Paolo Sorrentino over La grazia
‘De nieuwe generatie leert ons kwetsbaarheid’
Paolo Sorrentino. Foto: Michael Avedon
Met La grazia toont Paolo Sorrentino zowel de groei als de continuïteit van zijn kunstenaarschap. Nu nóg persoonlijker, weifelender, lichter. “Nu ik ouder word, maak ik films die relevanter voor me zijn.”
In mijn recensie van Paolo Sorrentino’s The Hand of God (È stata la mano di Dio, 2021) vermoedde ik dat hij een fase in zijn kunstenaarschap had afgesloten. Iets wat Sorrentino ook zelf in een interview had gesuggereerd. Inmiddels zijn we twee films verder. Klopte het vermoeden? Zoals zo vaak is het antwoord: ja en nee.
Laten we beginnen met ‘ja’. “Mijn laatste drie films waren persoonlijker en sentimenteler. Ik heb mezelf meer laten gaan en was emotioneel sterker bij de verhalen betrokken. Mijn eerste films weerspiegelden de cinema waarvan ik hield. Maar nu ik ouder word, en meer existentiële vragen heb, maak ik films die voor mijn eigen leven relevanter zijn”, vertelde Sorrentino tijdens een groepsinterview in Venetië, waar zijn nieuwe film La grazia in première ging.
Dat persoonlijke, biografische was heel duidelijk in The Hand of God, waarin Sorrentino zijn eigen jeugd in Napels verbeeldde, met Maradona als verlosser en cinema als vluchtroute. Het was minder duidelijk in Parthenope (2024), een sterk male-gazey portret van het titelpersonage – tevens incarnatie van de stad Napels – dat teruggreep op de operateske kant van zijn eerdere films.
Wat hij weer grotendeels loslaat in La grazia, een meer ingetogen portret van een fictieve president van Italië. Gespeeld door Toni Servillo (prijs voor beste acteur in Venetië), die voor Sorrentino is wat Mastroianni was voor Fellini: een alter ego.

Wat het des te mooier maakt wanneer Servillo in die film, als president Mariano De Santis, tegen een Vogue-interviewer zegt dat hij ook wel zo iemand zou willen zijn die rode jasjes op witte broeken draagt, maar dat hij dat nu eenmaal niet is. Een directe verwijzing naar Servillo’s personage in La grande bellezza (2013), die met precies zo’n pak uitdrukking geeft aan zijn sprezzatura, een moeilijk vertaalbaar begrip dat zoiets betekent als ironische nonchalance en gecultiveerde distantie als maskering van melancholie.
Als ik Sorrentino naar deze verwijzing vraag, antwoordt hij, zo te zien oprecht verbaasd: “Is dat zo? Daar had ik helemaal niet aan gedacht. Je mag het als grapje zien, maar dan wel onbewust.” Wat op zich niet raar is voor een filmmaker met zo’n samenhangend oeuvre: als hij zich zo’n onthechte cultuurfiguur voorstelt, denkt hij nu eenmaal aan dat soort kleding. Dat deed hij toen hij La grande bellezza maakte, en dat doet hij bij het maken van La grazia nog steeds. Een onbewust verband is ook een verband.
Leven en dood
Dat grotere verhaal, dat hij met The Hand of God in zekere zin afrondde, komt heel in het kort hierop neer: zijn mannelijke hoofdpersonen (ook Parthenope draaide meer om de omringende mannen dan om Parthenope zelf) raakten getraumatiseerd door hun seksueel ontwaken – als definitief einde van de jeugd en begin van de angst voor de dood – en onttrokken zich in reactie daarop zo veel mogelijk aan het maatschappelijk verantwoordelijke leven.
Doorgaans zonder het cruciale zelfinzicht dat Sorrentino zou verwoorden in zijn thematisch verwante roman Iedereen heeft gelijk (Hanno tutti ragione, 2010): “Zoals zo vaak mikte ik op het verkeerde doel, dacht ik dat ik tot elke prijs de jeugd moest najagen, terwijl het verlangen de andere kant op roeide. Misschien was dit het platform van alle ongemakken. Een duik in de ouderdom en we laten de wereld achter ons, net als toen we kinderen waren.”
In één klap van jong naar oud en het hele stuk ertussen overslaan. Opeens ga je, zoals Sean Penns goth-rocker zegt in Sorrentino’s This Must Be the Place (2011), van “zo wordt mijn leven” naar “zo is het leven nu eenmaal”. Van vooruitkijken naar de moed opgeven – alles behalve daadwerkelijk leven, verantwoordelijkheid dragen, hier en nu.
Terwijl dat nu juist is waar La grazia over gaat en wat Servillo’s president doet: verantwoordelijkheid dragen. En dan ook nog de grootste verantwoordelijkheid: die over leven en dood. De Santis heeft twee gratieverzoeken op tafel liggen van mensen die om begrijpelijke redenen hun partner hebben gedood. Daarnaast wordt hem door de regering gevraagd zijn handtekening te zetten onder euthanasiewetgeving, die hij, als overtuigd katholiek, ook zou kunnen laten liggen voor zijn opvolger – De Santis’ presidentschap is bijna afgerond.
Eerzaam
En zo komen we bij de ‘nee’: met hun nadruk op ouder worden liggen deze drie films – die bijna een trilogie vormen – wel degelijk in het verlengde van die vroegere, meer extravagante films.
Nadat hij in die films dat trauma van seksueel ontwaken en het daaropvolgend verzet tegen volwassenwording had verwerkt, ging Sorrentino met scharnierfilm The Hand of God terug naar zijn jeugd, om als het ware overnieuw te beginnen. In Parthenope presenteerde hij hetzelfde verhaal daarna voor het eerst met een vrouwelijke hoofdpersoon, om in La grazia zijn mannelijke hoofdpersoon een volwassen verantwoordelijkheid te laten dragen die we nog niet eerder bij hem zagen.
Il Divo (over president Andreotti, 2008), Loro (over Berlusconi, 2018), The Young Pope (2016) en The New Pope (2020) hadden weliswaar ook mannelijke gezagsdragers, maar altijd met het cynisme en de eenzaamheid die bij Sorrentino de onsuccesvolle transitie van jeugd naar volwassenheid kenmerken. Bovendien waren dat alle drie, op verschillende manieren, boeven. Terwijl De Santis juist een wezenlijk eerzaam mens is.
Zie bijvoorbeeld de scène waarin een jonge schoonheid met hem flirt. In eerste instantie lijkt dat weer zo’n ongemakkelijke ‘oude man meets fotomodel’-scène te worden waar Sorrentino een handje van heeft, maar dit keer loopt het anders: De Santis wimpelt de aandacht af en denkt, als zij met een catwalk-loopje van hem heen gaat, alleen maar aan zijn overleden eega. Hier neemt oprechte liefde de plaats in van vluchtige sprezzatura.

Iets vergelijkbaars geldt voor De Santis’ respectvolle relatie met zijn dochter – misschien wel de meest autonome vrouwenrol die Sorrentino tot nu toe geschreven heeft. Het is vooral in de gesprekken met haar – in een film vol prachtige gesprekken – dat De Santis zijn gedachten slijpt. Wat ook weer een persoonlijke projectie van Sorrentino blijkt: “Voor mij is het grote verschil tussen mijn generatie en die van mijn kinderen hoe we omgaan met kwetsbaarheid. Mijn generatie werd geleerd dat kwetsbaarheid iets is dat je moet verslaan. We moesten sterk zijn. Maar deze nieuwe generatie, waartoe ook de dochter van de president behoort, leert ons dat kwetsbaarheid bescherming en respect verdient. En dat ben ik met haar eens.”
Schoonheid van twijfel
Er wordt vaak gezegd dat kunstenaars maar één kunstwerk maken, telkens opnieuw, telkens in net andere vorm. Van Sorrentino kun je zeggen dat hij één lang, zich steeds verder ontwikkelend kunstwerk maakt, waarin wij zijn existentiële groei volgen – eentje waarin ik mijzelf de afgelopen jaren regelmatig herkende en die me daadwerkelijk heeft geholpen.
Dus ‘ja’, Sorrentino had iets afgerond, maar ‘nee’, er is geen breuklijn. Hij blijft leven, hij blijft leren. Waarbij wat mij betreft de les van La grazia (niet alleen te vertalen als de gratie die je kunt verlenen, maar ook als gracieusheid en als de genade die je kunt ontvangen) wordt gevangen in de beschrijving “Grazia is de schoonheid van twijfel”.
Het omarmen van die twijfel vereist een zekere lichtheid, waarin je een vorm van jeugdigheid kunt zien. Zodat, na de vreugdeloze vorm van verantwoordelijkheid die Andreotti toonde in Il Divo, Sorrentino nu een alternatief biedt, waarbij verantwoordelijkheid en lichtheid, volwassenheid, ouderdom en jeugd, niet langer strak gescheiden hoeven zijn, maar samenkomen in – ja, ik zeg het maar gewoon – grote schoonheid.
La grazia draait vanaf 19 maart 2026 in de bioscoop.