La piel que habito

Wraakthriller vol symboliek

La piel que habito

Is het een horrorfilm? Is het een melodrama? Nee, het is de nieuwe Almodóvar. Wie deze Spaanse filmauteur kent zal begrijpen dat Pedro Almodóvar bestaande genres alleen maar gebruikt als opstapje voor zijn eigen fascinaties.

Antonio Banderas, die zijn acteurscarrière begon in de films van Pedro Almodóvar, keert na 21 jaar terug bij zijn vroegere leermeester. In La piel que habito (letterlijk ‘De huid waarin ik woon’) speelt hij schitterend onderkoeld een briljante plastisch chirurg met psychopatische trekken. In zijn villa houdt hij een jonge vrouw genaamd Vera gevangen die hij gebruikt voor een bizar medisch experiment. Hij geeft haar een nieuwe kunsthuid en een nieuw gezicht dat sterk doet denken aan dat van de overleden echtgenote van de chirurg die na ernstige verbrandingen zelfmoord pleegde.

Flashbacks onthullen dat dit niet de enige tragedie was die de onfortuinlijke medicus trof. Zijn gewetenloos nagejaagde obsessie is niet alleen een poging de gebeurtenissen terug te draaien, maar ook een gruwelijke wraakactie waar Vera, of liever gezegd degene die ze vroeger was, het slachtoffer van is. De terugkeer van de criminele halfbroer van de chirurg zal ten slotte voor een gewelddadige escalatie zorgen.

Almodóvar ontleende het gegeven aan het boek Mygale van Thierry Jonquet en gaf daar zijn eigen draai aan. Een compact en op het randje van het absurde samengebald geheel van grote gevoelens, symboliek en noodlot, uitgevoerd in een zeer beheerste stijl die je gecontroleerd-theatraal zou kunnen noemen, met horrorelementen die voornamelijk gesuggereerd worden, op een paar schokkende momenten na.

Pygmalion
Op het eerste gezicht een wraakthriller, lijkt La piel que habito uiteindelijk meer een verkenning van thema’s als identiteit en seksualiteit, uiterlijk en innerlijk, controle en chaos, de onbereikbaarheid van de ander en zelfs de rol van de moeder, ook niet nieuw voor Almodóvar. Van veel beelden in La piel que habito gaat een sterke symbolische suggestie uit — denk aan de pop die bij de voorbereiding van de operaties als stand-in voor Vera dient, of aan het reusachtige beeldscherm waarop de chirurg haar kan gadeslaan.

Soms krijg je het gevoel dat de aangeroerde thema’s ook terugslaan op de film zelf, die weliswaar gaat over grote en diepe gevoelens, maar zelf koel en afstandelijk overkomt. In het decor van La piel que habito figureren een paar schilderijen die af en toe prominent in beeld komen. Schilderijen kunnen ook prachtig en bijzonder zijn, maar echte emotie roepen ze zelden op. Zoiets lijkt ook met La piel que habito het geval te zijn.

Dan zijn er nog de vele verwijzingen naar films en andere verhalen. Het gemaskerde gelaat van Vera lijkt bijvoorbeeld sprekend op het met verband omwikkelde gezicht uit de Franse horrorfilm Les yeux sans visage (1960) van Georges Franju, ook over een bezeten chirurg. Almodóvar wijst daarnaast op de mythe van Pygmalion, de beeldhouwer die verliefd werd op zijn eigen schepping.

Het maakt de hele onderneming een tikje topzwaar en ongrijpbaar, in ieder geval geen film om je onbekommerd door te laten meeslepen. Maar net wanneer je de conclusie zou willen trekken dat het vooral een ideeënfilm is gebleven is daar plotseling die wonderlijk ontroerende slotscène waarin de hoofdpersoon ontdekt dat de wrede grillen van het lot toch niet zinloos waren.