Filmslot: Het horrorverhaal van de genrefilm

  • Datum 05-07-2012
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Foto Angelique van Woerkom

Nu een serie prima genrefilms naliet in de Nederlandse theaters een groot publiek te trekken, is het hoog tijd voor een evaluatie. Lust de bioscoopbezoeker geen horror, actie of spanning van eigen bodem? Of is er wat anders aan de hand? Een lunchgesprek met vijf deskundigen.

Dit voorjaar ging in korte tijd een opvallend groot aantal genrefilms in première. Je had Black Out en Plan C, tegendraadse misdaadkomedies met een Mokumse tongval. De rauwe stadsthriller Taped speelde met het found footage-gegeven en de uitbundige Zombibi hengelde nadrukkelijk naar New Kids-succes. En Dick Maas verbaasde vriend en vijand met de psychologische tweestrijd Quiz. Inmiddels is het golfje gepasseerd, en moeten we vaststellen dat eigenlijk geen van deze films een groot publiek heeft gevonden. Quiz deed het nog het beste, maar met ruim 73.000 bezoekers viel het voor een Dick Maas-film vies tegen.
De eenvoudigste verklaring voor het falen is: ze waren niet goed genoeg. Maar is dat wel zo? Speelde soms ook een gebrek aan promotie, verkeerde positionering, een kieskeurige doelgroep een rol? De Filmkrant riep een lunchtafel vol deskundigen bijeen om te kijken of er antwoorden boven water te halen waren.
Wereldwijd vervullen genrefilms een steeds belangrijker functie. Ze vormen een lanceerplatform voor jong talent en zijn vaak goedkoop te maken. Verder hebben ze een ingebouwd publiek, vooral over de grens. Ze zijn belangrijk voor een filmindustrie, dus ook voor die in Nederland. Hoe kunnen we de genrefilm beter in de markt zetten?

Paul Ruven is producent (Zombibi), scenarist (Het bombardement) en filmmaker (Gangsterboys). Jan Doense is publicist (Schokkend Nieuws), programmeur (Imagine Film Festival), adviseur (Filmfonds) en filmmaker (Rumoer). Hein van Joolen is general manager Lumiere Theatrical, en was sales manager bij BFD. Luc Lafleur is booker Pathé Thuis, de Video On Demand van Pathé Nederland. Max Porcelijn is regisseur (Plan C) en reclamemaker.

Bij deze wilde ik jullie een aantal stellingen voorleggen. De eerste luidt: Er is in de Nederlandse cinema een generatie jonge genrefilmers actief. Max Porcelijn: "Dat kan ik beamen, volgens mij willen makers als Arne Toonen en Steffen Haars bijvoorbeeld graag genrefilms maken. Ik merk wel dat er een groot gat zit tussen wat jonge filmmakers zelf graag zien, en wat in Nederland mogelijk is om te maken. De wil is er, en je kunt hier dankzij digitale camera’s ook best goedkoop draaien. De genrefilm lijkt alleen weinig steun te krijgen van het Filmfonds, wat zorgt dat het hier toch vaak moeilijk is om ze te realiseren. Je moet het als maker echt zelf forceren."
Jan Doense: "Ben je tevreden over de bezoekcijfers van Plan C?"
Max: "Nee, natuurlijk niet. We hadden de pech dat wij als laatste in een rij films zaten, na Black Out, na Zombibi, met tegenvallende resultaten. Project X volgde, dan snap ik wel dat Pathé en en de exploitanten denken: liever een volle zaal dan weer een risicovolle Nederlandse productie. Vrienden vertelden me: "Ik wil hem heel graag zien, maar hij draait alleen om vijf uur in Kriterion.’ Dat voelde heel machteloos. Moet je het niet aantrekkelijker maken om een Nederlandse film die niét Alles is Liefde is, een behoorlijk podium te geven?"
Luc Lafleur: "Wat meespeelt is een groot aanbod en een beperkte capaciteit. Het is in bepaalde periodes moeilijk om elke film precies de juiste screen time te geven. De afweging is dan: van welke film verwachten wij dat hij publiek trekt? Omdat er begin dit jaar steeds weer nieuwe films bijkwamen was de keus niet: welke film doet het slecht, maar: welke doet het ’t minst goed. Als er potentieel grote films uitkomen, is het extra moeilijk kleine films een kans te geven."

Dat sluit mooi aan bij mijn tweede stelling: Het Nederlandse publiek wil geen genrefilm van eigen bodem zien als er ook horror en actie uit Amerika voorhanden is. Luc: "Ik geloof dat niet. In de jaren negentig had de Nederlandse cinema een veel slechtere reputatie dan nu. Dus gingen mensen liever naar een Amerikaans product. Die situatie is enorm verbeterd. Het probleem is dat genrefilms in Nederland überhaupt een beperkt publiek trekken. Als je een Nederlandse genrefilms gaat maken, heb je eigenlijk een dubbele achterstand."
Paul Ruven: "Grappig dat jullie het over ‘Het Publiek’ hebben. Toen ik producent werd dacht ik: tussen droom en daad. Dat bleek al snel tussen droom en data te zijn. Je hebt publiek voor dit en voor dat, en de Nederlandse kijker gaat tussen zijn 18e en 24e jaar niet naar een Nederlandse film toe. [Tegen Max:] Voor jouw film is officieel geen publiek. Laat ik bij mijn eigen film blijven, Zombibi. De best lopende zombiefilm in Nederland heeft 20.000 bezoekers gehaald, is mij verteld. Dus probeerden wij een combinatie met comedy, want daarvoor bestaan wel grote bezoekersaantallen. Maar het gaat om mensen tussen twaalf en zestien, daarboven kijkt iedereen naar Amerika. Daar kunnen wij qua special effects nooit tegenop boksen."
Jan: "Maar Sint is horror en comedy: waarom gaan daar dan wel 350.000 mensen naar toe?"
Paul: "Het is geen zombiefilm. Vrouwen willen niet naar zombiefilms, dat is getest. We hebben heel veel nadruk gelegd op die andere elementen. Sint is een Dick Maas-film en dat is een naam. Ik geloof trouwens dat de New Kids-gedachte de voorlopige toekomst van de grote succesfilms is. Dus iets wat al bekend is van televisie of internet. Ik heb net het begin gedraaid van een nieuwe film met daarin een vlogger, die honderdduizenden hits per dag op het internet heeft en een nieuw soort held is: Bardo Ellens."

Dat is een mooi bruggetje naar stelling 3: Distributeurs maken onvoldoende gebruik van de platforms die ze tot hun beschikking hebben. Paul: "De grote hoop was een Nederlandse lente waarbij de distributeurs veel geld in genrefilms gingen stoppen, zoals gebeurd is bij New Kids en Zombibi. A-Film heeft voor Zombibi zijn nek uitgestoken en de hele film betaald, echt fantastisch. Toen bleek dat niemand naar die film toe wilde. Dat was gelijk al de eerste dag duidelijk. Als die film succesvol was geweest, waren er meer distributeurs over de brug gekomen, en hadden we hier nu niet gezeten. Dan wordt er niet meer over je script gezeurd, heb je alle vrijheid om te doen en laten wat je wilt, top. De distributeur geeft geld, dus moet het geld opleveren. [Tegen Max:] Jouw film, mijn film, al die films hebben geen geld opgeleverd: dat is het probleem. Dus houden ze er mee op. Misschien dat de films het een beetje beter doen op video on demand."
Hein: "Ik weet dat de distributeur van de nieuwe actiefilm The Raid heel enthousiast is, maar het heeft gewoon geen zin om voor de theatrical window zo’n titel enorm te gaan pushen. Dan moet je er al gauw 3,5 ton p&a (prints en advertising, red.) tegenaan gooien, uitgaan met 80 prints en aan het einde van de rit blijft het een Indonesische actiefilm waarvoor het publiek heel beperkt is, en de fans te verspreid over het land zitten. Wat steeds vaker gebeurt in Amerika is dat films voor de bioscoopelease al op iTunes komen, zodat wanneer de mediacampagne van de bioscooprelease bezig is, je veel meer mensen kunt bereiken voor VOD. Daar is wel creativiteit van heel veel partijen voor nodig."
Jan: "Bij VOD kun je niches creëren voor genrefilms."
Luc: "Pathé is nu zeven maanden bezig met VOD, en het publiek groeit heel snel, ver boven verwachting. Om niches te creëren moet de bekendheid nog veel groter worden. Iedereen moet weten dat ze niet meer naar de videotheek hoeven maar via VOD films kunnen kijken. Zodra je een groot publiek als basis hebt, kunt je veel gerichter niches als horror of thriller aanspreken. Je zou in principe zelfs producent kunnen zijn."
Paul: "Zodra bijvoorbeeld Ziggo zo groot wordt als HBO of NetFlix, kun je Nederlandse films voor een bepaald budget financieren die je nergens anders kunt zien, zoals genrefilms. Alleen moet je dan wel echte genrefilms maken. Dat is een vereiste om succesvol te zijn: geen cross-overfilms, maar echte genrefilms maken."
Jan: "We gaan toe naar een tijdperk waarin een huisvader in Almere Buiten, die net zijn kinderen naar bed heeft gebracht, ’s avonds lekker op VOD naar Plan C gaat kijken omdat hij daar goede dingen over heeft gehoord, maar die op dat moment gewoon nog in de bioscopen draait. De windows gaan verdwijnen. Het zal nog even duren omdat Pathé het niet graag ziet gebeuren, maar het zit er wel aan te komen."

Laatste stelling: Het Filmfonds snapt de genrefilm niet, of heeft er minachting voor. Max: "De structuur voelt slecht ingericht voor het maken van genrefilms. Bij Plan C wees het fonds mij twee keer af met wat voelde als zeer subjectieve argumenten. In dat stadium van het traject vond ik hun mening over het script er heel weinig toe doen, want we hadden al een Vlaamse coproducent, een omproep, een cv-constructie, privé-investeeerders. Als dan een Filmfonds gaat zeggen: ‘Het is niet goed’, dan voelt dat heel contraproductief na al die wil die er vanuit de markt is. Ik denk dan: laat mij het gewoon maken, speel geen censor."
Jan: "Ik ben adviseur bij het Fonds en heb in die hoedanigheid diverse genreprojecten langs zien komen. Ik kan je verzekeren dat de grondhouding in de commissie altijd positief is: wat kunnen we hier mee; hoe kunnen we dit zo goed mogelijk benaderen? Waar het altijd op neerkomt is dat het gewoon niet goed genoeg is. Het idee soms wel, de uitwerking, de scenario’s vaak niet."
Paul: "Negentig procent van wat het Filmfonds goedkeurt is drama. Hoeveel films zijn er de afgelopen 3, 4 jaar goedgekeurd door het Filmfonds waar een pistool inzat? Maar zodra je iets schrijft waar een gun in zit, heb je veel minder kans bij het Filmfonds. Omdat men voor drama gaat."

Tot slot, wat zouden in het kort jullie aanbevelingen zijn? Paul: "Mijn aanbeveling zou zijn: kom met een echt goed idee. [REC] was een echt goed idee, maar zoiets is in Nederland sinds De lift niet meer langsgekomen."
Hein: "Maak de windows kleiner, want de attentiespanne van de gemiddelde consument wordt ook steeds korter. Wacht niet vier maanden met VOD, want die genrefilm is dan allang gedownload."
Luc: "Als je echt wilt concurreren met het buitenland, moet je mensen laten wennen aan het eigen product. Via televisie, via VOD. De potentie is er, nu nog de consumptie."
Max: "Is het niet beter dat het Filmfonds zegt: ‘Je hebt zoveel procent binnen, dat zijn zoveel punten, hier is het resterende geld.’ Nu voelt het alsof ze een studio zijn, en je hun eigen geld gaat gebruiken, heel frustrerend."
Jan: "Ik vind dat ik als belastingbetaler gewoon ook recht heb op geld van het Filmfonds om horrorfilms te maken."
Paul: "Mag ik als het laatste woord wat zelfkritiek van ons makers leveren? Het moet briljant zijn om gezien te worden. En we waren misschien niet briljant genoeg."

Mark van den Tempel

Bezoekcijfers

Plan C 7.000
Taped 20.000
Zombibi 42.000
Black Out 45.000
Quiz 73.000

Reactie

Doreen Boonekamp, directeur Filmfonds

"Het Filmfonds steunt een evenwichtig aanbod van artistieke films én mainstream films met nadruk op kwaliteit en diversiteit. Naar verhouding wordt vooral veel psychologisch drama ingediend; genrefilms zijn dus in de minderheid. Toch vinden ze vinden hun weg via de commissie en de intendanten. Zo steunden intendanten de laatste jaren thrillers, westerns en komedies in de ontwikkelings- of realiseringsfase zoals De eetclub, De verbouwing, Quiz en de heistfilm Roomservice.
Op advies van de commissie zijn de afgelopen jaren genrefilms ondersteund als de fantasy thriller Zwart water, de thriller Terug naar de kust en de actiefilm Para. Via afwerkingsbijdragen heeft het fonds bijgedragen aan Black Out, Plan C, New Kids en Doodslag.
Het Filmfonds staat altijd open voor sterke en originele plannen en heeft een behoorlijk aantal genrefilms in ontwikkeling. Belangrijk blijft dat er meer tijd wordt genomen om projecten goed te ontwikkelen zodat ze de concurrentie met het internationale aanbod aan kunnen. Dan creëer je een voedingsbodem waarop meer Nederlandse genrefilms tot stand kunnen komen."