Digger

Groteske farce

Datum
30-09-2026
Regie
Alejandro G. Iñárritu
Te zien vanaf
01-10-2026
Land
Verenigde Staten, 2026

Digger. Still: Seoju Park

Tom Cruise mag los als Digger Rockwell, een oliebaron die minstens zo glibberig is als het goedje waarmee hij zijn rijkdom heeft vergaard. Wat doet hij als zijn bedrijf een catastrofe veroorzaakt die half Europa onder water zal zetten?

“Satire, farçe, drama, tragedie – wat maakt het allemaal uit,” zegt iemand tegen het einde van Digger. En inderdaad: als we toch al dansen op de vulkaan die klimaatcatastrofe heet, wat Alejandro Iñárritu’s film overtuigend betoogt, wat is dan nog het verschil tussen tragedie en komedie?

Direct vanaf het openingsshot benadrukt Iñárritu de theatraliteit van zijn achtste speelfilm. Er wordt letterlijk een doek opgehaald – alleen komt er geen bühne tevoorschijn, maar blijkt het het slaapkamergordijn van de steenrijke Digger Rockwell. Het onthult zijn uitzicht op een schilderachtige hof van Eden, een niet door mensen aangeraakt landschap van een onwaarschijnlijke schoonheid.

Digger is rijk genoeg dat artsen en andere wonderdoeners zijn geliefde kat al 38 jaar in leven weten te houden, en machtig genoeg dat zijn werknemers geen vragen stellen als hij hen in zijn pyjama ontvangt. En er komen vandaag flink wat werknemers langs, want er gaat iets mis op een van Diggers boorinstallaties op Groenland. Goed mis. Catastrofaal mis. Er-stevent-een-ijsberg-zo-groot-als-een-metropool-op-het-Europese-vasteland-af mis.

En dus moet de schade worden beperkt. Niet door het tij te keren – die tsunami is al onafwendbaar – maar door het “narratief” bij te sturen. Eerst bij de Amerikaanse president, met wie Digger uiteraard op zeer vertrouwelijke voet staat. En uiteindelijk tot in het Europees Parlement in crisismodus aan toe, in een bevlogen, ruim tien minuten lange monoloog waarin hij al zijn zonden opbiecht en in één moeite door bij zijn toehoorders – en daarmee ook de filmkijker – in de schoenen schuift. De in één onafgebroken shot gefilmde scène is een tour de force van Iñárritu, zijn vaste cinematograaf Emmanuel Lubezki en vooral ook hoofdrolspeler Tom Cruise.

Propagandamachine
Want ja, dit is héél erg een Iñárritu-film, een regisseur die het grote gebaar nooit schuwt. Maar het is net zo goed héél erg een Tom Cruise-vehikel. De megaster is ook een van de producenten van Digger, zoals hij dat was voor al zijn films sinds zijn wonderbaarlijke wederopstanding post-corona. Het project lijkt tot in de puntjes gekalibreerd om hem eindelijk een acteer-Oscar op te leveren, die hij ondanks vier nominaties nooit gewonnen heeft.

In de promotie voor de film wordt luid verkondigd dat het in eerste instantie elke dag zes uur kostte om Cruise in de protheses voor Diggers kalende, uitgebluste uiterlijk te hijsen, en dat hij vervolgens het proces zodanig stroomlijnde en het team net zo lang drilde tot het binnen een uur kon. Bewonderenswaardig filmvakmanschap, natuurlijk. Maar er zit ook ironie in het feit dat al die tijd en moeite nodig was simpelweg om de 64-jarige Cruise er zo oud uit te laten zien als hij in werkelijkheid is.

Zo zijn er meer manieren waarop de rol Cruise met een vette knipoog op het lijf geschreven lijkt. Digger is een personificatie van de olie-industrie die al decennia willens en wetens de aarde sloopt en het volk daarover zand in de ogen strooit. En Cruise zelf is, met zijn schier eindeloze reeks stunts en heldendaden in allerhande gemotoriseerde voertuigen, een niet onaanzienlijk onderdeel van die propagandamachine. Op dit moment heeft hij in de pijplijn: een vervolg op zijn autorace-klassieker Days of Thunder, en een daadwerkelijk in de ruimte gedraaide speelfilm in samenwerking met SpaceX. Fikken met die kerosine!

Gelaagd
Die meta-laag past uitstekend in een film die sowieso meerdere verhaallagen opstapelt en de vertelling herhaaldelijk op scherp zet, op manieren waarvan de makers graag willen dat we die hier niet prijsgeven. Laten we het erop houden dat theatraliteit een sleutelwoord is.

In die tien minuten durende centrale speech betoogt Digger overtuigend dat we, al ons gepruttel over groene alternatieven ten spijt, als mensheid helemaal niet van de olie af willen. We willen, in Diggers woorden, “de vrijheid om ons te blijven wentelen in het comfort van niet-duurzame leugens”.

Maar de echte sleutelzin van Digger zit in een minder opvallende scène eerder in de film, tussen Digger en de door John Goodman clownesk gespeelde Amerikaanse president. “Paniek,” zo houdt Digger hem voor, “is in ons voordeel. Als je wegvlucht uit een brandend huis, ben je er niet mee bezig wie de broodrooster aan heeft laten staan.”

Komedie is tragedie plus tijd, zo zegt men. Digger verpakt de klimaattragedie die zich nu al decennia in slowmotion voltrekt als groteske farce. Of we daar over twintig jaar nog steeds om kunnen lachen, ligt er wellicht aan of we nu eindelijk eens op zoek gaan naar die broodrooster.