All is Lost

Inderdaad: all is lost

  • Datum 19-12-2013
  • Auteur
  • Gerelateerde Films All Is Lost
  • Regie
    J.C. Chandor
    Te zien vanaf
    01-01-2013
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

De oude man en de zee. Maar dan zonder zwaardvis. Alleen in gevecht met zichzelf. En de elementen. En de hoop.

All is Lost. Hoeveel hoop is er nog met zo’n titel? All is lost. En dan wordt dat kleine beetje hoop wat we nog hebben — we zijn per slot van rekening mensen, die altijd blijven hopen, omdat alles zonder hoop te groot en afschrikwekkend is — alsnog weggeslagen als we die woorden uitgesproken horen worden. Het zijn niet eens woorden. Het is de stem van zijn gedachten. Neergeschreven in een laatste captain’s log. Alles is verloren. Ik heb het geprobeerd. Ik heb gehoopt.
Wie spreekt hij toe? Zijn het zijn kinderen? Zijn vrienden? Zijn het de mensen die het wrak van zijn zeilschip zullen vinden? 1700 zeemijl van de Soenda-straat? Een zeestraat tussen de Javazee en de Indische Oceaan. Of spreekt hij vooral zichzelf nog een keer moed in? Die man, alleen op zijn zeilboot op zee.
De eerste keer dat we hem zien ligt hij op zijn bed en wordt hij wakker van het water dat zijn schip instroomt. Aanvaring met zeecontainer. Dat is acht dagen eerder. Dan is nog niet alles verloren. Dan zien we hem, en hij is Robert Redford, de acteur die dit naamloze personage gestalte geeft tot en met elke verweerde rimpel in zijn gezicht, kalm, beheerst, redden wat er te redden valt. Hij is vindingrijk en soeverein. Hij is de eerste en de laatste man op aarde. Een zeeman die weet dat hij niet over de golven moet willen heersen, maar met de golven moet leven.
All is Lost is net als 127 Hours en Gravity een film als een suspensebom. Je weet dat hij de komende anderhalf uur af zal gaan. Je vreest het ergste en hoopt op het beste. Als er geen verhaal meer is — man zit vast in rotsspleet, 2 astronauten zweven in outer space, man dobbert op scheepswrak in het midden van de oceaan — dan gaat het alleen nog daarover, over hoe we hopen dat ze zullen overleven, en vrezen dat dat niet zal lukken. Want zo zitten mensen nou eenmaal in elkaar. De rest — en er is bijna geen rest — is bijzaak.
In zijn tweede film na Margin Call (ook zo’n verloren moment in het oog van de storm voor de bankencrisis van 2008) weet J.C. Chandor nog verder tot de essentie, de existentiële essentie van drama door te dringen. Het helpt natuurlijk dat Redford de hoofdrol speelt, de enige rol, zwijgend, want tegen wie moet hij, op die voice-over aan het begin van de film na nog praten? Redford kan dat. Een rol verinnerlijken. Een touw knopen. Een watertank vullen. Vloeken zonder te vloeken. Uit levenservaring weten dat panikeren geen optie is, want als alle hoop verloren is, dan rest er alleen nog handelen, want anders is het afgelopen. En ‘onze man’ zoals hij op de credits heet, gaat door, als een Sysifus, een Beckettiaans personage: ‘I can’t go on. You must go on. I can’t go on. I’ll go on.’ En gek genoeg schuilt daarin ook hoop. Heel sober en miniem. Heel naargeestig ook. Want als er hoop is, moet je je weer gaan afvragen wat er na de hoop komt. En zo gaat deze film, als we het aandurven aan boord te gaan, over ons allemaal. Maar wees gewaarschuwd: ‘Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt.’ Dat is dus de hel. Die golf. En dat licht. En de hemel.

Dana Linssen