Two Prosecutors
Op zoek naar de uitgang
Two Prosecutors
In zijn eerste fictiefilm sinds Donbass (2018) keert Sergei Loznitsa terug naar de grauwe gangen van de Sovjet-terreur die al vaker het decor waren van zijn films.
“Waar is de weg naar buiten?”, vraagt een wat verdwaasde man in het trappenhuis van een justitiegebouw in Moskou. Tegen die tijd weten we het antwoord allang: er is geen weg naar buiten. Hoeveel deuren je ook opent, hoeveel trappen je op- en afgaat, hoeveel hoeken je omslaat – als in een Escher-tekening komen ze uiteindelijk allemaal op hetzelfde uit.
Er zit iets onafwendbaars in het weefsel van het op een novelle van Georgi Demidov gebaseerde Two Prosecutors. Een film die een verhaal vertelt dat we al kennen en dat niet ineens anders zal aflopen.
“Sovjet-Unie, 1937. Het hoogtepunt van Stalins terreur”, staat in een tekstje waarmee de film opent. Uit een van de zwaarbewaakte gevangenissen weet een gevangene een met bloed geschreven briefje bij de net afgestudeerde jurist Alexander Kornjev te krijgen. Die is nog naïef genoeg om te denken dat hij een verschil kan maken.
Bij de gevangenis aangekomen blijkt eerst de bel het niet te doen. Vervolgens krijgt Kornjev te horen dat de gevangenisdirecteur er niet is en hij moet wachten. Uren later volgt een eindeloze tocht door smerige, grauwe gangen, langs zware deuren die openen met grote sleutelbossen. Met elke ruimte lijken de plafonds een stukje omlaag te komen.
Maar uiteindelijk is daar dan de cel. De gevangene. Een oude man die Stepniak heet en uiteenzet hoe hij hier terechtkwam, de sporen laat zien die de martelingen op zijn lichaam achterlieten. Hij vertelt Kornyev ook al hoe zijn verhaal zal aflopen. “Hartfalen”, zal de formele doodsoorzaak zijn. Ook het lot van Kornjev is bezegeld, waarschuwt Stepniak. Door hem te bezoeken, naar zijn verhaal te luisteren, heeft Kornjev zich tot doelwit gemaakt van het regime.
Sovjet-terreur
De Sovjet-terreur was al vaak het onderwerp van het werk van Sergei Loznitsa, in (archief)documentaires als The Trial (2018) en State Funeral (2019) en speelfilms als A Gentle Creature (2017). Films die met hun strenge formalisme ook geen uitweg bieden. De shots in Two Prosecutors zijn consequent statisch en strak gecomponeerd. Zelfs in de spaarzame shots buiten lijkt de lucht tot stilstand te zijn gekomen. Alsof alle zuurstof uit de wereld is gezogen. Alles in de film is gedempt. De kleuren, het acteren. Niemand verheft zijn stem, niemand slaat met een vuist op tafel.
De tableau-achtige, vaak lang aangehouden shots waarin Loznita zijn personages gevangenhoudt, geven de film een licht ironische toon. De vergelijking met Kafka is onvermijdelijk maar voelt ook versleten, en dat is precies waar de film wringt. Het is waar dat sommige dingen eindeloos opnieuw moeten gezegd, sommige misstanden steeds opnieuw aan de kaak gesteld, maar Two Prosecutors voelt als een herhaling van zetten zonder het geloof dat er nog een andere uitkomst mogelijk is.
Een aantal keer in de film valt Kornjev in slaap. In de trein op weg naar Moskou, wanneer een medepassagier (gespeeld door dezelfde acteur als de oude gevangene) een langdradige monoloog tegen hem afsteekt over de keer dat hij Lenin ontmoette. In de wachtruimte waar mannen met aktetassen op schoot urenlang wachten op drie minuten toegang tot de openbaar aanklager.
Slapende dwaas
Steeds is er de suggestie dat Kornjev dingen mist. De clou van een verhaal, de clou van wat er met hem staat te gebeuren. Een paar keer noemen mensen hem een dwaas. Het klinkt aanvankelijk als een stempel waarvan de held het tegendeel zal bewijzen. Maar al snel besef je dat ze gelijk hebben. Dat Kornjev met zijn jeugdigheid en naïviteit niet dwars door alle barrières van het systeem heen het recht zal doen zegevieren, maar myopisch op zijn ondergang afstevent.
Richting het einde van de film valt hij nogmaals in slaap. Dit keer in de trein terug uit Moskou. In de coupé die hem is toegewezen zitten twee mannen die hun eten en wodka met hem delen en volksliedjes zingen. Rozig van de alcohol zakt Kornjevs hoofd tegen het raam. Hij heeft zijn zegje gedaan en is op weg terug naar huis. Denkt hij. Want uiteraard is er geen weg terug. En is zijn lot, zoals Stepniak hem al waarschuwde, allang bezegeld.