Angela Schanelec over Ich war zuhause, aber…

De kunst van het intermezzo

Ich war zuhause, aber…

“Als ik een beeld creëer doe ik er alles aan om te zorgen dat je alleen met dat beeld hoeft te zijn, zonder dat je er iets in hoeft te lezen, zonder dat je er iets in kúnt lezen.” Aldus Angela Schanelec over haar nieuwe film Ich war zuhause, aber…, vanaf 29 maart op bluray. Toch is er in haar film over rouw en vervreemding zo veel te zien. Een klein wonder.

Angela Schanelec is een bijzondere filmmaker. Haar vorige film Der traumhafte Weg (2016) was een liefdesgeschiedenis die een tweeluik zou kunnen vormen met Transit (2018) van haar beroemdere landgenoot Christian Petzold. Een metafysische, trans-realistische spookgeschiedenis van twee door de tijd heen naar elkaar reikende mensen, wier lot op mysterieuze wijze met elkaar verbonden is, ook als de tijd van de een en de tijd van de ander elkaar nooit echt raken. Vanaf haar doorbraakfilm Marseille (2004), over een jonge fotografe die tijdens een onbestemde periode in haar leven Berlijn voor Marseille verruilt, is haar werk zowel hermetischer als etherischer geworden. Nu is, twee jaar na de première op het filmfestival van Berlijn, haar nieuwste film Ich war zuhause, aber… (I Was at Home, but…) voor Nederlandse filmkijkers beschikbaar gekomen, althans voor wie het geduld heeft om de film bij de Engelse distributeur te bestellen.

Toen ik haar sprak, direct na de première in Berlijn, was Schanelec zelf nog op zoek naar de betekenis van haar film, die enkele dagen later zou worden bekroond met een Zilveren Beer voor Beste Regie. Ze is een intuïtieve maker, geen conceptuele. Haar werk is autobiografischer dan ze wil toegeven. Negen jaar na de dood van haar partner, theatermaker Jürgen Gosch, spelen in Ich war zuhause, aber… thema’s als rouw, ontkenning en vervreemding de hoofdrol.

Hoofdpersoon is de alleenstaande weduwe Astrid (vaste Schanelec-actrice Maren Eggert) die een nieuwe klap te verduren krijgt als haar puberzoon Phillip plotseling verdwijnt, en op even raadselachtige wijze weer opduikt. Een groot deel van de plot bestaat eruit dat ze zijn leraren wil overhalen om hem weer op school toe te laten, alsof er niets is gebeurd. Dan is er nog een verhaallijn over een tweedehands fiets. En Astrid heeft halverwege de film een lang gesprek met een filmmaker, gespeeld door de echte filmmaker Dane Komljen. Zijn debuut Svi severni gradovi (All the Cities of the North, 2016) vormt een perfect thematisch en stilistisch drieluik met Der traumhafte Weg en Transit. Schanelecs auteurschap is een werk van affiniteiten. De belangrijkste daarvan is haar verwantschap met het werk van Bresson en Ozu.

Angela Schanelec tijdens Berlinale 2019 (foto: Martin Kraft, CC BY-SA 4.0)

Hamlet
“Het eerste beeld wat ik had’’, begint Schanelec, aarzelend, zoekend naar de juiste manier om haar zin te beginnen, “was van een jongen op die leeftijd waarop hij geen kind meer is, maar ook nog geen man, die helemaal vies en verfrommeld uit het bos naar huis terugkeert.’’

Als ik haar vraag of ze er zelf als kind van hield om er alleen op uit te gaan, en te verdwalen, wordt haar stem nog zachter: “Er was aan mij niets exceptioneels. Ik was een heel bescheiden meisje uit een kleine familie in een kleine gemeenschap. Het gaat niet om mij. Ik heb ook nooit een doel. Ik zet me niet aan het schrijven om ergens uit te komen. Het gaat om wat de toeschouwer in mijn films kan zien. Ik hou er niet van als mensen mij vragen of hun interpretatie van mijn werk klopt. Ik interpreteer mijn eigen werk niet. Het probleem van interpretatie is dat het vaak gepaard gaat met een verlangen om alles in een paar zinnen samen te vatten. Ik maak een film om daarachter te komen. Bovendien duurt een film anderhalf uur, en gaat het om de tijd die je met de film doorbrengt. Als ik een beeld creëer doe ik er alles aan om te zorgen dat je alleen met dat beeld hoeft te zijn, zonder dat je er iets in hoeft te lezen, zonder dat je er iets in kúnt lezen.”

Behalve filmmaker is Schanelec ook actrice, en met name het theater, en de relatie tussen spel en werkelijkheid vormen een doorlopend leidmotief. De klas van Phillip repeteert een schoolvoorstelling van Hamlet (in Schanelecs eigen vertaling). Zijn ‘zijn of niet-zijn’ is de drempel waarop alle personages balanceren. “Hamlet is een uniek en complex personage. Er is misschien niemand in de theatergeschiedenis die zo eenzaam is. Hij is extreem intelligent, maar het brengt hem niets. Al zijn gedachten en al zijn inzicht brengen hem nergens.”

“Het grootste misverstand is echter om zelfs een personage als Hamlet psychologisch te benaderen. Je moet de tekst vertrouwen. Mijn taak als schrijver en later als regisseur is om materiaal aan te bieden dat speelbaar is. Het gaat om het werk, om het proces. Eenvoudig is het niet om iets uit te leggen als het punt is om het niet uit te willen, niet uit te kúnnen leggen.”

“Elke zin in mijn scenario’s is een shot”, vervolgt ze. “Ik schrijf chronologisch, zonder emotie. Niet opzettelijk elliptisch. Maar het is onmogelijk om te anticiperen op wat je in een gezicht kunt zien. Het gaat om dat zien.”

En er is zoveel te zien in Ich war zuhause, aber… In elk frame zit een klein wonder.


Ich war zuhause, aber… is vanaf 29 maart verkrijgbaar op blu-ray (regiovrij, distributie: Second Run).