PONYO ON THE CLIFF BY THE SEA

Tuffen in een kaarsbootje

Na spirited away en howl’s moving castle komt de Japanse meesteranimator Miyazaki met ponyo on the cliff by the sea, die de kleinsten onder ons zeer zal bekoren.

Vergeleken met de tetterende tekenstijl van menig kindertelevisieprogramma is ponyo on the cliff een oase van rust. De spil van de tekenfilm is de zee, waar zelfs met storm nog een weldadige kalmte van uitgaat. De bonte kleuren zwellen in ponyo zo zachtjes aan dat ze nooit schreeuwerig worden. De vissen buitelen weliswaar over elkaar heen, maar ze doen dat in zo’n prettig ritme dat ze zich nooit aan je opdringen.
ponyo on the cliff is minder verpletterende eye candy dan Miyazaki’s vorige werk spirited away en howl’s moving castle, maar het blijft prachtig om te zien hoe de onderwaterwereld verandert in psychedelische toverbalkleuren. De golven hebben ogen, bergen blijken schepen en de wonderlijke zeecreaturen bestaan uit bubbels. ponyo on the cliff prikkelt de zintuigen zonder ze te overvoeren. Dat maakt de film tegelijkertijd tammer dan Miyazaki’s vorige meesterwerken, waar ponyo uiteindelijk niet tegen kan opboksen. Beter is het dan ook om ponyo op zijn eigen merites beoordelen en zonder verwachtingspatroon te benaderen. Dan zie je een bovengemiddelde animatiefilm voor kinderen die van vreemde zijsprongen houden. Ook voor de allerkleinsten is dit een film om in op te gaan. De ultrasnelle montage en fantasieloze agressie van de doorsnee tekenfilm op televisie zijn ingeruild voor een wonderlijk simpel vorm- en kleurenspel.

Ham
Het verhaal van ponyo is dan wel weer wat conventioneler. De mensenwereld wordt tegenover de onderwaterwereld geplaatst, waarbij de ecologische boodschap af en toe aan de oppervlakte komt. Een vijfjarig jongetje vindt al juttend langs de kust een klein vreemd wezentje met de eigenschappen van een zeemeermin, zonder daar uiterlijk al te veel op te lijken. Deze Ponyo lust graag ham en wil net zulke benen hebben als het jongetje, kortom, ze wil mens worden. Maar mensen zijn vies en halen al het leven uit de zee, vindt ze ook. Omdat ze door te likken wonden kan helen, wil haar vader, een roodharige knakker met flinke wallen onder zijn ogen, haar dan ook weer terugwinnen voor de zee.
Een van de mooiste vondsten van de film is de reis van het jongetje en Ponyo in een uitvergroot kaarsbootje, die elk kind (of volwassene, want het bootje blijft leuk) wel eens in een badje heeft laten varen door er een minikaars in aan te steken, waarna hij al tuffend weg pruttelt. Maar de beste scène speelt zich af in een glazen koepel onder water, waarin een aantal landrotten zijn gevangen. Ze kijken door het glas naar de onderwaterwereld en zeggen tegen elkaar: "Dit lijkt net een aquarium", zonder te beseffen dat ze zelf in een glazen stolp zijn gevangen. Wie kijkt naar wie? Niemand kan ooit het complete overzicht van zijn leefwereld hebben, zo laat Miyazaki hiermee zien. Een even prikkelende als sombere gedachte, die ponyo boven het gemiddelde uit laat steken.

Mariska Graveland