The Wizard of the Kremlin

Het oor van de tsaar

The Wizard of the Kremlin

Héérlijk om Jude Law zich te zien uitleven op Vladimir Poetin als veredelde Bond-villain. Maar het ontbreekt The Wizard of the Kremlin aan de diepgang die daar het fundament voor zou moeten zijn.

Van alle filmmakers die hun carrière begonnen als filmcriticus, is dat bij Olivier Assayas nog het meest merkbaar. Zijn films draaien vrijwel altijd in de eerste plaats om analyse – meer dan om bijvoorbeeld emotie of een herkenbare visuele stijl. Dat kan de analyse zijn van een filmklassieker en een genre (Irma Vep, 1996), een analyse van musea en verzamelen (L’heure d’été, 2008) of een analyse van acteur Juliette Binoche (Clouds of Sils Maria, 2014).

In Assayas nieuwste film The Wizard of the Kremlin (Le mage du Kremlin) draait het, net als in bijvoorbeeld Après mai (2012) en Wasp Network (2019), om de analyse van een politiek en maatschappelijk tijdperk. In dit geval dat van Rusland onder Vladimir Poetin.

De film, gebaseerd op de gelijknamige roman van Giuliano da Empoli, draait overigens niet direct om Poetin. Eerder gaat het om de krachten die de dictator aan de macht hielpen en hem daar hebben gehouden. Die worden samengebald in de fictieve persoon van Vadim Baranov (gespeeld door Paul Dano in onderkoelde grijze-muis-modus), die Da Empoli baseerde op Vladislav Soerkov, de spindoctor die naar verluidt jarenlang aan de touwtjes trok in het Kremlin. Zo was Soerkov bijvoorbeeld degene die het eufemisme “soevereine democratie” introduceerde voor wat in feite een dictatuur is.

Ingekaderd door een gesprek met een Amerikaanse journalist doet Baranov in The Wizard of the Kremlin grotendeels zelf zijn verhaal. Hoe hij eerst een bevlogen experimenteel theatermaker was, maar teleurgesteld door lauwe ontvangst en maatschappelijke minachting in de jaren negentig terechtkwam in de cowboy-wereld van het televisie-entertainment, een gloednieuw fenomeen in perestrojka-­Rusland.

Als de positie van president (en dronkenlap) Boris Jeltsin steeds onhoudbaarder wordt, bekokstooft Baranov met wat andere oligarchen een plan om een stroman in het zadel te helpen. Dat wordt Poetin, maar al snel blijkt die niet zo plooibaar als de groep had gehoopt. Terwijl de anderen die in het complot zaten een voor een tot “staatsvijand” worden uitgeroepen, blijft Baranov lange tijd het oor van “de tsaar” houden.

In vliegende vaart komen vervolgens de crisissen voorbij die Poetins presidentschap hebben gevormd: de Tweede Tsjetsjeense Oorlog; zijn harteloze optreden rond het zinken van de onderzeeër Koersk; tot aan de annexatie van de Krim in 2014 aan toe. Dat levert vooral in de een-tweetjes tussen Baranov en Poetin vaak smakelijke scènes op – Jude Law legt een hoop vilein plezier in zijn vertolking van de dictator.

Waar het aan schort is echter die analyse waar Assayas in het verleden zo vaak juist in uitblonk. Er komt veel in vogelvlucht voorbij, waardoor er weinig ruimte is om veel verder dan het oppervlak te komen. Het eindresultaat is een film die met zijn lengte van bijna tweeënhalf uur zowel te lang als te kort voelt.