Venetië 2026: Utopie?
Slavoj Žižeks geplette vogels
The Pervert’s Guide to Utopias
Filmkrant doet verslag van het 83e filmfestival van Venetië, waar filosoof Slavoj Žižek in The Pervert’s Guide to Utopias een handige bril biedt om de dystopische films in deze festivaleditie door te bekijken.
Een goede communist is bovenal pessimist, stelt Slavoj Žižek. En de Sloveense filosoof vindt dat we in de neoliberale nachtmerrie waarin we terecht zijn gekomen allemaal een beetje meer communist moeten worden. Daarom poogt hij in The Pervert’s Guide to Utopias een gezonde dosis scepsis mee te geven.
Voor de derde keer kruipt Žižek in de rol van excursieleider door de filmgeschiedenis. Utopias vormt, na The Pervert’s Guide to Cinema (2006) en The Pervert’s Guide to Ideology (2012), het slotstuk van een trilogie van maatschappijkritische filmessays die hij maakte met regisseur Sophie Fiennes en waarmee hij onze politieke lens scherper wil stellen.
Net als in die eerdere films gebruikt hij filmfragmenten om filosofische concepten van onder meer Jacques Lacan, Karl Marx en Georg Hegel te verhelderen. Allemaal vanuit de heilige overtuiging dat cinema als geen andere kunstvorm blootlegt hoe ideologische machtsstructuren doorwerken op ons politieke bewustzijn.
Klinkt ingewikkeld, maar dat is het totaal niet, want de iconische marxist blinkt uit in het vertalen van academisch jargon naar intellectueel vertier. Žižeks retorische hinkstapsprongen zijn minstens zo spannend als de scènes uit vijftien bekende films die hij ons voorschotelt. Onder andere Apocalypse Now, V for Vendetta, Blade Runner 2049, The Sacrifice en Jeanne Dielman, 23 quai du Commerce, 1080 Bruxelles passeren de revue. Ze vormen de bouwstenen voor een vlammend betoog tegen misleidend westers idealisme. Daarmee past The Pervert’s Guide to Utopias bij uitstek in deze bijzonder politieke editie van het festival.
Uit Žižeks kluwen van citaten en ideeën doemen allerlei politieke stellingen op, sommige interessanter dan andere. In ieder geval is zijn centrale these behoorlijk ontnuchterend. Hij stelt dat verlichtingsidealen zoals democratie en vrijheid in het liberale Westen inmiddels volledig zijn uitgehold, gereduceerd tot nietszeggende begrippen. Wat betekent vrijheid nog in tijden van mondiale crisis?
Om zijn these te illustreren haalt Žižek The Prestige (Christopher Nolan, 2006) erbij. Hij toont de scène waarin een goochelaar een kanarie laat verdwijnen door hem plat te slaan. De truc is om het publiek in de waan te laten dat hij het vermoorde vogeltje weer tevoorschijn kan toveren. En inderdaad: er komt weer een kanarie tevoorschijn, dus geen reden voor paniek. Wij, daarentegen, zien het bedrog: terwijl een andere vogel het publiek verblijdt, verdwijnt het wel degelijk vermorzelde eerste vogeltje in de prullenbak. Žižek gebruikt de scène als metafoor voor hoe westerse regeringen ons laten geloven in fantoombeelden als vrijheid en democratie. Er is altijd iemand die de rekening betaalt om een utopische schijn van vooruitgang hoog te houden. Daarom adviseert Žižek ons wijselijk: “Wanneer iemand verkondigt dat we vrijheid of iets dergelijks hebben, zoek dan naar het geplette vogeltje.”
Het blijkt leuk huiswerk om in andere films op het festival naar de ‘geplette vogels’ te zoeken. Wat zou Žižek bijvoorbeeld te zeggen hebben over de haast vier uur durende documentaire Musk? In dit exposé zet Alex Gibney uiteen hoe de rijkste – en waarschijnlijk ook machtigste – man op aarde een techno-fascistisch imperium uit de grond heeft gestampt. Met dank aan de utopische toekomstbeelden die Musk aan investeerders in Tesla, SpaceX en socialemediaplatform X verkoopt. De kolonisatie van Mars, zelfrijdende auto’s, neurale chips die je brein met artificiële intelligentie laat samensmelten: het lijkt linea recta uit een sciencefictionfilm te komen.
Maar de realiteit, zo laat Gibney zien, lijkt eerder op een horrorfilm. Tesla’s zelfrijdende auto’s rijden volautomatisch op voetgangers in; de raketlanceringen van SpaceX geven de technocraat een monopolie op satellieten; zijn AI- en internetondernemingen staan voornamelijk in dienst van een geglobaliseerd surveillancenetwerk.

De AI-miljardair in fictiefilm Bunker is ongetwijfeld een verwijzing naar Elon Musk. Paul Dano geeft zijn personage zelfs Musks haperende spraakpatronen en wat nerveuze manier van bewegen mee. Florian Zeller volgt The Father (2020) en The Son (2022) op met een plat melodrama vol politieke implicaties, over een Spaanse architect (Javier Bardem) in Londen die twijfelt of hij het contract voor de bouw van een doemsdagbunker voor de door Dano gespeelde miljardair moet aannemen. Zijn vrouw (Penélope Cruz, ook in het echt de partner van Bardem) is tegen en probeert hem op morele gronden te overtuigen. Want waarom zou deze idealistische architect, die met zijn bouwwerken het algemeen belang wil dienen, een omgekeerde ondergrondse piramide ontwerpen voor iemand die zich af wil afsluiten van de ellende van de wereld?
Ook de door Dano gespeelde technocraat is een architect, maar dan van een nieuwe wereldorde waarin de globale elite aan de door hen zelf gecreëerde verdoemenis wil ontsnappen. In een Zoom-gesprek proberen de technocraat en de architect het met elkaar eens te worden over de zin of onzin van een bunker als oplossing voor allerhande doemscenario’s. De miljardair legt uit dat zijn optimistische geloof in een utopische toekomst zomaar zou kunnen omslaan in een pessimistische overtuiging dat de wereld als dystopie gaat eindigen. Waarom dan nog je best doen voor de medemens, als je het je ook kunt veroorloven om je kop letterlijk in het zand te steken?
Žižek heeft een antwoord op de vraag hoe je met zulke ellende omgaat. In zijn ode aan het pessimisme zet hij het zwart-witdenken rondom utopie versus dystopie op zijn kop door het deprimerende Melancholia (2011) erbij te halen. Lars von Triers apocalyptische sciencefictionfilm heeft volgens hem het beste happy end ooit. Waarom? Omdat de planeet die in Melancholia op de aarde afstevent, niet alleen het einde van onze planeet zal betekenen, maar ook zichtbaar maakt waar het leven echt om draait.
Dat het door Kirsten Dunst gespeelde hoofdpersonage eindelijk in staat is het leven te omarmen, op het moment dat de aarde dreigt te vergaan, toont volgens Žižek dat we de hoop nooit moeten opgeven, zelfs niet als alles op instorten lijkt te staan. De mensen om haar heen, die nog geloven dat er iets te redden valt, verkeren ondertussen in een verlammende existentiële crisis. De pessimist, stelt Žižek dus, is een pragmaticus die zich altijd weet te verzetten. En radicaal verzet hebben we meer dan ooit nodig, zelfs als de strijd tegen technocraten, fascisten en andere despoten allang verloren lijkt te zijn.
Zo concludeert Žižek dat juist in radicaal pessimisme een zekere hoop schuilt. Hij sluit zijn opmerkelijke drieluik af met deze boodschap: “We vechten niet alleen voor onze toekomst, maar ook voor ons verleden. Het is een open strijd. En de enige manier om te winnen, is om te beginnen met een flinke dosis pessimisme.”
Bunker en The Pervert’s Guide to Utopias zijn beide aangekocht voor Nederlandse distributie. Releasedata zijn nog niet bekend.