Love Lies Bleeding

Noir van nu

Love Lies Bleeding

Queer noir Love Lies Bleeding leunt stevig op een traditie van noir-films over gedoemde liefdespartners, maar geeft dat genre een volstrekt eigenzinnige update.

Met haar voortreffelijke horrordebuut Saint Maud bewees de Britse Rose Glass in 2020 direct dat ze een regisseur was om in de gaten te houden. Hoewel haar film over een godvrezende verpleegkundige met de obsessieve drang om de ziel van een stervende patiënt te redden door de pandemie in Nederland helaas geen bioscooprelease kreeg, had Saint Maud genoeg stijl en smoel om op te vallen.

En dus kreeg Glass van filmstudio A24, de voornaamste thuishaven voor hip jong regietalent, het vertrouwen en budget om wat groter uit te pakken. Het heeft geresulteerd in de heerlijk ambitieuze en uitzinnige noir-thriller Love Lies Bleeding, waarin Kristen Stewart Lou speelt, een humeurige sportschoolmanager die haar dagen anno 1989 vooral vult met het ontstoppen van volgelopen toiletten en het uitkafferen van proteïneproleten.

Nee, in deze smoezelige sportschool in een al even smoezelig gehucht in New Mexico wordt de Amerikaanse Droom bepaald niet geleefd. Wat dat betreft helpt het ook niet dat Lou werd grootgebracht in een criminele omgeving, met vader Lou Sr. (Ed Harris, met vermoedelijk het meest onvergetelijke filmkapsel in jaren) als lokale boef met schietranch, die de gehele gemeenschap in zijn binnenzak heeft.

Lou’s familiereputatie is er vooral een van talloze illegale handeltjes en ravijnen die uitpuilen van de lijken. Geen wonder dat Lou doorgaans niet bepaald het zonnetje in huis is. Dat verandert wanneer een intrigerende vreemdeling opduikt in haar sportschool. Bodybuilder Jackie (een fijne doorbraakrol van Katy O’Brian) valt met haar imponerende fysiek direct in de smaak bij alle proleten, maar heeft zelf uitsluitend oog voor Lou en vice versa.

Dat Jackie ondertussen bijklust op de ranch van Lou’s vader, is dan nog hooguit een vervelende bijzaak. De seks is immers uitmuntend, en de dromen zijn groot. Samen willen ze meer van de wereld zien, maar voordat dat mogelijk is, moet Jackie eerst nog even een belangrijke bodybuilderswedstrijd winnen in Las Vegas. Een formaliteit natuurlijk, want met wat hulp van Lou (lees: speciale injecties) moet dat vast te doen zijn.

Jammer dat er in de nieuwe liefdesidylle altijd nog zoiets bestaat als die verdomde, weerbarstige werkelijkheid. En dus komen de twee kersverse geliefden voor flink wat nieuwe uitdagingen te staan wanneer Lou’s zus Beth (Jena Malone) ernstig wordt mishandeld door haar man (een ploertige Dave Franco).

Lou zint op wraak en kan rekenen op Jackie’s spierkracht om haar zwager eens een lesje te leren. Maar wraak loopt zelden zoals gepland en dus bevinden Lou en Jackie zich in mum van tijd in een situatie die almaar verder escaleert. Daarmee lijkt Love Lies Bleeding in de kern een weinig uitzonderlijke, klassieke misdaadnoir waarin een koppel klem raakt tussen droom en (gewelddadige) werkelijkheid. De invloeden zijn duidelijk aan te wijzen (Thelma and Louise, 1991; Drive, 2011; Blood Simple, 1984) en toch slaagt Glass er knap in om het genre te voorzien van een flinke injectie frisse energie.

Hoewel de setting met al het bodybuildergeweld onmiskenbaar de late jaren tachtig ademt, voelt Love Lies Bleeding ook heel erg als een film van nu, als moderne queer noir waarin het nu eens niet de mannen zijn die de gekwelde, complexe antiheld mogen uithangen.

Na een voortreffelijk debuut kan de tweede film voor veel regisseurs soms een wat al te zware last worden, maar Glass lijkt van die vloek in Love Lies Bleeding geen enkele last te hebben. De regisseur wordt daarbij geholpen door een aangenaam chagrijnige Stewart, die het ene moment een klassiek tragische noir-antiheld lijkt, maar het andere moment net zo makkelijk schakelt naar de boevendochter bij wie het geweld in de genen zit.

Zo’n personage past perfect in een heerlijk groezelige wereld vol opportunisten, zoekende zielen en klootzakken (en potverdorie, wat is Harris hier een onvergetelijke klootzak). Glass vindt daarbij een nagenoeg perfecte balans tussen geweld, liefdesdrama en surrealisme, wat uitmondt in een behoorlijk groteske finale, die nog maar eens bewijst dat de regisseur prettig compromisloos is. Het maakt al met al nog nieuwsgieriger naar haar nieuwe projecten.