Filmnieuws – 16 februari 2016

  • Datum 16-02-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

CRIPS — STRAPPED ‘N STRONG

Breda: van Keyl tot killers
Breda kan zich schrap zetten: behalve tv-persoonlijkheden Catherine Keyl, Lucille Werner, Sipke Jan Bousema en Gerda Havertong zal ook een touringcar met dertig criminelen het splinternieuwe Brabantse filmfestival opluisteren. Voor de wereldpremière van zijn documentaire crips — strapped ’n strong heeft regisseur Joost van der Valk (1976) de hoofdpersonen van deze Haagse straatbende uitgenodigd: dat wordt dus een interessante Q & A. Voor de festivalkas hoeft Breda niet te vrezen, denkt Van der Valk: "Dat soort kruimelwerk, daar doen ze niet aan". Nee, deze ‘gang’ van Surinaamse en Antilliaanse boeven is meer gecharmeerd van moorden of drugsdeals. Een van de bendeleden heeft zelfs een helikopter gekaapt om een maat uit de gevangenis te bevrijden. "Het zijn geen grappenmakers hoor", voegt de filmmaker toe. Om hun voorbeelden te ontmoeten reisden de Haagse Crips naar de ‘homies’ in Los Angeles. Wachten op een visum duurde de mannen te lang, maar met verrassend weinig moeite kwamen de zware jongens door de douane — en dat met een strafblad van een helikopterkaper. De film crips is gebaseerd op het gelijknamige boek van journalist Saul van Stapele, die nauw betrokken is geweest bij het maken van de film. Van der Valk werd op het idee gebracht door de producent van de IKON-documentaire over de kruimelcrimineel Haagse Sjonnie. "Ik ben van huis uit antropoloog, dit soort documentaires is bijna een studie", zegt Van der Valk. Het is zeker niet de bedoeling om de mannen een sterrenstatus te bezorgen, "natuurlijk wilden ze ook uit ijdelheid meewerken, maar ze wilden vooral hun eigen kant van het verhaal laten zien. Ze zijn veel in de publiciteit geweest, maar de film geeft meer diepgang." Het bleef wel hard werken: "Telkens opnieuw uitleggen wat we wilden laten zien, ze geruststellen, weer vertrouwen opbouwen." Van der Valk hoefde dat vertrouwen niet te wekken door zelf iemand ‘om te leggen’: "Bij medeplichtigheid ligt echt de grens. Ik heb ook veel met ze gelachen hoor, maar je wordt toch nooit écht deel van hun belevingswereld: het blijven ‘killers’." crips is te zien vanaf 16 april.

Sytze wordt directeur
Dit is ‘m dan: de halve Duitser Sytze van der Laan wordt de nieuwe directeur van de Filmacademie (Nederlandse Film en Televisie Academie). Nou ja, Duitser: Van der Laan (49) heeft inderdaad de laatste 18 jaar doorgebracht in Hamburg, als directeur van Studio Hamburg Produktion en directielid van Studio Hamburg Holding, maar is zeker geen onbekende met Nederland. Hij is nota bene lid van de zogeheten ’telescoopcommissie’ van het Filmfonds die films selecteerde voor uitzending op de Nederlandse publieke omroep; enige affiniteit met de vaderlandse filmwereld is hem dus niet vreemd. Van der Laan studeerde politicologie aan de UvA en werkte als filmcriticus en scenarioschrijver (de kassière, 1989). Daarna bracht hij twee jaar door aan de filmschool in Los Angeles en werkte in Keulen als directeur en filmproducent bij Gemini Film en Filmpool. Van der Laan heeft zelf nooit een film geregisseerd; hij ziet zichzelf meer als ‘creatief projectontwikkelaar’ van films — en dat is wat hij zijn toekomstige studenten ook hoopt bij te brengen: "Je enkel richten op de regie van een film is niet meer van deze tijd. Ook zakelijke beslissingen hebben invloed op de inhoud en andersom. Ik zie het wel voor me om scenarioschrijvers ook economieles te geven, zodat ze inzicht krijgen in de financiële consequenties van hun plot." Ook spelen met nieuwe media lijkt Van der Laan interessant. "In Duitsland maakten filmstudenten een dramaserie over rappers in Berlijn en publiceerden die op netwerksite Facebook. Het werd echt populair en behaalde 200.000 hits." Uitwisselingen via zijn Duitse netwerk ziet Van der Laan zeker voor zich, "maar dat gebeurt nu ook al". Dankzij zijn eigen Amerikaanse en Duitse avonturen heeft Van der Laan in elk geval één belangrijk advies aan zijn toekomstige studenten: "Buitenland-ervaring móét!"

Baarnse kakkers gaan internationaal
Kruimeldieven die een wietboer vermoorden, een doorgedraaide tv-kijker die zich ontpopt tot gijzelnemer en deftige broertjes die hun protegé om zeep helpen: met dit soort waargebeurde verhalen heeft producent Reinier Selen van Rinkelfilm telkens succes. Zijn Nederlandse krimi’s van god los (over de Bende van Venlo) en off screen (Philips-gijzeling in Rembrandttoren) scoorden al behoorlijk, en nu mag bloedbroeders (Baarnse moordzaak) op grote internationale interesse rekenen. Selen heeft naar eigen zeggen veel aanvragen van internationale filmfestivals gekregen, en heeft nu de luxe van zorgvuldig selecteren. In maart werd de film al gedraaid in Malmö, Rome, Argentinië en Mexico, in San Sebastian was bloedbroeders een publieksfavoriet. Waargebeurde misdaadverhalen slaan natuurlijk altijd goed aan bij sensatiebelust publiek, maar om nou te zeggen dat strafzaken succes garanderen, gaat Selen te ver. "Het moet voor alles een goed gemaakte film zijn." De ‘waargebeurde verhalen’ zijn verder wel degelijk gedramatiseerd; de claim van authenticiteit is dan ook niet terug te vinden in de credits van bloedbroeders. "Wel heb ik via-via gehoord dat de broers de film wel hebben gezien, en dat ze vonden dat we de sfeer van die zomer in de jaren zestig goed te pakken hadden." Selen staat niet te springen om nu een trits films te maken over liquidaties: "Het fascinerende is dat deze films gaan over gewone mensen, die in een absurde situatie belanden. Je vraagt je steeds af: hoe hééft dit toch kunnen gebeuren?" Met gomorra, il divo, che en milk lijkt er een heuse hype van waargebeurde verhalen in de bioscoop. Maar dat is normaal, zo rond de Oscaruitreiking, zegt Selen: "Zulke films vallen vaak wel in de prijzen. Dat het niet verzonnen is, spreekt mensen aan. De werkelijkheid verzin je niet."

Nedercinema: nu ook academisch verantwoord
Het lijkt erop dat de Nederlandse film zich nu echt een weg zal banen naar de geschiedenisboekjes: het Filmmuseum en de UvA hebben een ‘bijzondere leerstoel’ in het leven geroepen, ‘Nederlandse cinema en filmcultuur’ binnen de vakgroep Mediastudies. De vacature staat nog open voor wetenschappers die onderzoek willen doen naar bijvoorbeeld filmbeleid of de geschiedenis van de Nederlandse film. Dus nee, het is geen erebaantje voor fanatieke filmfreaks en ook de Filmkrantredactie behoort niet tot de gegadigden: gezocht wordt naar een serieuze, liefst gepromoveerde kandidaat. "Ja, dat werd tijd", becommentarieert afdelingsvoorzitter Frank van Vree. Veel filmhoogleraren zijn er helemaal niet in Nederland: eentje in Amsterdam en één in Utrecht. De leerstoel heet ‘bijzonder’ omdat deze betaald wordt door het Filmmuseum, "maar de hoogleraar zelf mag ook een bijzonder persoon zijn", aldus Van Vree. Sollicitanten zijn welkom vanaf volgende week op de vacaturesite van de UvA.

Mijn vader is… eh, filmmaker
De échte reden dat regisseur Will Wissink opeens een familiefilm met de titel mijn vader is een detective maakte? Hij is zelf vader. Van de 3-jarige Faya, die ook meteen maar een bijrolletje in de film versierde, als dochter van Rebecca Loos (ja, die van Beckham). Wissink (1965) maakte tien jaar geleden furore met het daklozendrama dropouts en slaat nu terug met een opnieuw zelf geproduceerde film, met een indrukwekkende cast van onder anderen Cees Geel, Tygo Gernandt, Beau van Erven Dorens en Peer Mascini. Hoofdrollen zijn weggelegd voor drie piepjonge, 12-jarige acteurs die in de film een onhandige vader bijstaan in het zoeken naar een verloren papegaai. "Die blauwstaart-ara heeft eigenlijk de hoofdrol", grinnikt Wissink. Sinds dropouts (1999) heeft Wissink geen speelfilm meer gemaakt, wel maakte hij in de tussenliggende periode veel tv-series als zoals ’12 steden, 13 ongelukken’ en ‘Voetbalvrouwen’. "Met dropouts kregen we mooie recensies, maar het was heel moeilijk om de markt te bereiken", zegt Wissink. "Als ik iets doe, wil ik wel dat het een succes wordt". Voor mijn vader is een detective kon hij rekenen op financiële steun van een aantal privé-investeerders, en Wissink koos vrij bewust voor een kinderfilm omdat "de markt daar gevoelig voor is". Hij hoopt dat het originele script (want geen boekverfilming) aanslaat bij zijn jonge doelgroep. "Ik wilde altijd al een detective maken", zegt Wissink, "vroeger was ik al dol op series als ‘Q & Q’." Ooit hoopt Wissink nog een sciencefictionfilm te maken, ongetwijfeld weer in eigen beheer: "Want e.t. op de veluwe verkoopt niet zo goed aan het Filmfonds".

Harry Trainspotter
Een soppende, mierzoete bedoening met veel nutteloze scènes, verdraaide gebeurtenissen en een zwak slot: zo omschrijft een aantal Harry-Potterfans het nieuwste vehikel over de beroemde tovenaarsleerling. Na een strikt geheime voorvertoning in Chicago van harry potter and the half-blood prince dropen de fans teleurgesteld af. "De film wordt compleet gedomineerd door romantiek", zegt een van de bezoekers tegen de Britse tabloid The Sun, en hij somt op: "Ron met Lavender Brown, Ginny met Dean Thomas, Hermiona’s ontluikende liefde voor Ron, Ron die verliefd wordt op Romilda Vane vanwege een toverdrankje, en uiteindelijk natuurlijk Harry en Ginny." Een andere fan stelt dat iedereen die het boek gelezen heeft, "zwaar teleurgesteld" de bioscoop zal verlaten. Hoofdrolspeler Dan Radcliffe slaat weer door naar de andere kant door zijn nieuwe film te vergelijken met de culthit trainspotting: "In the half blood prince komt een vergelijkbare hoeveelheid seksuele spanning en drugs voor, er zijn echt wat trainspotting-momenten."

Broers Conijn
Creativiteit in de familie loopt niet altijd zo geolied als bij de filmbroeders Coen. Neem nou de broertjes Conijn: oudste broer Joost is conceptueel kunstenaar en viert successen met het maken van een houten auto of het bouwen van een vliegtuig in de woestijn. De zeven jaar jongere Wout is filmmaker, en maakte de rivaliteit tussen de twee tot onderwerp van zijn eindexamenfilm en nu ik. De film won in 2005 de Tuschinskiprijs voor beste afstudeerproject, en is nu door schrijver Tim Krabbé geselecteerd in de themaweek ‘De Keuze van de Kenner’ op digitaal kanaal Holland Doc. Krabbé, die zelf een moeizame relatie heeft met broer Jeroen, wilde en nu ik weer eens terugzien — maar volgens de regels van de Filmacademie moesten de hoofdpersonen toestemming geven voor verdere vertoningen. En dat wilde oudste broer Joost Conijn niet. …Ik heb al tegen mijn zin meegewerkt, maar heb het toch gedaan omdat ik Wout eindexamen wilde laten doen", zegt hij. Een nare onderlinge ruzie, waar Joost verder niet meer over wil praten. Dan doen we dat ook niet.

Filmen in het halfduister
"Enigszins teleurstellend" was het geweest voor filmmaker Victor Nieuwenhuijs, het Filmfestival in Rotterdam. Zijn film crepuscule beleefde er nota bene zijn wereldpremière, maar de pers besteedde er geen letter aan. Zelfs de Daily Tiger liet de vertoning passeren. Vanaf 2 april neemt Nieuwenhuijs revanche; dan draait crepuscule in het Ketelhuis. Crepu- wat? "Oh, ken je dat woord niet? Het betekent schemering. Ik heb een klassieke opleiding gehad, misschien is dat het." Nieuwenhuijs (1944) werkte met zijn partner Maartje Seyferth aan de speelfilm vlees, die volgend jaar te zien is op het IFFR, en maakte tussendoor crepuscule: een zwijgende, in zwart-wit opgenomen film met een hoofdrol voor debutante Nellie Benner. "We hebben gewoon met z’n drieën gedraaid in ons eigen huis, heel goedkoop." Seyferth en Nieuwenhuijs maakten eerder samen lulu (2005) en venus in furs (1995), maar verder was het vrij stil aan het filmfront. "Ik heb vooral veel gewerkt als fotograaf", verklaart Nieuwenhuijs, "maar vanaf nu maken we elk jaar een nieuwe film, tot we dood zijn!" Ook hoopt de Amsterdamse filmmaker nog zelf in een film te spelen: "Laatst zag ik weer de honderdjarige regisseur Manoel de Oliveira als acteur in een film, in bed met een jong meisje. Zo’n schitterend, sensueel beeld was dat."

De niche is zwart
Een prijs! In Hollywood! Voor een Nederlandse filmmaker! De korte film beyond the pretty door die Bobby Boermans maakte voor zijn eindexamen aan het American Film Institute in Los Angeles won de eerste prijs, 20.000 dollar, in een korte-filmcompetitie van tv-station BET (Black Entertainment Television). Veel geld — waar Boermans (1981) niet veel van terug zal zien: "Het gaat naar de school, dat staat in het contract. Zij verdelen het dan weer onder de acteurs en crewleden." De prijsuitreiking was een wonderlijke ervaring, vertelt Boermans, "daar zit je dan, als Amsterdamse jongen tussen de achterban van die zwarte tv-zender." De film beyond the pretty door gaat over drie kinderen die stelselmatig door hun moeder worden mishandeld. Behalve dat de familie zwart is, ontbreekt verder een ‘etnische’ verhaallijn. "De rassenscheiding is zo enorm hier", zegt Boermans, "we draaiden in Hollywood-zuid en dat leek wel een andere wereld, verbazingwekkend." Boermans maakte in Nederland videoclips voor onder anderen rappers Lange Frans en Baas B en studeerde montage aan de Filmacademie in Amsterdam. Hollywood leek hem ‘magisch’, gefascineerd als hij was door de jaren-negentigfilms van Schwarzenegger en Jean-Claude van Damme. Voor hun eindexamenfilms kregen sommige Amerikaanse klasgenoten grote cheques uitgeschreven door bijvoorbeeld Danny DeVito of Tom Hanks, maar Boermans moest het doen met een budget van 25.000 dollar. Veel? Het is zo op, zegt Boermans: "De productieregels zijn zo streng, als je een scène hebt dat iemand in bad gaat moet er een badmeester en een EHBO-er op de set zijn. Die kosten dan ook weer 400 dollar per dag, enzovoort". Natuurlijk zou Boermans het "supervet" vinden om in Hollywood een carrière op te bouwen. "Mijn vorige producent is nu assistent bij Fox, dat soort contacten wil ik wel warm houden." Maar het liefst zou hij met één been in Nederland, en één in de VS staan. "Ik wil gewoon een tof project doen, maakt niet uit waar."

‘New York? Wat een enig idee’
Na vijf jaar filmen in obscure Europese stadjes zoals Barcelona en Londen heeft het regisseur Woody Allen behaagd om weer terug te keren naar zijn bakermat: New York City. Allens nieuwste komedie whatever works is naar vertrouwd recept opgenomen op Manhattan, en de belangrijkste rollen worden ingevuld door oudgedienden Larry David, Ed Begley Junior, Patricia Clarkson en (nieuwe muze?) Evan Rachael Wood. De film beleeft 22 april alweer zijn wereldpremière op het Newyorkse Tribecafestival, tot genoegen van de 73-jarige Allen: "Het is een enig idee dat mijn film nu vertoond wordt op een festival in mijn eigen stad. Erg spannend." De terugkeer naar New York is maar van korte duur; Allen werkt intussen alweer aan een project dat weer in Londen wordt gedraaid.

De jacht naar Westergas
Het is de perfecte locatie voor het kinderfestival Cinekid: de Westergasfabriek. Maar om te verhuizen heeft de organisatie van het film- en tv-festival voor de jeugd jaarlijks 170.000 euro extra nodig. Cinekid kreeg de afgelopen twee jaar van het Amsterdamse college wel de benodigde bijdrage, dit jaar gaat dat niet door. Ook het ministerie heeft het laten afweten: de subsidie is met 20.000 euro gekort. Wordt het festival dakloos? Nee hoor, zegt een woordvoerster, er wordt hard gezocht naar investeerders en sponsoren. Meer wil de organisatie niet zeggen, maar half april zal er meer duidelijkheid zijn — hopelijk blijft het bij een korte kinderziekte.

Cultuurprijs Utrecht
"Charmant en leuk" noemt directeur Doreen Boonekamp van het Nederlands Filmfestival de aan haar toegekende Cultuurprijs van de gemeente Utrecht. De prijs wordt eens in de drie jaar uitgereikt aan een persoon, groep of organisatie die zich heeft ingespannen voor ‘het culturele leven in de stad Utrecht’. Boonekamp is blij met deze "blijk van waardering" voor haar werk in de Utrechtse kunstsector. De prijs bestaat uit een beeldje.

Geschreven door