She Came to Me

Geen seks op donderdag

She Came to Me

Een vrouwelijke sleepbootkapitein, verslaafd aan romantiek, is een van de vondsten in deze energieke kruising tussen romkom, satire en opera. Trouwen met je therapeut? Misschien niet zo’n goed idee.

Peter Dinklage speelt in She Came to Me met verve een operacomponist die niet alleen aanleg voor depressies heeft, maar ook kampt met writer’s block. Dat laatste mag niet heel origineel zijn, het wordt snel goedgemaakt door vermakelijke complicaties. Zo is hij getrouwd met zijn therapeut (Anne Hathaway), die zelf wat neurosen betreft ook van wanten weet. Geen seks op donderdag, bijvoorbeeld.

Bovendien wordt de verdwaasde componist onverwacht versierd door de aan romantische komedies (en seks) verslaafde Katrina (de onvolprezen Marisa Tomei), die sleepbootkapitein blijkt te zijn. Dat en meer is ruim voldoende voor met veel laconieke humor, absurde trekjes en gevoel voor satire opgediende verwikkelingen. Onze componist krijgt er warempel inspiratie door.

Rebecca Miller (Personal Velocity, 2002; Maggie’s Plan, 2015) heeft een stevige reputatie opgebouwd met werk rond hedendaagse relaties en de complexe kanten van het leven en de liefde. Vaak met sterke vrouwenrollen. Die handtekening is ook bij She Came to Me herkenbaar. Wat frivoler deze keer, maar eigenwijs genoeg om in 2023 de Berlinale te mogen openen.

Achteraf had ik de indruk dat Miller soms een beetje is blijven steken in al die dwarse invallen, waardoor een veel serieuzere plotlijn over twee onschuldig verliefde tieners – eigenlijk de enige normale mensen hier – wat uit de toon valt. In een thrillerachtige wending krijgen die het nodige over zich heen. Een ander voorbeeld is de weinig uitgewerkte fascinatie van de therapeut voor het nonnenklooster. Ook een experiment met het regelmatig veranderen van beeldformaat bleef voor mij wat vaag – moeten de meer vierkante kaders een gevoel van geborgenheid benadrukken?

Het neemt niet weg dat de manier waarop Miller samen met de voortreffelijke hoofdrolspelers de draak steekt met de eigenaardigheden van dit New Yorkse milieu, smakelijk genoeg is. Mooi detail daarbij is dat Miller eventuele bijgedachten rond het geringe postuur van Dinklage geheel voor rekening van de kijker laat. Je kan je zelfs een beetje betrapt voelen.

Fraaie toevoegingen zijn de operascènes die de componist toch weer tevoorschijn weet te toveren en die de opmaat vormen naar een passend slot vol verbaasde blikken. Misschien moeten we ook met een operablik naar de andere verwikkelingen kijken.

Pathos, gekruist met stevig uitvergroot realisme. Met soms een onverwacht ontnuchterend moment: “Je moet nog wat meer achterdocht ontwikkelen”, krijgt de tiener­meid te horen. En een sleepboot als een van de locaties is natuurlijk niet te versmaden.