Fuori
Altijd in de gevangenis
Fuori. Foto: Mario Spada
Sensitief portret van Goliarda Sapienza, een van de belangrijkste twintigste-eeuwse Italiaanse schrijvers. Een film over vrouwenvriendschappen en vrijheidsdrang.
Dat ik hier geen ‘schrijfster’ mag schrijven (de eindredactie van dit blad schrapt de vrouwelijke vorm steevast als ongeëmancipeerd), zegt iets over het bevoogdende, ideologische keurslijf waarin vrouwen en vrouwelijke taalvormen ook anno 2026 soms nog gevangen zitten.
De Romeinse, anarchistische acteur en schrijver Goliarda Sapienza (1924-1996), die het onaangepaste leven van een bohemien leidde, had tijdens haar leven veel last van betuttelende opvattingen. Een van de Italiaanse uitgevers die in 1976 het manuscript kreeg aangeboden van haar magnum opus De kunst van het genot, over een vrouw die zich niet door morele conventies of traditionele vrouwenrollen laat beperken, noemde het een “poel des verderfs”. Pas jaren na haar dood werd het boek in het buitenland gepubliceerd en als meesterwerk erkend.
Een verarmde Sapienza, gespeeld door de altijd droevig ogende Valeria Golino, belandde in 1980 als 55-jarige, na het stelen van juwelen van een vermogende vriendin, in de gevangenis. Daar voelde ze dat keurslijf en de bijbehorende wanhoop meer dan ooit, maar raakte ze er ook van bevrijd. Want hoewel de huisgeschoolde dochter van een vakbondbestuurster (een vrouw; dat doet ertoe!) en een socialistische advocaat binnen de muren een buitenbeentje was en voor politiek gevangene werd aangezien, voelde ze zich beter thuis tussen de vrouwen uit arme, volkse, criminele milieus dan in het intellectuele, zich moreel verheven voelende wereldje waaruit ze stamde.
“Met deze vrouwen in Rebibba [de buitenwijk van Rome waarnaar de gevangenis is genoemd, KW] voelde ik een ongelooflijke, onvoorstelbare vrijheid”, verklaart Sapienza in Fuori (‘eruit’). Dit speelfilmportret schetst haar leven aan de hand van de vrouwenvriendschappen die ze aan de dagen achter de tralies overhield. De liefdevolle band was zo sterk, dat ze zelfs als ze buiten de gevangenis samen waren, nog binnen zaten. En die maakte dat ze zich binnen de muren vrij voelden, zoals Sapienza later in de film aan haar man uitlegt.
Scenarist Ippolita Di Majo en regisseur Mario Martone, die eerder samenwerkten aan het al even melancholiek-ambigue Nostalgia (2022), maken die warme binnenwereld voelbaar in de zachte, weemoedige sfeer van hun film, die de rauwe randen van Rome uit warmgele en huidkleurige grondtonen optrekt.
Een opvallende sfeerscène, prachtig raadselachtig en subtiel surreëel, is die waarin Goliarda, tijdens een bezoek met haar criminele vriendin Roberta aan de nieuwe parfumshop van hun voormalige celgenoot Barbara, opeens achter een spiegeldeur in een roze badkamer terechtkomt. Alsof ze een intieme binnenwereld binnengaat waartoe ze alleen in gezelschap van haar gevangenisvriendinnen toegang heeft. Het heeft iets van het ‘delier’ waarover Sapienza het heeft in relatie tot haar schrijven. Zo geven de filmmakers je het gevoel dat haar boek, dat de poortwachters niet wilden lezen, toch is gezien. Het belang daarvan laten ze haar zelf verwoorden: “Dat boek ben ik.”