editors, die hem adviseerden om, in Geesins woorden, “meer recht op de neus te slaan”. “Ik ben chaotisch en spring van de hak op de tak. Ik denk vaak dat iedereen me begrijpt, maar ik moet directer zijn en zonder omwegen zeggen wat ik bedoel.”

Speelsheid
Anders dan de gevoelige aanleiding voor de film doet verwachten, is het de speelsheid die domineert. Geesin vermengt zijn opgeborrelde concepten met eigen ervaringen, namen die in een gebrabbeld taaltje lijken bedacht én, nog het meest verrassend, tastbaar gemaakte woordgrappen. Hij trekt zich daarbij niets aan van het ongemak dat daaromheen hangt en trekt dat juist door tot in extremen. Iemand wie alles te veel wordt, ontploft. Letterlijk. Als wordt gezegd dat jam met liefde wordt bereid met ‘iets van jezelf’ erin, doelt men niet op een ziel als geheim ingrediënt, maar op stukken onderbeen of vingers van de maker.

“Dat doe ik vooral om mezelf te vermaken”, zegt Geesin. “Ik zit heel veel in mijn eigen grot dingen te ontwikkelen, dus ik probeer het zo boeiend en leuk mogelijk te houden. Vandaar ook namen als Patatti of Tante Patat – bijna onwerkelijk, maar voor mij heel grappig. Het spreekt tot de verbeelding. Het klinkt alsof het bedacht is door een kind dat speelt in zijn kamer. Tegelijk is alles tijdens het maken nog in ontwikkeling. Je moet kunnen ingrijpen, verschuiven, kijken naar wat er is. De esthetiek ontstaat daaruit. Die atelierpraktijk is voor mij essentieel in het filmmaken.”

Speelsheid voelt bij Geesin niet als vlucht. Het is zijn manier om uit te drukken wat anders ongezegd bleef. Met Een mislukt eerbetoon aan moederliefde vindt hij in lichtheid het middel om een eerder gevoelde zwaarte te bezweren.


Een mislukt eerbetoon aan moederliefde draait vanaf 30 april 2026 in de bioscoop.