Palestine 36

De Britten zijn de baddies

Datum
26-08-2026
Auteur
Verschenen in
Lees meer over
Regie
Annemarie Jacir
Te zien vanaf
24-09-2026
Land
Bezet Palestijns Gebied, Verenigd Koninkrijk, Qatar, Frankrijk, Verenigde Staten, Denemarken, Jordanië, Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië, Italië, Turkije, Zweden, Australië, Noorwegen, 2025

Palestine 36

Ambitieus maar weinig genuanceerd kostuumdrama over het eerste brede Palestijnse verzet tegen het optuigen van een Joodse staat door de Britten.

Met een budget van ergens tussen de zes en twaalf miljoen dollar is het na de start van de Gaza-oorlog deels in Palestina en Jordanië gedraaide kostuumdrama Palestine 36 de duurste en meest ambitieuze Palestijnse speelfilmproductie tot nog toe. De internationale cast bestaat uit onder anderen Jeremy Irons en Palestijnse acteerkanonnen als Hiam Abbass en Saleh Bakri.

Het is knap hoe de makers met hun relatief bescheiden budget een historische vertelling van epische proporties hebben weten neer te zetten, met weidse shots van glooiende landschappen en buitenopnames in idyllische dorpjes. Het mooist zijn de ingekleurde archiefbeelden van het leven in onder meer Jeruzalem in de jaren dertig. Een slimme zet die grote sets of dure cgi-beelden overbodig maakt en een levendige historische achtergrond biedt.

De in Bethlehem geboren en in de VS opgeleide Palestijnse regisseur/scenarist Annemarie Jacir (Salt of this Sea, 2008; Wajib, 2017) neemt 1936 als vertrekpunt voor een ensemblevertelling die laat zien hoe gewone Palestijnen worden meegesleept in het eerste georganiseerde Palestijnse verzet – de algemene staking en de Arabisch-Palestijnse Opstand, gevolgd door de instelling van de Commissie-Peel – tegen het optuigen van een Joodse staat onder aanvoering van de Britten.

Interessant, omdat westerse geschiedenislessen vaak pas beginnen bij het uitroepen van de staat Israël na WOII, waar die koers al werd ingezet met de Balfour-declaratie (1917) tijdens WOI, toen de Britten het gebied veroverden op de Ottomanen.

Niet de Joodse immigranten (die als figuranten slechts deel uitmaken van het decor), maar de Britten zijn de bad guys in dit verhaal, dat schakelt tussen het politieke centrum in Jeruzalem en de boerenbevolking en rebellen op het platteland. Ook de islam is naar de achtergrond geschoven. Jacir, die zelf een christelijke achtergrond heeft, lijkt met haar invalshoek te willen benadrukken dat de Palestijnse kwestie minder een religieus dan wel een politiek-menselijk drama betreft dat bovenal draait om koloniale landroof.

De melodramatische ondertoon van slachtofferschap en heroïsch verzet laat voor nuances echter weinig ruimte. Door de vele gebeurtenissen en het schakelen tussen Palestijnen en Britten, stad en platteland, jong en oud, ontbreken de complexere achtergronden, waardoor situaties en personages te stereotiep blijven. Plattelandsjongen Yusuf, die als in Jeruzalem werkende chauffeur de spil is in het verhaal, is vlak en saai. Yasmine Al Massri, als de bevlogen, in Oxford opgeleide Palestijnse journalist Khouloud, steelt daarentegen de show in een film die vrouwenrollen evenveel gewicht geeft als die van mannen. Achter de schermen werden de belangrijkste departementen (scenario, regie, camera, montage) door vrouwen bemand.