21 Grams

Grote woorden trillen niet na in een vacuüm

Als Christus zich tweeduizend jaar geleden niet aan het kruis had laten spijkeren, had hij dat na het zien van 21 Grams zeker gedaan. Niet om esthetische redenen maar omdat de film de mens laat zien met alle gebreken, barsten en egoïsme die ons eigen zijn.

21 Grams — het gewicht van onze ziel — is een film van grote woorden. Regisseur Alejandro González Iñárritu en schrijver Guillermo Arriaga (Amores perros) stapelen hun ambitie zelfs zo hoog op dat het volkomen begrijpelijk en zelfs heel waarschijnlijk was geweest als ze hun vleugels ergens voor aankomst in Hollywood hadden verbrand. Maar dat gebeurde net niet.

Sean Penn is Paul Rivers, een wiskundige met een defect hart dat aan vervanging toe is. Zijn op eisprongen gefixeerde vriendin eist zijn sperma, maar Rivers weigert omdat hij binnenkort sterft. Jack (Benicio del Toro) is een born-again ex-bajesklant die na zijn laatste straf helemaal in de Heer is en niet te beroerd is zijn kinderen dat te laten voelen. De drie-eenheid is compleet met de cocaïnesnuivende Mary (Naomi Watts), een moeder van twee dochters. Het verhaal draait om een verschrikkelijke gebeurtenis die de levens van de drie hoofdpersonen totaal verandert. De structuur van de film is zodanig versplinterd dat hun relaties pas gaandeweg de film duidelijk worden. Het enige wat we hier vertellen is dat Paul, Jack en Mary tot elkaar zijn veroordeeld om geestelijk in het reine te komen. Maar het wrange is dat ze die verlossing slechts ten koste van de anderen kunnen vinden.

Goochelaar
21 Grams kon gemakkelijk ten onder gaan aan het melodramatische verhaal. De goedkope symboliek in het defecte hart van Rivers, de kruizenkussende Jack, de korte scènes, de subplots, het geforceerde thrillerelement van de moordplannen: het verhaal heeft allerlei stijlkenmerken van een traditionele soap.

Dat de film niet mislukt, is te danken aan het krachtige acteerwerk van de hoofdpersonen en het regiewerk van Iñárritu: zoals Penn bij Watts naar vergeving zoekt maar haar toch misbruikt; zoals Watts walgt van Penn maar ’s ochtends toch tegen hem aan kruipt; zoals Del Toro zijn god vervloekt maar toch boete doet. Daardoor werd 21 Grams geen afwerkplek voor clichés maar een subtiel spanningsveld tussen veroordeling en verlossing. En vergeet die 21 gram grijpstuivermystiek uit de new-age-supermarkt, die heeft de film helemaal niet nodig. Goochelaar Iñárritu zaagt chirurgisch de lichamen van zijn lieftallige assistenten doormidden en daarvoor verdient hij applaus.

Maar toch is 21 Grams een truc. Dat merk je niet meteen erna, als je zwijgend in je stoel achterblijft maar na een paar uur, als alle bravoure over dood en verlossing uit je hoofd is verdwenen. Eigenlijk zijn die grote woorden té groot en het lukt de acteurs niet helemaal om ze klein te krijgen. Maar dat is niet de enige reden. De film mist ook ruimte om te ademen. Dat heeft te maken met de niet-chronologische vorm — die trouwens voorbij de helft van de film alle effect verliest — maar ook met de geforceerde verhoudingen waarin de spelers tot elkaar zijn veroordeeld. Het verhaal is te veel een constructie om buiten de bioscoop levensvatbaar te zijn. Iñárritu creëerde zijn eigen vacuüm en in de vervuilde buitenlucht is dat maar beperkt houdbaar.