Ryûsuke Hamaguchi over Drive My Car

'De auto is een van die plekken waarin je je geheimen kunt fluisteren'

Ryûsuke Hamaguchi

De Japanse regisseur Ryûsuke Hamaguchi timmert al jaren aan de weg met uitstekende drama’s, maar overtreft al zijn eerdere werk met het intieme epos Drive My Car, een emotioneel overweldigende bewerking van Haruki Murakami’s gelijknamige korte verhaal. “Wat ik als regisseur kan doen is, een omgeving creëren waarin acteurs iets kunnen voelen.”

Sinds afgelopen editie van Cannes maakt Ryûsuke Hamaguchi furore als een van de meest prominente Japanse regisseurs. Met het intieme epos Drive My Car levert hij een meesterlijke bewerking van het gelijknamige korte verhaal van Haruki Murakami af. De film won in Cannes de prijs voor Beste Scenario en dingt nu mee in de Oscarrace voor vier gouden beeldjes, waaronder die voor Beste Film, Beste Internationale Speelfilm en Beste Regisseur.

De films van Hamaguchi zijn subtiel en intiem, maar ook gelaagd en complex. Hij speelt met ongemakkelijke menselijke verhoudingen en onderzoekt hoe mensen hun gevoelens verbergen achter een lastig te doorboren schild. Om aan te geven hoe gefascineerd Hamaguchi is door schijnbaar ondoordringbare menselijke façades: als filmstudent regisseerde hij al een speelfilmbewerking van Stanislaw Lems Solaris (ook bewerkt door Tarkovski en Soderbergh), over een astronaut die zijn overleden ex-vrouw op zijn ruimtestation aantreft.

Hamaguchi maakt talige films, met lange scènes en veel dialoog waarin de emotionele gelaagdheid van personages langzaam bloot komt te liggen, tot de pure, rauwe emotie overblijft. Het is een cumulatief effect: eerst word je meegenomen in het tedere ritme van de film en dan word je omver geblazen door de emotionele kracht van het verhaal.

Dat gebeurt in Drive My Car, waarin de verbeten theaterregisseur Yûsuke Kafuku al jaren rouwt om de dood van zijn vrouw. De uitnodiging om Anton Tsjechovs Oom Vanja te regisseren voor een theater in Hiroshima biedt de kans de strakke regie over zijn leven geleidelijk los te laten. Onderdeel van zijn contract is dat hij niet zelf van en naar het werk mag rijden. Op de achterbank van zijn eigen auto krijgt hij eindelijk de gelegenheid zijn hart open te stellen. Zo stevent Drive My Car af op een emotioneel indrukwekkende finale waarin al het verdriet van Kafaku naar boven lijkt te komen.

Na de première in Cannes zat Hamaguchi met een paar journalisten en een tolk aan tafel om over zijn nieuwe drama te praten.

Rijdt u zelf auto? “Ik rij zelf niet, omdat het mij aan concentratie ontbreekt. Ik weet zeker dat ik in een ongeluk terecht zou komen. Ik kan er wel van genieten in een auto te zitten. Het is een van die plekken waarin je geheimen kunt onthullen die je anders nooit zou prijsgeven. Dat idee was zelfs de drijfveer voor mij om deze film te maken. Ik weet eigenlijk niet wat het is aan auto’s en aan transport in het algemeen, maar ik zie een sterk verband met film omdat ze je allebei in beweging brengen; je omgeving verandert constant. Het is een manier om nieuwe verhalen te vertellen.”

Anton Tsjechovs Oom Vanja speelt een grote rol. Waarom plaatste u het toneelstuk zo prominent in uw film? “Het eenvoudige antwoord is dat ik zelf verliefd ben op Oom Vanja. Daarnaast wilde ik het beroep van Kafaku laten zien. Natuurlijk zit het toneelstuk ook in het originele verhaal van Murakami, maar ik heb het opnieuw gelezen om er meer uit te halen. De dialoog die bij mij resoneerde heb ik in de film gestopt. Het zijn elementen die op een bepaalde manier meer prijsgeven over het innerlijke leven van Kafaku, de gevoelens die hij niet tot uiting kan brengen. Misschien is Drive My Car wel een expressie van mijn misplaatste verlangen om een verfilming van Oom Vanja te maken. Ik denk dat het wel is gelukt die twee teksten samen te voegen tot een nieuw geheel.”

Het is knap hoe uw film uitdijt. Het originele verhaal is veel compacter dan uw verfilming. “Ik dacht eerst dat de film hooguit twee uur ging duren. Ik wist niet hoe ik meer uit het korte verhaal kon halen. Toen realiseerde ik me dat ik elementen kon lenen uit de andere korte verhalen uit Murakami’s publicatie Men Without Women. Dat materiaal is in de film geslopen, naast elementen uit Oom Vanja, waar we het net over hadden. Wat ik ook in gedachten hield, is dat Murakami vaak lange boeken schrijft met een specifieke structuur. Ik wilde zijn verhaalstructuur, waarin op het einde hoop doorschemert, intact houden.”

Murakami is een zeer intuïtieve schrijver en ik bespeur in uw werk eenzelfde soort aanleg. In hoeverre speelt intuïtie een rol in uw werk als regisseur? “De hoofdzaak is dat wat de acteurs voelen wanneer ze spelen ook echt voor de camera te zien is. Daarom hecht ik zoveel waarde aan hun emotionele toestand op dat moment. Wat ik als regisseur kan doen is een situatie of omgeving creëren waarin zij iets kunnen voelen. Dat ik die emoties probeer te vangen — niet alleen van de personages, maar ook van de acteurs — betekent misschien dat ik intuïtief te werk ga.”

In de film is Kafaku’s vrouw Oto een scenarioschrijver. U bent dat van uw eigen films. Hoe kijkt u naar uw eigen schrijfproces? “Ik probeer te schrijven zonder er veel bij na te denken. Je hebt natuurlijk input nodig en je moet veel elementen en details uitdiepen, maar als ik alles in een verhaal giet, probeer ik er niet bij stil te staan hoe ik dat doe. Het feit dat Oto haar verhalen vertelt terwijl ze seks heeft betekent dat ze op een of andere manier haar onderbewustzijn gebruikt voor haar kunst. Murakami is blijkbaar ook het type schrijver dat zo veel mogelijk vanuit het onderbewuste werkt.”

Seksualiteit speelt een belangrijke rol in uw werk, ook in vorige films als Wheel of Fortune and Fantasy en Asako I & II. Welke overwegingen zijn belangrijk voor u wanneer u seks verbeeldt? “Ik zie de seksscène in deze film meer als een dialoog. Kafaku en Oto hebben een gesprek, daarbovenop hebben ze seks. Het is niet het belangrijkste onderdeel van hun interactie. Dit is de eerste keer dat ik seks zo expliciet in beeld breng. Ik doe het meestal niet, omdat ik het een groot risico vind voor de acteur. Hier was het echter nodig voor de scène, want je voelt dat Kafaku aan het rouwen is, dat hij pijn met zich meedraagt. Wanneer mensen seks hebben, dwingt het een intieme, fysieke relatie af. Wanneer we met elkaar communiceren, hebben we die intieme relatie nodig vanuit een mentaal perspectief. Soms lukt zo’n connectie ook tijdens seks maar je kunt ook lichamelijkheid zonder enige emotionele relatie ervaren. Je ziet dat Kafaku en Oto seks hebben maar emotioneel afstandelijk zijn. We moeten hun lichamelijke intimiteit dus niet verwarren met mentale intimiteit.”

Kunnen we het hebben over de diversiteit van de personages die in de vertolking van Oom Vanja spelen? Onder andere een Zuid-Koreaanse vrouw met stomheid, een oudere Japanse vrouw en een man uit de Filipijnen zijn onderdeel van de cast. Waarom stelde u dit pan-Aziatische ensemble samen? “Laten we zeggen dat het afreizen van filmfestivals mij de gelegenheid gaf veel bijzondere mensen te ontmoeten. Wat me daar vooral opviel, is hoe zeer verschillende mensen met elkaar kunnen mixen. De meertaligheid spreekt me enorm aan. Ik wilde dat toepassen op de cast van Oom Vanja in de film omdat het mij dwingt op een andere manier naar acteren te kijken. We zijn enorm afhankelijk van woorden om elkaar te begrijpen, ook als we aan het acteren zijn. Wat zou er gebeuren als ik de acteurs zou afsnijden van hun eigen talen en ze laat luisteren naar hun andere zintuigen om elkaar te leren begrijpen? Ik denk dat het een hogere kwaliteit aanboort in het niveau van het acteren en dat wilde ik met jullie delen.”

In de film zegt Kafaku dat de tekst van Oom Vanja altijd iets bevraagt bij degene die het opvoert. Ik vroeg me af of u zo’n ondervragingsproces hebt ondergaan toen u de tekst er weer bij pakte… “Daar heb ik eigenlijk nooit over nagedacht, maar ik denk dat dit is gebeurd. Dat is mijn eerste reactie op uw vraag, maar ik denk dat het nog jaren gaat duren voor ik deze film zelf kan verwerken.”