Etwas besseres als den Tod (Dreileben)

Het lijkt zo mooi allemaal in Christian Petzolds verhaal over prille liefde. Petzold baseerde zijn deel van de trilogie op het Duitse sprookje van Undine, de waternimf die haar overspelige geliefde vervloekt door zijn adem stil te zetten zodra hij in slaap valt. Maar eerst worden ze verliefd, de jonge ziekenhuismedewerker Johannes en Ana, een immigrante die als schoonmaakster werkt in een lokaal hotel. Zeker weten doe je het niet, maar het lijkt er op dat de vriendelijke Johannes — de uitstekend gecaste jonge acteur Jacob Matschenz — al vanaf het eerste moment ook een ander doel heeft. Die dubbelzinnigheid geeft Petzold de ruimte om de kijker heen en weer te slingeren tussen hoop en angst.

Christian Petzold

Eerst laat het zich lastig raden hoe de verhouding tussen Ana en Johannes zich zal ontwikkelen. Maar als die er dan eindelijk toch is en vaart maakt — even lijken ze samen alleen op de wereld — drukt Petzold weer op de rem. Ruzie. Om dan weer vaart te maken. En elke keer wint hij ons vertrouwen en geloven we er weer in. Ondertussen lijkt het alsof Johannes een crimineel heeft laten ontsnappen uit de rouwkamer van het ziekenhuis en begint de jacht op de man die de drie Dreileben films aan elkaar knoopt. Als Ana van en naar haar werk langs de bosranden loopt, loert de camera vanuit de duisternis van het bos. Maar is het wel het monster dat Ana bespiedt? En wie of wat is hier eigenlijk het echte monster? Moeiteloos neemt de film de kijker mee in een achtbaanrit die op de toppen de gewichtsloosheid van verliefdheid laat voelen maar dan meteen weer de diepte in duikt en onderaan de verpletterende sensatie geeft van dood en verlies. Het liefdesverhaal is thriller geworden. En dan komt de twijfel: is dit ook maar een seconde een liefdesverhaal geweest? Was het niet de hele tijd al een thriller? Om het verhaal in de allerlaatste scène dan toch weer te ontmaskeren als iets anders.

Ronald Rovers