Embé #6
Dat je niet de enige bent
Dina Inou
Martijn Blekendaal (The Invisible Ones, De man die achter de horizon keek) schrijft maandelijks over de oneindige mogelijkheden van de jeugddocumentaire.
De zeventienjarige Dina is in haar dorp “de enige Marokkaan”. Tegelijkertijd wordt zij soms een “nep-Marokkaan” genoemd. Want ze is in Nederland opgegroeid, nog nooit in Marokko geweest en de talen van het land onmachtig.
Fouzia El Hannouti’s jeugddocumentaire Dina Inou (2025) verkent op innemende wijze de culturele tussenruimte waarin Dina’s identiteit vorm krijgt. De film laat zien wat dat oneigenlijke dilemma – Marokkaan of Nederlander – met haar doet.
Kinderen praten niet makkelijk over wat hen dwars zit. Jeugddocumentaire is wat dat betreft geen spiegel van een zichtbare werkelijkheid, maar de reflectie op een onzichtbare realiteit. Zouden er klasgenootjes zijn die al vóór het zien van de film stil stonden bij Dina’s worsteling? Ik betwijfel het. Als kind ontgaat je zo veel… zelfs gebeurtenissen die nauwelijks te missen lijken – besefte ik onlangs na een bezoek aan een reünie van de basisschool.
Een docent vertelde wat zich in die jaren bij twee klasgenootjes achter de voordeur had afgespeeld. Een vader die plotsklaps uit het leven gerukt was door een ongeval op het werk. Een moeder die zich van het leven had beroofd.
Geen van ons had er iets van gemerkt. Ze droegen hun verdriet onzichtbaar. Dat besef laat me maar niet los.
Wat zou onze onwetendheid voor hen hebben betekend? Was het een welkome afleiding van het drama thuis? Of juist een muur die hun eenzaamheid benadrukte?
Jeugddocumentaires bieden aanknopingspunten voor een gesprek. Ze laten ruimte voor twijfel en verwondering, voor vragen en herkenning. Ik herinner mij een vertoning van mijn jeugddocumentaire De man die achter de horizon keek (2018) op een basisschool in een Amsterdamse buitenwijk. De film gaat over de mysterieuze verdwijning van kunstenaar Bas Jan Ader in 1975. Maar ook over faalangst. “Waar zijn jullie bang voor?”, vroeg de juf. “Allah!”, antwoordde een jongetje. “Dat Geert Wilders minder Marokkanen wil”, riep een klasgenootje. En zo kwam een warrig maar openhartig en ontroerend gesprek op gang. Het loste niks op – natuurlijk niet. Maar het doorbrak wel een zeker isolement. Dus ik ben niet de enige die hiermee worstelt, zag je kinderen denken.
Ik vraag me af wat het verschil zou zijn geweest als er in mijn lagereschooltijd net zo’n rijke schat aan jeugddocumentaires was geweest als nu. Als wij de mogelijkheid hadden gehad om Waarom bleef je niet voor mij? (2020) te zien, Milou Gevers’ aangrijpende documentaire over kinderen die een ouder zijn verloren aan zelfdoding. Of Astrid Bussinks speelse Luister (2017), over kinderen die bellen met de kindertelefoon. Of Fouzia El Hannouti’s film over leven tussen twee culturen.
Ja, ik denk dat ik daarom zo van jeugddocumentaires houd. Omdat ik geloof dat ze een verschil kunnen maken.