Boeken: Apichatpong Weerasethakul

Draaikolk

Apichatpong Weerasethakul

Tijdens de afgelopen Kurzfilmtage Oberhausen werd de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul (1970) voor zijn kortfilm A Letter to Uncle Boonmee (2009) bekroond met de Grote Prijs van de Stad Oberhausen. Weerasethakul is een van de meest geprezen contemporaine filmmakers, door zijn genereuze manier om toeschouwers uit te nodigen zelf na te denken tijdens het kijken. "Ik geef één betekenis of waarheid, de rest is aan jullie", zegt hij daarover.

A Letter to Uncle Boonmee is de op een na meest recente titel die is opgenomen in de net verschenen en dus volkomen up to date monografie van de als architect geschoolde filmmaker die sinds zijn studie in Chicago internationaal voor het gemak met de bijnaam ‘Joe’ door het leven gaat. De kortfilm is een voorstudie voor de langere, gelijknamige speelfilm die ‘Apichatpong’ (je mag hem ook bij zijn Thaise voornaam noemen) van plan is te maken en heeft de vorm van een filmische brief aan zijn hoofdpersonage.

Het is veelzeggend (en volkomen terecht natuurlijk) dat de internationale jury van Oberhausen de film-vóór-de-film de moeite waard vond om een prijs te geven. Want als er één ding duidelijk wordt uit de door de Canadese programmeur en filmschrijver James Quandt samengestelde bundel dan is het wel dat Apichatpongs oeuvre moet worden bekeken als een Gesamtkunstwerk van Apichatpong de filmmaker, visueel kunstenaar, activist en homoseksueel. Of hij nu films maakt of installaties, steeds weeft hij meer betekenisdraden aan elkaar. En ontrafelt ze.

Verfrissend
Het benaderen van een oeuvre als geheel, als voortdurende stroom (of draaikolk), als eindeloos work in progress, in plaats van als chronologie is bovendien behulpzaam bij het begrijpen van veel meer hedendaagse films en filmmakers. Dat bleek tijdens het afgelopen filmfestival van Cannes wel bij de vertoning van Tsai Ming-liangs Visage, ook zo’n beeldenstorm van herinneringen en associaties. Daarom is Quandts semi-non-lineaire aanpak ook methodisch interessant.

Apichatpong Weerasethakul is in Nederland vooral bekend als filmmaker van Blissfully Yours (in 2003 onderscheiden met de KNF-prijs van de Nederlandse filmkritiek), de oerwoudfilm Tropical Malady en het vorig jaar in het Filmmuseum-programma Previously Unreleased vertoonde Syndromes and a Century. Het zijn films die de pech hebben om als intuïtief en poëtisch te boek te staan. Niet bepaald de lekkerste verkoopargumenten in een tijd waarin vooral films populair zijn die alvast voor de toeschouwer denken.

Daarom is het bepaald verfrissend dat Quandt de hand in eigen boezem steekt, uitlegt hoe verleidelijk het is om Apichatpongs films steeds maar weer als mysterious objects te omschrijven (naar zijn eerste lange speelfilm) en ze vervolgens een boek lang concreet analyseert zonder ze te demystificeren. Zo zou er meer over film moeten worden geschreven.

Quandts voornaamste insteek is de biografische. Daarin wordt hij overigens gesteund door de filmmaker, die zelf in twee lange interviews en een drietal kortere artikelen, onder andere over de censuur in Thailand, aan het woord komt. Apichatpongs films zijn geen autobiografieën, maar dagboeken, is de conclusie. Het steeds maar weer voorkomen van oerwoud- en ziekenhuisscènes heeft alles te maken met zijn jeugd als kind van twee artsen in een afgelegen hospitaal in Khon Kaen in het noordoosten van Thailand, maar ze zijn in zijn hoofd inmiddels doorsneden met scènes uit Thaise melodrama’s en de experimentele films van Andy Warhol ("die andere A.W.") en Bruce Baillie. Daarom: "Ik maak films om erachter te komen hoe waar mijn herinneringen zijn."


Apichatpong Weerasethakul, James Quandt (red.) | 2009, Filmmuseum, Synema Publikationen | 256 pagina’s | €25,-