The Cave

Lichtpunt in de hel

In de Syrische burgeroorlog zijn zelfs ziekenhuizen geen veilige plekken. The Cave toont in een ondergronds ziekenhuis het gruwelijke Syrische oorlogsnormaal, maar ook enorme menselijke veerkracht.

Oost-Ghouta. Misschien hadden we er nooit van gehoord als dit op vijftien kilometer van Damascus gelegen stadsdeel in 2011 niet in opstand was gekomen tegen het Syrische regime. De opstandelingen/bevrijders/revolutionairen/terroristen (doorstrepen naar keuze) maakten deel uit van vier strijdgroepen, die als gezamenlijk doel hadden de verdrijving van het regime van Bashar al-Assad. Dat sloeg vanaf 2013 meedogenloos terug met onder meer een aanval met sarin-gas. Naar schatting tussen de driehonderd en twaalfhonderd burgers kwamen om het leven. De waarschuwing van de toenmalige Amerikaanse president Obama aan het Syrische regime een jaar voor de gasaanval dat het inzetten van chemische wapens ‘een rode lijn’ was, bleek niets waard. Drie jaar later zette het Syrische regime met steun van de Russen de definitieve aanval in. Met uithongering, bombardementen en beschietingen werd Oost-Ghouta tot overgave gedwongen.

Enter The Cave, dat het leven in een ondergronds ziekenhuis in Oost-Ghouta in deze periode portretteert. Drie Syrische cameramannen, op afstand aangestuurd door de Syrische documentairemaker Feras Fayyad, filmden in het ziekenhuis vanaf eind 2016 tot de overgave in maart 2018. De gruwelen zijn onbeschrijfelijk. Er klinken zinnetjes als: “Dit kind heeft een bomfragment in de achterkant van haar nek.” Er is een tekort aan alles: medicijnen, operatiespullen, maar ook aan voedsel voor de honderdvijftig mensen die in deze ondergrondse hel werken.

The Cave gaat niet in op de politieke context van de strijd in Oost-Ghouta. Het gaat Fayyad niet om de strijd, maar om de gevolgen ervan in het ziekenhuis. De gewonden en doden, waarvan sommigen weer het gevolg zijn van een gasaanval, zijn de zoveelste aanklacht tegen de weerzinwekkendheid van het Assad-regime. Dat de wreedheid van dit regime grenzeloos is, is ook na alle oorlogsbeelden van de afgelopen jaren schokkend en verbijsterend, maar The Cave gaat over meer dan dat.

De film concentreert zich op een jonge vrouw, Amani, die het ondergrondse ziekenhuis leidt. Dat een vrouw die functie heeft, is verre van vanzelfsprekend in het patriarchale Syrië. Een opgewonden man in het ziekenhuis weigert met Amani te praten, omdat vrouwen thuis horen te zijn. Later merkt Amani scherpzinnig op dat mannen uit religie halen wat hun uitkomt. In haar geval: religie als legitimering van de achterstelling van vrouwen. Amani is met haar feministische strijdbaarheid en menselijkheid niet het enige lichtpunt in de Syrische hel. Ook collega-arts Salim is een toonbeeld van beschaving en humaniteit. Om patiënten en zichzelf rustig te krijgen vertoont hij tijdens operaties op zijn telefoon YouTube-beelden van klassieke-muziekconcerten. En dan is er nog de innemende kok Samaher, die door te improviseren artsen en verplegers toch altijd weer een maaltijd weet voor te schotelen.

Dat Amani, Salim en Samaher na de overgave van Oost-Ghouta naar het buitenland zijn vertrokken, is het volgende hoofdstuk in de drama’s van deze drie prachtmensen, die je het allerbeste gunt in hun verdere leven. Amani is inmiddels getrouwd in Turkije, hoe het met Salim en Samaher gaat is onbekend.