Het meisje en de dood

Russisch lijden

Het meisje en de dood

Jos Stellings Gouden Kalf-winnaar Het meisje en de dood is een fraaie huls voor een tragisch liefdesdrama dat maar niet wil ontbranden.

In Woody Allens To Rome with Love zit een twintiger die bij haar vrienden met literaire citaten de indruk wekt dat ze de hele wereldbibliotheek paraat heeft. De grap is dat de snob een paar citaten uit haar hoofd heeft geleerd, waarmee ze een façade van culturele kennis overeind houdt. Iets dergelijks is het geval met Het meisje en de dood. De film suggereert dramatische diepte, maar maakt dat niet waar.

Hoeveel verwijzingen naar Russische literaire grootheden, vooral Poesjkin en Tsjechov en filmgrootmeester Luchino Visconti het liefdesdrama ook bevat: tragische diepgang ontbreekt, het blijft bij uiterlijk vertoon. Daar is een woord voor: kitsch.

In Het meisje en de dood keert de Moskouse arts Nicolai Borodinski – lange loden jas, bundel van Poesjkin bij de hand – met de trein terug naar het hotel/pension/bordeel in de buurt van Leipzig waar hij een halve eeuw eerder zijn grote liefde Elise ontmoette. Begeleid door pianoklanken baant de man zich een weg naar binnen in het vervallen en verlaten pand, waarna de film een halve eeuw terugkeert in de tijd.

We bevinden ons rond de eeuwwisseling als Nicolai onderweg van Rusland naar Parijs, waar hij geneeskunde wil gaan studeren, in Duitsland in een hotel/pension/bordeel overnacht. Als hij in de ogen van de hoer, pardon courtisane, Elise staart, wordt zijn leven nooit meer hetzelfde: blinde liefde. Hij wil er met haar vandoor maar Elise is het bezit van een oude graaf. De tiran overlaadt haar met geld in ruil voor haar lichaam.

Onnozelaar
Lang verhaal kort (de film duurt ruim twee uur): de kansloze Nicolai vertrekt naar Parijs, maar keert na zijn artsenopleiding vijf jaar later terug. Elise is er nog steeds het exclusieve bezit van de graaf, die Nicolai als een godfather avant-la-lettre hardhandig duidelijk maakt dat hij beter kan gaan. Omdat intimidatie op stapelverliefde mensen geen indruk maakt, blijft Nicolai. Geïmponeerd door zoveel standvastigheid valt Elise voor hem. Probleem: de graaf, ook niet gek, betaalt niet langer haar hotelrekening, zodat ze met haar geliefde Rus het hotel niet kan verlaten. Eerst zal ze de rekening moeten betalen (moet letterlijk en figuurlijk worden opgevat).

Een beetje boerenslimme Rus zou een list verzinnen om er met zijn liefde toch tussenuit te knijpen, maar Nicolai leest Elise liever gedichten voor van Poesjkin dan handelend op te treden. Nieuwe dramatische wending: Elise krijgt een ongezond hoestje en stuurt Nicolai, die ze niet met haar ellende wil opzadelen, weg. De gekrenkte arts, die ondanks zijn kennis van Poesjkin niet begrijpt dat Elise uit liefde voor hem handelt, neemt een paar jaar later wraak. De onnozelaar bewijst ermee dat hij van de liefde net zo weinig begrijpt als de graaf.

Dat het verhaaltje van Het meisje en de dood heel goed een deeltje uit 1935 van de Bouquet-reeks had kunnen zijn, als de serie toen al bestond, is geen probleem, want de wereldliteratuur staat bol van noodlottige liefdes. Het probleem is dat Stelling er geen meeslepende maar stoffige cinema van heeft gemaakt. Het oogt allemaal fraai, maar om mee te kunnen leven met de tragische liefde van Elise en Nicolai zal de kijker eerst hun fatale liefde moeten zien opvlammen. Helaas: er vlamt niets in Het meisje en de dood.