FilmPers – 22 december 2010
YOU WILL MEET A TALL DARK STRANGER
Woody Allen
Allen, die zelf niet meespeelt, schetst deze keer vooral mensen die zichzelf voor de gek houden. Maar wie blijft geloven in een betere toekomst houdt in elk geval de moed erin. Het is maar hoe de titel wordt opgevat: duidt you will meet a tall dark stranger op een nieuwe liefde of op Magere Hein?
Algemeen Dagblad (Ab Zagt)
De illusies en de struikelingen van de personages worden met milde ironie begeleid door een vertelstem. Dat commentaar onderstreept de genoeglijke sfeer van you will meet a tall dark stranger, waarin misplaatste menselijke verwachtingen zonder al te grote verwondingen botsen met de realiteit.
De Telegraaf (Eric Koch)
Allen laat nog eens zien hoe het gras aan de overkant altijd groener lijkt en ontmaskert de culturele hypocrisie van de gegoede klasse. Het is allemaal niet vernieuwend meer maar zal ongetwijfeld een nieuwe generatie filmliefhebbers nieuwsgierig maken en de Allen-liefhebbers een vertrouwd gevoel geven.
NRC Handelsblad (Dana Linssen)
COPACABANA
Marc Fitoussi
copacabana drijft op het sterke spel van Huppert, die voor het eerst samen met haar echte dochter in een film speelt. Zij maakt van de soms onuitstaanbare Babou een complex personage, wier charme en eigenzinnigheid het uiteindelijk winnen van de kille, moderne maatschappij.
NRC Handelsblad (André Waardenburg)

Al te serieus of triest wordt het niet in copacabana, ondanks alle armoede, eenzaamheid, de droefgeestige omgeving en het egoïsme en onbegrip waarmee de personages elkaar vaak behandelen. Knap hoe Fitoussi met zoveel ellende de boel toch vederlicht weet te houden. Volkskrant (Kevin Toma)
Gelukkig weet Huppert Babou menselijk te houden. Ze is lang niet zo erg als moeder Edina in Absolutely Fabulous, waarbij alle sympathie uitging naar dochter Saffron. Hier snap je de plaatsvervangende schaamte van de dochter en de wens van de moeder dat haar dochter zoveel mogelijk moet beleven voordat ze zich in een huwelijk stort.
Het Parool (Bregtje Schudel)
POTICHE
François Ozon
Natuurlijk: François Ozon heeft een voorliefde voor sterke vrouwen. Bij hem kan een dame zich niet lang zo in een hoek laten drukken — en het is niet anders in potiche. Maar belangrijker: er valt weer te lachen met de regisseur. Zijn eclectische CV bevatte de laatste jaren vooral verschillende soorten drama, maar met potiche is hij weer op het pad van de onvervalste pret dat zijn grootste commerciële succes 8 femmes kenmerkte.
de Volkskrant (Floortje Smit)

potiche lijkt op wat de Fransen thêatre de boulevard noemen, en de Amerikanen een screwball comedy. In een kakelbont seventies decor komt het in de familie van de tirannieke industrieel Robert Pujol, echtgenote Suzanne en hun twee volwassen kinderen aardig tot ontploffing. Waarbij Ozon iets te veel rekent op het kippenvelmoment dat hij met 8 femmes wel wist te bewerkstelligen.
Trouw (Belinda van de Graaf)
De art direction kon zich uitleven, met als resultaat het soort foeilelijke interieurs en kleding — de strakke coltrui! — die in de jaren zeventig om onbegrijpelijke redenen trendy waren. Zoals altijd bij Ozon stelt potiche onder de oppervlakte rol- en seksepatronen aan de orde. In de ogen van haar man is Suzanne niet meer dan decoratie, maar hij blijkt haar slecht te kennen. Als zij opstaat legt zijn arrogantie snel het loodje tegen haar gewiekstheid.
Het Parool (Jos van der Burg)
DE EENZAAMHEID VAN DE PRIEMGETALLEN
Saverio Costanzo
Melodrama en enig ongeduld liggen wel op de loer bij dit tragische verhaal over twee hypersensitieve kinderen, niet opgewassen tegen ouders, school, wereld, maar Costanzo blijft knap balanceren op de rand. Een bruiloft wordt een deinende massa, een berg een oceaan van witte mist, een puberfeestje een kamer vol grijparmen en vijandige grijnzen.
Trouw (Jann Ruyters)

De sfeer is duister, maar de ‘romantische horror’ die Costanzo wil bewerkstelligen, resulteert in clichématige symboliek en een lang uitgesponnen pseudo-spanning. (…) de eenzaamheid van de priemgetallen is derhalve niet op alle fronten geslaagd, maar toch een film vol krachtige beelden.
De Telegraaf (Annet de Jong)
Costanzo zet het zwaar aan. Zijn versie van De eenzaamheid… is een visueel en muzikaal spektakel, waarin elke emotie wordt benadrukt. Dat is wat veel van het goede. (…) Soms pakt de visie van Costanzo fenomenaal uit. De openingsbeelden zijn bedwelmend en aangrijpend, net als een latere scène op een kinderfeestje. de eenzaamheid van de priemgetallen is rommelig, overdadig en bij vlagen briljant.
de Volkskrant (Pauline Kleijer)
WINTER’S BONE
Debra Granik
Het sterke punt van winter’s bone is dat we de wereld van de straatarme bewoners van de Ozarks in Missouri leren kennen door de ogen van een zeventienjarig meisje dat hier is opgegroeid. (…) Granik heeft met winter’s bone een prachtig portret van een marginale samenleving gemaakt; een grauwe wereld, waarbij het enorme doorzettingsvermogen van de jeugdige heldin om haar vader te vinden het warme kloppende hart van de film vormt.
Het Parool (Mark Moorman)

Ook de ontknoping van de zoektocht, die niet zou misstaan in een horrordetective, is onverwacht, en biedt winter’s bone een mythische onderlaag. Om schuldvragen is het regisseur Granik allemaal niet te doen. Elk mens is hier beschadigd en bezig te overleven. Haar boodschap — of waarschuwing — schuilt in de vernietigende kracht van uitzichtloze armoede, die de ene generatie van de andere erft. Realisme is het, verpakt in een hillbilly-sprookje.
de Volkskrant (Bor Beekman)
Het knappe van winter’s bone is dat het criminele hillbilly-milieu niet karikaturaal overkomt. Het hechte plot en de pakkende scènes helpen, maar de film slaagt vooral door personages die op een groteske manier helemaal overtuigen. Jennifer Lawrence als de doordouwer Ree voorop: een vroeg oude tiener die zich met een pragmatische pokerface — valt er wat te lachen dan? — door het leven slaat.
NRC Handelsblad (Coen van Zwol)