TELEGRAM

Vluchten in de leugen

  • Datum 07-02-2011
  • Auteur
  • Gerelateerde Films TELEGRAM
  • Regie
    Slamet Djarot Rahardjo
    Te zien vanaf
    01-01-2001
    Land
    Indonesië
  • Deel dit artikel

Slamet Djarot Rahardjo (foto: André Bakker)

Hij heeft wat weg van een culturele guerrillastrijder, de Indonesische filmmaker Slamet Djarot Rahardjo. Via zijn film Telegram strijdt hij tegen de apathie, tegen de censuur en tegen het cultureel imperialisme. "Indonesiërs zijn lui geworden. Het enige dat we doen is kopen en verkopen."

Nederlandse filmmakers klagen wel eens over een gebrek aan interessante onderwerpen in ons overgeorganiseerde en van welvaart overlopende land. De Indonesische regisseur Slamet Djarot Rahardjo (1949, Serang, Java) moet daar om lachen. Zijn land heeft veel in overvloed: armoede, mensen, vervuiling, corruptie en dus ook filmonderwerpen. "Zet een camera in het centrum van Jakarta en in een willekeurig shot vang je zo al minstens vijf maatschappelijke lagen. De verhalen liggen op straat. Neem bijvoorbeeld het feit dat we uit de 200 miljoen inwoners die het land telt, uitgerekend een manke blinde tot president kiezen — dat is toch een prachtig verhaal. Ja, Indonesië is wat dat betreft een rijke inspiratiebron; wij filmers hebben niks te klagen."
Vanaf 1980 zet Rahardjo die inspiratie om in beelden. Met negen films op zijn naam geldt hij als een van de grootste hedendaagse cineasten van Indonesië. Buitenlandse erkenning volgde na Langitku Rumakho uit 1990. Na dat succes regisseerde hij nog drie films, maar vanaf 1994 werd niets meer vernomen van de Aziatische meester. Dit jaar doorbrak hij de stilte met de sterke speelfilm Telegram.
De film toont het leven van Daku, een jonge Balinese vrijgezel die als journalist in Jakarta werkt. Hij onderhoudt relaties met de prostituee Norma en de lokale schoonheid Rosa. Ook zorgt hij voor zijn geadopteerde dochter Sinta. Als zijn moeder overlijdt en van hem verwacht wordt dat hij terugkeert naar Bali, weigert hij zijn leven in de hoofdstad op te geven. Het telegram met het onheilspellende nieuws opent hij niet. Daku vlucht in de leugen en weet uiteindelijk geen onderscheid meer te maken tussen zijn eigen verzinsels en de werkelijkheid die om hem heen in elkaar stort.
Rahardjo baseerde zijn film op de gelijknamige roman van de Balinese schrijver Putu Wijaya. Het was de eerste keer dat hij werkte aan de hand van een al bestaande tekst. "Ik moest met iets tastbaars komen bij de Franse financier, anders had die het nooit begrepen", vertelt de regisseur. "Gewoonlijk werk ik vanuit een eigen idee dat zich langzaam tijdens het filmen ontwikkelt en steeds wordt bijgeschaafd en aangepast. Ik werk eigenlijk net als de traditionele schilders in Indonesië. Die zetten nooit hun handtekening op hun werk, omdat ze het nooit afkrijgen. Ze werken er eindeloos lang aan, telkens wordt er weer een detail verbeterd. En dan staat plotseling de kunsthandelaar voor hun neus en die neemt het doek mee. Dan is het noodgedwongen af. Hetzelfde geldt voor mijn films. Op een gegeven moment besluit de producent dat het klaar is en wordt de film me uit handen gerukt. Na de eerste screening ben ik hem alweer vergeten. Hij behoort dan toe aan het publiek en niet meer aan mij."

Archipel
Telegram beleefde afgelopen januari zijn wereldpremière op het Filmfestival Rotterdam. Maar het had maar een haartje gescheeld of Rahardjo’s comeback was niet doorgegaan. De regisseur werd namelijk midden in zijn productie overvallen door de Azië-crisis en zag zijn budget in een periode van slechts enkele weken verschrompelen tot een zesde van de oorspronkelijke omvang. Noodhulp van het Hubert Bals Fonds en het speciaal hiervoor opgezette productiefonds Artcam International redde de film van een roemloos einde op een plank in de montagekamer.
Rahardjo geeft toe nogal wat moedeloze momenten te hebben gekend. "En niet alleen tijdens deze productie. Het is de laatste tien jaar sowieso slecht gesteld geweest met mijn motivatie", zegt hij. "En dat geldt niet alleen voor mij. De censuur die lange tijd heerste in ons land smoorde iedere vorm van creativiteit. Schilderkunst, literatuur, cinema, ze zijn allemaal het slachtoffer geworden van apathie. Het gaat nu, met de nieuwe regering, een stuk beter, maar ik pas ervoor mee te gaan in de algemene euforie. De stimulans voor een heropbouw van het culturele leven ontbreekt. Zelfs de president, toch een beschaafd en cultureel onderlegd man, negeert de kunsten. Dat snap ik niet."
Hoezeer het ook praten tegen dovemansoren is, Rahardjo blijft hameren op het belang van cinema. "Zeker in een land als Indonesië is de film enorm belangrijk. Ons land is een archipel, een samenraapsel van duizenden eilandjes met allemaal verschillende bevolkingsgroepen, talen en religies. De filmindustrie kan een belangrijke rol spelen in het vormen van eenheid en het construeren van een overkoepelende identiteit. Bovendien zijn filmbeelden een bron van informatie over onszelf. In een land met zoveel analfabeten als Indonesië kan je het beeld niet negeren. En toch is dat precies wat het vorige regime heeft gedaan."
Televisie is volgens Rahardjo minder geschikt voor het vervullen van een maatschappelijke rol dan film. "Wat is er nou te zien op tv? Soaps", zegt hij met een vies gezicht. "Het gaat over roddel, familiedrama, glamour. Natuurlijk, ook dat is nodig. Zeker de armen hebben er behoefte aan te vluchten in dromen van schoonheid. Maar dat kan toch niet het enige zijn? Bovendien verzwakt televisie de film door zich te presenteren als volwaardig alternatief. Maar sommige dingen komen beter tot hun recht op filmformaat. Een onderwerp als Reformasi bijvoorbeeld, dat is gewoon te groot voor het tv-scherm. Dat schreeuwt om een filmframe. Ook mijn nieuwe film, die gaat over de moord op vrouwelijke arbeiders door het vorige regime, is een voorbeeld van zo’n onderwerp."
Niet alleen met de televisie, ook in de bioscoop lijkt Rahardjo een ongelijke strijd te leveren. De concurrentie van Amerikaanse en Indiase amusementsfilms is moordend. "Ik ben absoluut niet tegen de Verenigde Staten en ook niet tegen de vrije markt. Wat wij nodig hebben is vooral een eerlijke markt. Nu is het zo dat een film die in New York voor elf dollar bekeken kan worden en in Parijs voor acht dollar, hier maar twee dollar per kaartje kost. Als lokale filmmaker kan ik daar niet tegenop."

Debiliserend
Wie Rahardjo hoort spreken over de positie van de film in Indonesië, kan moeilijk ontkomen aan het beeld van de culturele guerrillastrijder. Zijn vocabulaire is rijkelijk doorspekt met termen als ‘cultureel imperialisme’ en ‘nationale identiteit’. De gemakzucht van het grote geld en de debiliserende invloed van Hollywood moeten het ontgelden, evenals de kortzichtigheid van de eigen overheid. Maar Rahardjo is niet het type moralist dat zijn mond vol heeft van grote woorden en ondertussen niets onderneemt. Hij grijpt juist iedere mogelijkheid aan om zijn visie op film uit te dragen en het Indonesische volk meer cinema-minded te maken. Hij is voorzitter van het Comité d’Etude sur le Cinéma Indonésien van de Indonesische Filmraad en onderwijst filmregie aan het Jakarta Institute of Arts. "Ik had op een gegeven moment de keuze om door te gaan als eenling en uiteindelijk gedesillusioneerd te stoppen, of om medestanders te creëren. Ik koos voor het laatste en ik denk dat ik geslaagd ben in mijn opzet. Er loopt heel wat jong talent rond in Indonesië. Ik ben niet meer alleen."
In zijn pogingen het filmklimaat in Indonesië te verbeteren, beperkt Rahardjo zich echter niet tot de makers, maar bewerkt hij ook de kijkers. In Jakarta organiseert hij op gezette tijden filmweken rond een bepaald land. "Dan kan ik bioscoopbezoekers laten zien dat er meer is dan de extravaganza van Godzilla, Titanic en Independence Day. Ik laat belangrijke films zien uit Groot-Brittannië, Iran, Afrika, Frankrijk. Zie het als een contraoffensief tegen de culturele infiltratie van de Verenigde Staten."
Geheel belangeloos is die publieke educatie niet. Natuurlijk hoopt Rahardjo zo een publiek voor zijn eigen films te scheppen. "Ik realiseer me dat een film als Telegram waarschijnlijk te ingewikkeld is voor het bioscooppubliek in Jakarta. Die zijn besmet door het virus van de snelle montage en makkelijke verhaallijnen. Ze moeten opnieuw leren nadenken over film. En mijn film is als een soort college. Ik probeer mijn publiek bepaalde dingen opnieuw aan te leren, ik probeer ze te herinneren aan hun identiteit. Want voordat we ook maar een rol van betekenis kunnen spelen op het wereldtoneel, zullen we eerst opnieuw moeten leren wat het betekent om Indonesiër te zijn."
De allereerste stap op de weg naar dat ideaal is volgens Rahardjo gelegen in het bestrijden van de consumptieve mentaliteit. "Indonesiërs zijn lui geworden", stelt hij. "Het enige dat we doen is kopen en verkopen. We zijn eigenlijk net als Norma in Telegram, die alles, zelfs haar lijf, verkoopt. Die prostitutiementaliteit moet worden verbrand, net als Norma zelf in de film. Het gevaar is natuurlijk dat je tegelijkertijd het droombeeld, in de film gesymboliseerd door de mooie Rosa, vernietigt. Dat is een risico dat we dan maar moeten nemen."

Edo Dijksterhuis