De dvd’s van mijn vader
Een filmliefde gekenmerkt door zorgvuldigheid
Existenz
Na het overlijden van zijn vader nam Thomas Heerma van Voss diens immense dvd-collectie over. In de onbestemde periode tussen kerst en oudjaar maakte hij van zijn zolder een minibioscoop en dook hij dagen achtereen in de klassiekers.
Van mijn vader heb ik geen brieven of dagboeken in bezit, geen urn of kleren, geen meubels, serviesstukken of ingelijste foto’s – maar wel staan al zijn dvd’s in mijn huis. Het zijn er duizenden.
Ik heb ze geordend in hetzelfde systeem als hijzelf hanteerde: per land en chronologisch, met belangrijke regisseursoeuvres samengebracht. Dus bij de Spaanse films staan eerst alle Almodóvars keurig bij elkaar, beginnend bij zijn vroege komedie Laberinto de pasiones (1982), en daartegenaan leunen een paar losse Spaanse films, gesorteerd op verschijningsjaar.
In de altijd wat onbestemde periode tussen kerst en oudjaar miste ik mijn vader nog ietsje meer dan gebruikelijk. Dus besloot ik dagen achtereen, van ’s ochtends vroeg tot de nacht begon, onophoudelijk films uit zijn collectie te bekijken.
Mijn vader, die vier jaar geleden overleed, hechtte aan zulk soort projecten. Aan overzicht, aan cultuur. Hij voedde mij – en mijn broer en twee zussen – niet op met expliciete levenslessen of met een grote reislust, ondernemingsdrift of vrolijkheid. Zijn actieradius was ook voor hij ziek werd klein. Het liefst zat hij thuis, achter zijn bureautje of in de zitstoel in de woonkamer. Kranten waren altijd binnen handbereik; vaak stonden muziek of radio aan, en voortdurend had hij zijn blik op de televisie gericht. Dagelijks werden er films bekeken, en al van kinds af aan keek ik graag mee. In die honderden uren voor het scherm werd er weinig gepraat, maar mijn vader had een geruststellend repertoire aan vaste zinnen. Tijdens lange, roerloze shots: “De cameraman was zeker een broodje halen.” Tijdens eindeloze stiltes: “Die acteur is zijn tekst vergeten.”
Vaak benoemde mijn vader ook terloops wat de betreffende regisseur nog meer had gemaakt, en in welk jaar precies, of welke andere rollen die hoofdrolspeler had vertolkt, en o ja, als ik About Schmidt echt zo goed vond, dan moest ik zeker Ikiru eens bekijken, over zo’n zelfde zonderlinge man, en wist ik wel wat Kurosawa allemaal nog meer had gemaakt?
Mijn vader zei het nooit met zoveel woorden, maar alles aan hem maakte duidelijk: dit alles was zeer belangrijk.
Die toewijding werkte besmettelijk. Toen mijn vader in 2006 met pensioen ging, en ik als enige kind nog thuis woonde, keken we bijna dagelijks samen films. Hij had geen obscure of dwarse smaak, zijn filmliefde werd vooral gekenmerkt door zorgvuldigheid en precisie: hij kocht talloze encyclopedieën en bekeek iedere film die daarin getipt werd, werkte zich plichtstrouw door volledige oeuvres heen.
Ik spoorde mijn vader destijds aan om een account te maken op de website MovieMeter, waar gebruikers films kunnen waarderen tussen de één en de vijf sterren. Zo gebeurde het dat we geregeld zonder iets te zeggen samen een film keken, hij in zijn eeuwige zitstoel en ik op de bank, waarna we die afzonderlijk in onze kamers online beoordeelden. Ik zal het niet ontkennen: het deed me op een vreemde manier goed als we een film dezelfde score gaven. We hadden dan hetzelfde gedaan, hetzelfde gezien, en we waardeerden het precies even veel.
Ooit had mijn vader een enorme hoeveelheid videobanden verzameld, maar gaandeweg hadden dvd’s bezit genomen van de kasten rondom de televisie. Mijn vader pakte dat verzamelen aan zoals hij veel in zijn leven deed: stil en geconcentreerd, zonder impulsieve stuiptrekkingen of koerswijzigingen. Elke zaterdag spitte hij bij Concerto in Amsterdam de dvd-bakken door, tweedehands en nieuw, hij kocht hooguit twee films en fietste vervolgens naar huis, en was heel tevreden als hij zo een hiaat in zijn collectie kon opvullen.
In de laatste jaren van zijn leven deed hij steeds minder. Minder afspraken. Geen werk, geen reizen. Ook zijn interesse in muziek en boeken nam af. Maar films bleef hij kijken, meestal ’s nachts en alleen, waarna hij me soms beknopt mailde wat hij ervan vond.
Toen hij ziek werd verklaard, en het meteen duidelijk was dat genezing geen optie zou zijn, sprak hij daar nauwelijks over. Wat hij wel wilde doen: dvd’s bekijken. Bij voorkeur films die hij al kende en die een duidelijk onderscheid toonden tussen goed en kwaad. Dus keken we, hij liggend in zijn ziekenhuisbed en ik weer op de bank, nog enkele weken naar hetzelfde scherm, we zagen opnieuw Indiana Jones, Batman, de oorspronkelijke Star Wars-trilogie.
Na zijn overlijden bleven zijn dvd’s maanden onaangeroerd. Mijn moeder wist niet goed wat ze ermee aan moest. “Misschien opdelen tussen de vier kinderen?”, opperde ze. Maar de collectie bestond juist als geheel, de ietwat megalomane grootsheid maakte de verzameling juist zo charmant. In overleg werd besloten de dvd’s bij mij te stallen. Ik had zowaar onbenutte ruimte op zolder, bevestigde met een handige vriend extra planken aan de muur, sjouwde tientallen dozen naar boven en was dagenlang bezig met uitzoeken, afstoffen, bijlezen, ordenen, waarna ik de dvd’s neerzette alsof ik een prijzenkast vulde.
Inmiddels heb ik de dvd’s ruim twee jaar bij me. Op de eerste plank staan de Nederlandse, inclusief alle vroege Verhoevens, daarna volgen de Finse, Japanse (met de volledige Kurosawa en veel Ozu), Chinese, Russische (Tarkovski natuurlijk), Duitse, Franse, Italiaanse (een rits Fellini en Visconti), Canadese (enkel Cronenberg) en Scandinavische, en dan documentaires (alle Ken Burns), series, en uiteraard veel Amerikaans. Die laatste categorie strekt zich uit over talloze planken, met een grote nadruk op de jaren zeventig en tachtig, ook veel stomme films en westerns en volledige actieoeuvres, met als zwaartepunt Hitchcock, Wilder en Scorsese.
Alleen al de aanblik van al die gesorteerde dvd’s stelt me gerust. Ik ken ze al mijn hele leven en toch valt er altijd wel iets nieuws te ontdekken: een titel die ik slechts vagelijk ken uit mijn vaders mond, een voorkant met onvoorziene nostalgische schoonheid. De afgelopen twee jaar bekeek ik geregeld films uit mijn vaders collectie, maar ik zag er vooral veel niet, en werd me daarvan steeds bewuster. De vroege van Wim Wenders, wanneer maakte ik daar nou eens tijd voor? David Lean: zo vaak had ik mijn vader over hem gehoord, het oeuvre lag op me te wachten, waarom keek ik het niet?
Af en toe liet ik aan anderen vallen dat ik deze collectie bezat, in een zoektocht naar medestanders: samen kijken is toch vaak aangenamer en geconcentreerder dan solo. Een enkele vriend kwam de afgelopen jaren langs voor een dvd-avond, maar koos dan toch bij voorkeur voor meer recente cinema. Meer dan eens vroeg ik mensen of ze gratis een film wilden huren. Dit was mijn stiekeme wens geweest toen ik mijn vaders collectie op zolder stalde: dat elke film, door mij of door iemand anders, nog tenminste één keer bekeken zou worden.
Helaas, zelfs sommige grote filmliefhebbers uit mijn omgeving hadden geen dvd-speler meer. Weggedaan bij een recente verhuizing, overbodig verklaard wegens de streamingdiensten. Maar, sputterde ik dan tegen, op die diensten ontbreken toch veel films? En er zit toch waarde in het tastbare van een dvd, een concreet voorwerp dat je zelf vasthoudt en afspeelt, zonder dat er een algoritme aan te pas komt? Daarbij, ging ik dan verder – en soms voelde het alsof ik niet alleen de dvd maar ook mijn vader verdedigde – werd het aanbod bij al die streamers steeds meer vertroebeld met meuk, terwijl oude films toch juist een onverwoestbaar grote kracht konden hebben?
Ik was het met al mijn woorden eens, dat ben ik nog steeds nu ik dit schrijf. Toch hadden mijn pleidooien weinig effect. Niemand uit mijn omgeving kocht alsnog een dvd-speler. Heel soms zag ik tegenover me, als ik weer eens mijn liefde aan de dvd had verklaard, een blik van mild medeleven, onderdrukte hoon misschien: dvd’s, wat moest een mens daar nou mee? Dweepte ik met een relikwie van vroeger? Sommige mensen reageerden wel sympathiek en wilden beslist een dvd van me lenen of namen zich voor films te komen kijken, maar zoals gebruikelijk trok alledaagse afleiding de meeste aandacht, familieverplichtingen, verjaardagen, geboortekaarten, verhuizingen.
Dus besloot ik zelf initiatief te nemen. Uitgebreider dan ooit tevoren grasduinde ik recent in de dvd-collectie. Land voor land ging door mijn vingers, jaar voor jaar, titel voor titel. Ik zocht niet naar onbekende parels, maar naar films die ik tot mijn eigen verbazing nog nooit had bekeken en waarvan ik sterk voelde dat het tijd werd: omdat ze al decennia bekend waren, omdat ze me intrigeerden, en vooral omdat mijn vader ze ooit kocht en soms hartstochtelijk had aangeraden. Ik maakte een filmschema, alsof mijn zolder een bioscoopje was, met nauwelijks pauzes tussen de vertoningen door: minstens zes films per dag ging ik kijken. Ik nodigde vrienden uit met mededeling: “Dit draait bij mij uit de collectie van mijn vader, wees welkom.”
Ze kwamen. Soms om één film te zien, soms meerdere achtereen. Met vervreemde bewondering inspecteerden ze de dvd-collectie, en daarna wat het scherm hen voorschotelde. En zo zag ik binnen vier dagen, zij aan zij met vrienden, voor het eerst in mijn leven onder meer The General, Lawrence of Arabia, Patton, Spetters, Otto e mezzo, Dersu Uzala, Pantserkruiser Potjomkin, eXistenZ, À bout de souffle, Fitzcarraldo, Zabriskie Point.
Na de dood van mijn vader heb ik me geregeld afgevraagd wat er postuum van iemand overblijft. Waar was hij nou gebleven? Waar was hij nog aanwezig?
Tussen kerst en oudjaar kwam hij levendiger terug dan hij in maanden had gedaan. In mijn hoofd hoorde ik zijn vaste commentaar bij sommige scènes, en ik stelde me voor dat hij sommige van deze films voor het eerst had bekeken toen hij mijn leeftijd had. Aan het einde van iedere kijkdag zocht ik op MovieMeter na hoe hij de films had beoordeeld. Meestal gaven we dezelfde waardering en wat ik daarbij precies voelde kon ik niet helemaal ontcijferen – troost, trots, tevredenheid? – maar het deed me hoe dan ook goed, want het liet zien waar films ook toe in staat zijn, en vooral: dat een deel van dit stilzwijgende verbond nog altijd intact is.