PEAU D’HOMME, COEUR DE BÊTE
Vuistslag zonder doel
Aan rauw Frans drama is er tegenwoordig geen gebrek in de bioscopen. Na Bruno Dumont, Gaspar Noé en Philippe Grandrieux wordt nu de debuutfilm van Hélène Angel in Nederland uitgebracht. In haar autobiografische Peau d’homme, coeur de bête barst huiselijk geweld los in een ontwrichte plattelandsfamilie.
"We wachten allemaal op iemand van vroeger die geluk meebrengt", zegt de vertelstem aan het begin van Peau d’homme, coeur de bête. Het wekt geen verbazing dat de oma waar het tienermeisje Christelle, haar vijfjarige zusje Aurélie en haar jonge oom bij inwonen inderdaad onverwacht bezoek zal krijgen. En eveneens kun je op je vingers natellen dat die oude bekende geen voorspoed zal brengen. De moderne Franse cinema, vertegenwoordigd door bijvoorbeeld Bruno Dumont (La vie de Jésus, L’humanité) en Philippe Grandrieux (Sombre) wordt gekenmerkt door troosteloosheid en rauw geweld; en ook het filmdebuut van Hélène Angel wil ons geen plattelandsidylle voorspiegelen.
Eerst verschijnt Francky, de vader van Christelle en Aurélie ten tonele. Deze politieman is geschorst omdat hij zich te gewelddadig gedroeg. Daarna duikt oom Coco op, die vijftien jaar in het vreemdelingenlegioen heeft gediend. Tekenend voor de omgangsvormen in deze familie is Francky’s begroeting. Hij timmert Coco op zijn gezicht alvorens hij hem omhelst.
Het is de eerste in een reeks vuistslagen. Coco blijkt een nogal labiele persoonlijkheid. Regelmatig slaan bij hem de stoppen door. Eerst stompt hij zijn moeder bewusteloos, later slaat hij ook nog een meisje uit het dorp in elkaar, voordat hij haar vermoordt. Aan rauw, confronterend geweld dus geen gebrek in Peau d’homme, coeur de bête.
Primitief
Maar treft de film ook werkelijk doel? Nee, Hélène Angel slaat de plank hopeloos mis. Ze slaagt er zelfs niet in om compassie te voelen voor deze ontwrichte familie. Het scenario van Peau d’homme, coeur de bête, twee jaar geleden op het Filmfestival Locarno met een Gouden Luipaard voor beste debuutfilm bekroond, is even primitief en schematisch als de personages die er in voorkomen. Coco wordt opmerkelijk kwetsbaar gespeeld door acteur Bernard Blancan, en ook Serge Riaboukine speelt een sterke rol als Francky. Ook hij won er in Locarno een Bronzen Luipaard mee. Maar Angel haalt al het mysterie uit haar personages door de clichématige verklaring van hun perfide karakters. Hun vader vocht mee in Algerije en Indochina en maakte zichzelf van kant toen zij nog jong waren. Een moeilijke jeugd is het meest stereotiepe motief voor zinloos geweld, en Angel komt daar overduidelijk niet mee weg. Het haalt de angel uit de film, en maakt er eenduidig psychodrama van.
Hélène Angel legt de sympathie nadrukkelijk bij haar alter ego Christelle, een puber voor wie er weinig plaats is om tot wasdom te komen. We zien het drama door haar ogen, en als de gewelddadige kettingreactie tot een einde is gekomen, mag ze het bevrijdend uitschreeuwen. Voor de toeschouwer komt die loutering te laat. Hij heeft zich dan al afgewend van de weerzinwekkende personages en het gratuite geweld.
Pieter Bots