FilmPers – 18 oktober 2010
ENTER THE VOID
Gaspar Noé
Regisseur Noé wil ons meetrekken in een hallucinatie van drugs en de dood. De film houdt het experiment domweg te lang vol. Je krijgt hoofdpijn van de beeldvoering en daardoor verlies je je interesse in het verhaal dat, iets traditioneler gebracht, een uitstekend thriller had kunnen opleveren. enter the void laat zich daarom het beste beschrijven als een hele slechte trip.
De Telegraaf (Dick van den Heuvel)

Het is Madurodam op paddo’s, een rondgang door Tokio op de schouder van Godzilla, en alle gekheid op een stokje. De melancholische film heeft een structuur die aan Kubricks 2001: a space odyssey herinnert, inclusief een extatische wedergeboorte als eindpunt. Wie erin mee kan gaan zal daar geen moeite mee hebben, en ziet een visueel spektakel dat eigenlijk met niets vergelijkbaar is.
Het Parool/GPD-kranten (Bart van der Put)
Gaspar Noé presenteert na Cannes een nieuwe versie van enter the void die met 166 minuten nog steeds veel te lang is. Maar wie hoopt op een schokeffect zoals de film irréversible wel bevatte, misrekent zich. Afgezien van een zaadlozing die vanuit het perspectief van de vagina wordt getoond. Deze opvolger van Gaspar Noé is vooral stomvervelend en pretentieus.
Algemeen Dagblad (Ab Zagt)
UN HOMME QUI CRIE
Mahamet-Saleh Haroun
un homme qui crie laat heel mooi zien hoe een oorlog uiteindelijk alles en iedereen verscheurt. (…) Schreeuwen doet Adam niet, zoals de titel suggereert, want un homme qui crie is een film vol ingehouden emoties. De oorlog sluipt langzaam het leven in van Adam en zijn gezin en zijn verwoestende werking galmt nog lang na.
De Telegraaf (Annet de Jong)

un homme qui crie is een prachtige humane vertelling over een man die in het nauw wordt gedreven en als in een Griekse tragedie te laat beseft dat hij vanwege zijn eergevoel het meest dierbare heeft verwoest. Het zegt veel over de toestand in Tsjaad, waarin de vader eigenlijk klem wordt gezet door het leger, de oorlog.
Trouw (Belinda van de Graaf)
De plot kan gemakkelijk worden uitgelegd als een allegorie over de crisis van Tsjaad, met het zwembad als perfect symbool voor de crisis en het isolement waarin het land verkeert. Toch ligt die symbolische lading er nooit te dik bovenop; daarvoor houdt Haroun te veel de focus gericht op het gewone leven, en op de rol die het zwembad in Adams bestaan speelt.
de Volkskrant (Kevin Toma)
SCHEMER
Hanro Smitsman
Net als Gus Van Sant eerder in zijn film elephant (2003) over de schietpartij op de Amerikaanse Columbine Highschool, filtert Smitsman de gemakkelijke moraal weg. Er zijn nu eenmaal zaken die onbegrijpelijk en onrechtvaardig zijn. Wel dringt hij diep door in mechanismen als het zondebokprincipe. schemer kreeg op het Nederlands Film Festival terecht de prijs van de filmkritiek: hij biedt een indrukwekkend maatschappelijk psychogram dat de toeschouwer confronteert met de werking van zijn eigen sympathieën en antipathieën.
NRC Handelsblad (Dana Linssen)

Hanro Smitsman bewees eerder met skin, over de moord op Kerwin Duinmeijer, dat hij rauwe cinema weet te slaan uit schokkende gebeurtenissen. Daarin heeft hij in Nederland het speelveld bijna voor zich alleen, want Nederlandse filmmakers houden niet van grimmige verhalen zonder louterend einde. Ellende mag zolang een film maar hoopvol eindigt en niet met een hoofd vol lastige vragen, zoals bij schemer over groepsdwang en het zondebokmechanisme.
Het Parool/GPD-kranten (Jos van der Burg)
De sprongetjes terug in de tijd dragen sterk bij aan een steeds grotere beklemming: een verhaalopbouw als een wurgkoord dat langzaam wordt aangesnoerd. (…) Voor een film die de makkelijke verklaring wil vermijden, worden de verhulde (dunne) motieven erg nadrukkelijk opgediend. Ze maken van de moord een niet helemaal geloofwaardige, wat miezerige geschiedenis. Niet het grootse en gecompliceerde drama dat het in werkelijkheid was.
Trouw (Jann Ruyters)
THE KILLER INSIDE ME
Michael Winterbottom
Winterbottoms verteltrant is wat warrig, vol bijfiguren die komen en gaan, en verliest aan venijn wanneer de ontwikkelingen gaandeweg grotesker worden, maar in de geheel eigen, stoïcijnse wijze waarop Ford zich door de Texaanse gemeenschap — en film — beweegt en alles naar zijn eigen logica schikt, gaat een duivelse verleiding schuil. the killer inside me slaagt erin zowel naar als vermakelijk te zijn. Een verontrustende combinatie.
de Volkskrant (Bor Beekman)

In het boek waarop the killer inside me is gebaseerd, schetst de schrijver Jim Thompson de achtergrond van de bloeddorstige sheriff, maar regisseur Michael Winterbottom vond een plotselinge overgang naar psychopatisch gedrag kennelijk interessanter. In Casey Affleck vond hij een ideale hoofdrolspeler. De broer van de acteur/regisseur Ben Affleck is een charmante stiekemerd en aangenaam koel in penibele omstandigheden.
De Telegraaf (Eric Koch)
In tegenstelling tot zijn Franse voorgangers situeert Winterbottom het verhaal in het Amerika en het decennium waarin Thompson het schreef, en hij doet er nog een schepje bovenop door het beeld het aanzien van een verbleekte Technicolor-kopie te geven. Het levert een merkwaardige sensatie op. De genrefilm oogt oud en Amerikaans, maar is door het schokkend expliciete geweld en nihilisme meer verwant met recente Europese mokerslagen, zoals die door Michael Haneke, Gaspar Noé of Lars von Trier werden uitgedeeld.
Het Parool/GPD-kranten (Bart van der Put)
HONEY
Semih Kaplanoglu
Geen hapklare kost, de Yusuf-trilogie. Maar wie zich eraan over kan geven, wordt zeker beloond. Met oogstrelend camerawerk en een opmerkelijke, schitterende geluidsband — zonder muziek — brengt Kaplanoglu het Turkse platteland tot leven. Het lijkt haast een tovertruc, zo fraai weet hij het gevoel op te roepen van een kille, vroege ochtend, het dauw nog op het gras, de lucht melkachtig wit van de mist, wind ruisend door de bomen.
de Volkskrant (Pauline Kleijer)

In honey (bal) levert de dubbelminimalistische benadering een visueel rijke, maar inhoudelijk schrale impressie op van het stotterende en fluisterende jongetje Yusuf, dat machtig opkijkt tegen zijn vader, een imker die diep in het woud op zoek gaat naar een bijzondere bijenhoning. Die steeds schaarser wordende honing zal symbool staan voor de verdwijnende spiritualiteit in de moderne tijd, maar Kaplanoglu levert er geen beelden bij die zich — zoals bij Tarkovski — op je netvlies branden.
Het Parool/GPD-kranten (Fritz de Jong)
De films zijn ook een bewogen portret van hedendaags Turkije. Daar is men volgens regisseur Kaplanoglu als gevolg van de voortschrijdende modernisering het contact met natuur en traditie verloren. Beelden hebben altijd voorrang op plot en woorden. Kijken, voelen en meeleven. Dat is waar het om draait. Maar zijn observaties worden nooit zweverig. Integendeel. Er ligt altijd iets wrangs en droogkomisch op de loer.
NRC Handelsblad (Dana Linssen)