Luuk Bouwman over The Desert of the Real
‘Een psychose blijft iemand soms achtervolgen’
Luuk Bouwman. Foto: Eeva Kriek
Erg fijne gesprekken en soms verbluffende visuele illustraties brengen in Luuk Bouwmans film haarfijn over hoe je een psychose kunt beleven.
Tien jaar werkte Luuk Bouwman aan The Desert of the Real. Hij had geen haast. Het idee was om een film te maken waarin geluisterd werd naar mensen die een psychose hebben ervaren. Waarin ze vertellen over wat ze hebben meegemaakt, hoe die psychose zich aandiende en hoe ze terugkijken op die periode.
Soms verbeeldt Bouwman wat mensen vertellen. Zoals een bizar tafereel waarin medewerkers van een instelling een imitatie-Vader Abraham hebben uitgenodigd om te komen zingen, terwijl de bewoners onder invloed van zware medicatie eromheen sjokken. Zoiets kan misplaatst voelen, maar in The Desert of the Real is geen dissonant te vinden.
“Ik ben al lange tijd in psychoses geïnteresseerd”, vertelt Bouwman op een van die bloedhete dagen in juni, in zijn kantoor vlak bij de Amstel. “Om verschillende redenen. Familieleden hebben ermee te maken gehad, waardoor ik zag wat voor leed het veroorzaakt. De sociale ontwrichting. Dat is wel een beetje achteraf geredeneerd, trouwens. Ik ben ook gewoon gefascineerd door psyche en perceptie. Al wilde ik niets ‘verklaren’ in de film.”
“In 2016 maakte ik een eerste opname, dat werd een interview van drie, vier uur. Het tweede gesprek had ik met Wouter Custers, die ook in de film zit. Als filosoof ging hij meteen een spelletje spelen met de filmcamera’s en constateerde hardop dat we in de realiteit zaten en niet in een film. Daar komt zeker ook een deel van mijn fascinatie vandaan: het besef dat de grens tussen waan en realiteit best dun is. Of laat ik zeggen: er is niet zo heel veel voor nodig om die weg te laten vallen.”

Gemanipuleerd
“Dat Wouter dat toen zei, over dat we niet in een film zaten, zag ik als een soort uitnodiging om dat spel mee te spelen. Daar ben ik op door gaan denken en jaren later kreeg het een plek in de film. Ook omdat meerdere mensen beschrijven hoe ze zich in de psychose als de hoofdpersoon in een film zagen. Het gevoel hadden dat de werkelijkheid om hen heen gemanipuleerd werd. Dat ze een rol speelden. Dat laatste, om even die vergelijking met de alledaagse realiteit aan te halen: op sociale media doen veel mensen zich anders voor dan ze zijn, of gedragen zich anders dan buiten het scherm. Als je je dat soort dingen realiseert, snap je dat ‘wat echt is’ en wat gespeeld of ingebeeld is, door elkaar lopen.”
“Overigens is wat mensen in een psychose meemaken voor hen soms keiharde realiteit. Toen Jan Gerrit maanden in de VS verbleef en dacht dat hij door de FBI werd achtervolgd, was dat een rotsvaste overtuiging.”
“Of neem herinneringen. De onbetrouwbaarheid van herinneringen is alom bekend. Dat je de helft erbij verzint, bedoel ik. Toch komt ons gedrag deels voort uit herinneringen. Ik vond het ook heel mooi dat Jan Gerrit ergens zegt dat in zijn psychose ‘de fictie kapotging’.”
“Zulke vragen raken ook aan het medium documentaire zelf trouwens. Het geforceerde onderscheid tussen documentaire en fictie bijvoorbeeld. Overigens heb ik lang geleden nog wel eens wat geëxperimenteerd met drugs en ik heb toen een nogal beangstigende drug-induced psychosis meegemaakt. Dus daar komt mijn interesse en mijn angst voor het onderwerp vandaan.”
Voor alle sprekers in de film is het jaren geleden dat ze de psychose meemaakten, al geldt niet voor iedereen dat ze vrij zijn van symptomen, zoals kunstenaar Calypso in de film vertelt. Toch raakt iemand soms nog echt geëmotioneerd, bijvoorbeeld bij het lezen van een oud dagboek.
Bouwman: “Ik zal niet snel vragen of iemand een dagboek voor de camera wil lezen dat al die tijd niet is ingezien. Zulke dingen kunnen alleen op initiatief van mensen zelf in de film terechtkomen. Zoals die scène met Vader Abraham. We hebben vooraf uitvoerig over de gevoeligheid van bepaalde onderwerpen gesproken. Sommige mensen die door de jaren heen op ons pad kwamen, bleken in een oriënterend gesprek in een kwetsbare fase te zitten en ergens kan dat uitgebreide reflecteren dan als een soort trigger werken. Op al dat soort manieren hebben we aan veiligheid gewerkt, om die zoveel mogelijk te kunnen waarborgen. We hebben de emotionele scènes in de montage bekeken en de hoofdpersonen stonden er zelf helemaal achter, omdat ze laten zien dat het ingrijpende ervaringen waren.”
Outsider
“Wrang is wel dat een psychose iemand soms lang blijft achtervolgen omdat de buitenwereld met onbegrip reageert. Een van de sprekers in de film ging na jaren weer voor een krant schrijven, maar toen ze dat vertelde aan een kennis, reageerde hij alsof ze het had verzonnen. Zo van ‘daar ga je weer’. Probleem is ook dat wat wij over psychoses in het nieuws zien, bijna altijd over agressie gaat. Daardoor zit er een sterk stigma op psychoses. Dat was dus een extra reden om nou eens gewoon te luisteren naar mensen, zonder oordeel of agenda of frame.”
“De gesprekken zijn voor mij de ankerpunten in de film. Ik vind het mooi dat Eloy in de film zegt dat het eigenlijk niet mogelijk is om uit te leggen hoe een psychose voelt, maar vervolgens weet hij het prachtig te verwoorden. Allemaal trouwens. Dat was een van de dingen die me trof bij deze mensen. Ze kunnen er niet alleen goed over vertellen. Ze verbinden het met kunst, zoals bij Ine, of met filosofie, zoals Wouter Custers doet. Ine heeft ook in haar artikelen geschreven over de grens tussen kunst en waanzin. Daar bestaan natuurlijk raakvlakken. William Blake had het over de doors of perception die je open moet zetten om creatief te kunnen denken. Maar zoals Eloy zegt: ergens zit daar een soort verleiding om over de grens te stappen, om dat rationele denken te verlaten.”
The Desert of the Real draait vanaf 13 augustus 2026 in de bioscoop.