Cannes 2026: Vooruitblik

Geen blockbusters, wel (een beetje) AI

Teenage Sex and Death at Camp Miasma

Filmkrant doet de komende elf dagen verslag van het 79ste filmfestival van Cannes. Op de openingsdag kijken we vooruit op de alweer 25ste editie onder artistiek directeur Thierry Frémaux.

Volgend jaar viert het filmfestival van Cannes haar tachtigste verjaardag. Toch begint vandaag ook een soort jubileumeditie. Thierry Frémaux staat inmiddels 25 jaar aan het roer van het grootste filmfestival van de wereld. Veranderingen die van grote impact waren op de filmindustrie – de digitalisering van cinema, de opkomst van streamingdiensten, de lockdowns tijdens de coronapandemie, geopolitieke conflicten – maakten het hem de laatste jaren niet makkelijk om steeds weer een blinkend filmfeest aan de Franse Rivièra op te tuigen.

Maar Frémaux is niet iemand die in het verleden zwelgt, tenzij het om de liefde voor de filmgeschiedenis zelf gaat. In een interview met Variety vertelt hij dat hij traditiegetrouw op de allerlaatste festivaldag een lijstje opstelt met titels die hij op de volgende editie hoopt te vertonen. Kortom: Frémaux kijkt liever vooruit.

Hoeveel overlap er zit tussen het lijstje dat hij vorig jaar maakte en de daadwerkelijke programmering van de 79ste editie, die vandaag opent met Pierre Salvadori’s La Vénus électrique, zullen we nooit weten. Ongetwijfeld had Frémaux de opvallende afwezigheid van Amerikaanse studiofilms niet zien aankomen. In 2022 vlogen nog straaljagers over bij de première van Top Gun: Maverick, maar dit jaar is zulke spierballencinema ver te zoeken. Steven Spielbergs Disclosure Day, Christopher Nolans The Odyssey en Alejandro González Iñárritu’s Digger, waarin Cannes-coryfee Tom Cruise de hoofdrol vertolkt, schitteren bijvoorbeeld door afwezigheid. Uit Amerika draaien alleen kleinere films van James Gray en Ira Sachs in de hoofdcompetitie.

Als vanouds wordt die competitie gedomineerd door terugkerende regisseurs: Ryusuke Hamaguchi, Pedro Almodóvar, Asghar Farhadi, Paweł Pawlikowski, Marie Kreutzer, Lukas Dhont, Hirokazu Kore-eda. Opvallend is de rentree van Valeska Grisebach met The Dreamed Adventure, haar eerste film sinds het indringende Western dat in 2017 in de Un Certain Regard-sectie stond. Nog spannender is de terugkeer van de Russische cineast Andrei Zvjagintsev, die na het koelbloedige Loveless (2017) zijn nieuwe film Minotaur in ballingschap maakte. Wat tot nu toe bekend is over de plot, die draait om een Russische zakenman die in 2022 zijn wereld ziet instorten en als gevolg daarvan steeds gewelddadiger wordt, hint op een venijnige diagnose van Rusland in oorlogstijd.

Zvjagintsev is verre van de enige aanwezige regisseur die buiten hun geboorteland filmde. Ook bij de Iraanse regisseur Ashgar Farhadi, die zijn nieuwe film Parallel Tales in Frankrijk draaide, speelt gebrek aan politieke vrijheid in eigen land onmiskenbaar een rol. Maar ook Pawlikowski, Hamaguchi, Mungiu en Grisebach gingen de grens over, respectievelijk naar voormalig West-Duitsland, Frankrijk, Noorwegen en Bulgarije. Het tekent het verschuivende filmlandschap, waarin internationale producties simpelweg vereist zijn om een kostbare film van de grond te krijgen. Niet voor niets stond Frémaux vorige maand tijdens de persconferentie waarin het merendeel van de festivalselectie werd aangekondigd stil bij de vraag wat de term ‘nationale cinema’ nog betekent in tijden van globalisering en ontheemding.

Die vraag sluit aan op een nog fundamentelere kwestie: wat de betekenis van cinema nog is. Dat urgente onderzoek loopt door deze hele Cannes-editie heen. Zo verwelkomde de gemeente Cannes afgelopen maand nog de tweede editie van het World AI Film Festival, waar regisseur Mathieu Kassovitz (La haine, 1995) declameerde dat het over een paar jaar niemand meer zal uitmaken of er door AI gegenereerde acteurs in films zitten. Op dit moment zit Frémaux nog in de rol van AI-scepticus – zo wordt overduidelijk gebruik van AI sinds dit jaar beleidsmatig uit de hoofdcompetitie geweerd. Maar die rol kent nu al grenzen: buiten de competitie vertoont het festival wel de documentaire John Lennon: The Last Interview, waarin Steven Soderbergh gebruikmaakt van AI om de laatste dag van de vermoorde Beatles-frontman te verbeelden. Kore-eda reflecteert op het AI-debat in de inhoud van zijn Sheep in the Box, waarin een familie zoekt naar een surrogaat voor hun overleden kind in de vorm van een door AI gestuurde robot. 

Meerdere prominente regisseurs richten hun camera’s op het filmproces zelf. Zo opent Jane Schoenbrun de Un Certain Regard-sectie met Teenage Sex and Death at Camp Miasma, een psychoseksuele hommage aan iconische horrorfranchises uit de jaren tachtig. De Amerikaanse regisseur zelf beschrijft haar film, over een queer filmmaker die nieuw leven in een versleten horrorserie moet blazen, als Portrait de la jeune fille en feu (2019) in het universum van Halloween (1978). Ook de Spaanse cineast Rodrigo Sorogoyen duikt achter de schermen van een filmproductie voor competitiefilm The Beloved, met Javier Bardem als regisseur die zijn van hem vervreemde dochter in een nieuw werk cast – een uitgangspunt dat veel lijkt op Joachim Triers vorig jaar in Cannes bekroonde Sentimental Value. Pedro Almodóvar gebruikt in melodrama Bitter Christmas het maakproces voor persoonlijke reflecties op cinema, rouw en ouderdom. Opvallend genoeg draaide die film vanaf eind maart al in de Spaanse bioscopen, terwijl films in de Cannes-competitie hier over het algemeen hun wereldpremière beleven.

Deze voorzichtige vooruitblik op de festivalselectie suggereert een zoektocht naar antwoorden op razende ontwikkelingen in de wereld. In het interview met Variety stelt Frémaux dat cinema “een periode van grote kwetsbaarheid” doormaakt. Aan hem de taak om tijdens deze editie van Cannes te laten zien dat film veerkrachtig en vitaal genoeg is om zichzelf steeds opnieuw uit te vinden.