John Woo’s Hard Boiled

Actie in de overtreffende trap

Hard Boiled

John Woo maakte in Hongkong een reeks weergaloze films die de richting van het genre van de actiefilm zouden bepalen. Zijn meesterwerk Hard Boiled (1992) is deze maand opnieuw in de filmtheaters te bewonderen.

“Actie!” Met dit ene woord geeft een regisseur het signaal dat het menens is en de pret mag beginnen. Dat is geen toeval. De gordijnen gaan open, het licht gaat uit, en nu willen we iets zien gebeuren.

In genres als de western, de musical en de gangsterfilm speelt van oudsher nauwkeurig gechoreografeerde actie een hoofdrol. In de jaren tachtig en negentig kwamen die tradities samen in een nieuwe vorm, die we gemakshalve de actiefilm zijn gaan noemen.

Met de opmars van de blockbuster in de jaren zeventig werd de actiefilm dominant in Hollywood. Elk genre kon daarop meeliften: actie werd een categorie waarbinnen meer dan genoeg ruimte was voor horror (Jaws, 1975), ruimteavonturen (Star Wars, 1977), stripverfilmingen (Superman, 1978) en politiethrillers (The French Connection, 1971). Hoe verschillend deze films ook leken, ze namen het publiek allemaal mee in een kinetische achtbaanrit waarin actie centraal stond. Met de opkomst van spierbundels als Arnold Schwarzenegger en Sylvester Stallone groeide de actiefilm definitief uit tot het wereldwijde visitekaartje van Hollywood.

Maar de echte liefhebber wist dat Hongkong de plek was waar daadwerkelijk grenzen werden verlegd. Na de hoogtijdagen van de kungfu-film legden filmmakers zich toe op het moderniseren van martial arts-cinema. Waar clowneske waaghalzen als Jackie Chan en Sammo Hung zich lieten inspireren door Buster Keaton en Harold Lloyd, ontpopte John Woo zich als een filmmaker die uitblonk in het combineren van Chinese tradities met westerse genrefilm.

Woo had zijn sporen verdiend in de lokale filmindustrie als productieassistent bij de Shaw Brothers-studio, waar hij in de leer ging bij kungfu-grootmeester Chang Cheh. Zijn grote doorbraak A Better Tomorrow (Ying hung boon sik, 1986) verplaatste heroïsche archetypes uit de kungfu-traditie naar de moderne stad. Woo vond een manier om zwaardgevechten te vervangen door spectaculaire schietpartijen vol wervelende camerabewegingen en virtuoze stunts. Door Woo’s liefde voor de morele ambiguïteit van het gangsterepos en het sentiment van een klassiek Douglas Sirk-melodrama kregen explosieve actiescènes dramatisch gewicht.

Woo perfectioneerde deze mix van schijnbaar tegenstrijdige ingrediënten in The Killer (Dip huet seung hung, 1989), een even ontwapenend als overdonderend meesterwerk waarmee zijn stijl voor het eerst ook in het Westen bekendheid kreeg, onder de naam heroic bloodshed. Eindelijk ontdekte een groeiende groep Amerikaanse en Europese filmfanaten via de videotheek een filmtraditie die gewelddadiger en bovenal intenser was dan Hollywood-actie. De meest prominente pleitbezorger voor Hongkong-cinema was in deze jaren Quentin Tarantino, wiens debuutfilm Reservoir Dogs (1992) beleefd gezegd was geïnspireerd door Ringo Lams strakke actiethriller City on Fire (Lung foo fung wan, 1987).

Morele paniek
Toen John Woo begon aan de productie van Hard Boiled (Lat sau san taam, 1992), was hij niet alleen de meest gevierde regisseur in Hongkong, maar ook het middelpunt van een groeiende controverse. Critici zagen in de toename van gewelddadige actiefilms een maatschappelijk probleem. Te midden van een toenemende morele paniek over de toegankelijkheid van horror- en actiefilms op vhs werd Woo’s heroic bloodshed beschuldigd van het romantiseren van misdadigers en het verheerlijken van extreem geweld.

Hard Boiled was opgezet om in ieder geval een deel van deze kritiek ontkrachten. Waar de hyper-charismatische filmster Chow Yun-fat tot dan toe steeds eerbare gangsters en sexy huurmoordenaars had gespeeld, zou hij nu een Dirty Harry-achtige politieman spelen. Hij wordt bijgestaan door de meer introverte Tony Leung Chiu-wai (In the Mood for Love, 2000) als agent die een gewetenloze bende heeft geïnfiltreerd en tot het uiterste moet gaan om zijn ware identiteit geheim te houden.

Zoals zo vaak in Hongkong-cinema werd ook dit een chaotische productie met een krap budget en nog krappere deadlines. Maar ondanks deze beperkingen wist de inmiddels door de wol geverfde Woo er een overdonderend actiespektakel van te maken. De eerste shoot-out, waarin Chow als een stripfiguur al schietend langs een balustrade naar beneden suist, maakt meteen duidelijk dat deze wereld weinig met realisme te maken heeft. Het is eerder een bloederig ballet, tot in de puntjes gechoreografeerd, waarbij cameravoering, montage en ’s werelds meest virtuoze stuntteam samenkomen in een explosieve vorm van totaaltheater.

Hard Boiled is niet alleen het meest verbluffende meesterwerk van John Woo, maar werd ook een zwanenzang voor de Hongkong-actie die hij wereldwijd een gezicht gaf. De regisseur trok naar Hollywood, waar hij met wisselend succes probeerde zijn karakteristieke stijl te integreren in de meer gepolijste blockbuster-stijl. Pas vele jaren later was de Amerikaanse filmindustrie bereid om actiefilms met deze intensiteit te omarmen in geliefde actie-franchises als John Wick (vanaf 2014). Maar Hard Boiled blijft nog altijd een unicum: een adembenemend actie-meesterwerk met pit, passie, persoonlijkheid en een vette knipoog.