IDFA 2026: David en Liani Greaves over Once Upon a Time in Harlem
‘Er is alle reden om opnieuw waakzaam te zijn’
Once Upon a Time in Harlem
In 1972 filmde William Greaves de laatste grote namen van de Harlem Renaissance. “Een geschenk”, zegt zoon David over de film die hij vijftig jaar later met zijn dochter Liani afmaakte. Dit jaar vertoont IDFA de bijzondere productie in een Greaves-retrospectief.
“Mijn grootvader zou dit jaar honderd zijn geworden”, vertelt Liani Greaves tijdens een klein groepsgesprek in Cannes, waar Once Upon a Time in Harlem in de Quinzaine des cinéastes draaide.
William Greaves (1926–2014) begon in 1972 aan de film, die door geldgebrek op de plank belandde. Zijn vrouw en vaste producent Louise Archambault Greaves haalde rond 2020 een beurs van de Ford Foundation binnen voor de restauratie, maar overleed voordat het werk voltooid was. Zoon David en kleindochter Liani maakten het vervolgens af. “Het is een geschenk,” zegt David Greaves, “dat we dit aan de wereld mogen laten zien.”
Op een avond in 1972 brengt Greaves in het Harlemse appartement van Duke Ellington de dan nog levende sleutelfiguren samen van de Harlem Renaissance, de bloeiperiode van zwarte literatuur, kunst, muziek en politiek denken in de jaren twintig en dertig. Onder de gasten zijn schilder Aaron Douglas, schrijver en kunstenaar Richard Bruce Nugent, dichter Arna Bontemps en muzikanten Eubie Blake en Noble Sissle. Vier 16mm-camera’s draaien mee. Achter een ervan staat de jonge David. Hij herinnert zich hoe zijn vader zei dat dit “mensen zijn die de planeet niet mogen verlaten zonder dat de wereld van ze weet”.
Dat die beelden dit jaar eindelijk in Cannes draaiden, is voor de familie ook een correctie op de geschiedenis. Liani vertelt dat het festival ooit het experimentele opus Symbiopsychotaxiplasm: Take One (in 1971 voltooid en pas in 1991 uitgebracht) weigerde, omdat tijdens de selectievertoning de filmspoelen in de verkeerde volgorde werden geprojecteerd. Ook vond ze een afwijzingsbrief voor The Fight (1973), over de aanloop naar de bokswedstrijd tussen Joe Frazier en Muhammad Ali.

Zwarte geschiedenis
Op IDFA draaien beide films naast Once Upon a Time in Harlem en een handvol andere titels van Greaves, die samen laten zien hoe hij de geschiedenis van zwarte Amerikanen vastlegde in vernieuwende cinema. In een handgeschreven notitie waarmee de film opent, stelt Greaves dat hij “een reeks grote films over grote mensen” wil maken. Deze postuum voltooide film realiseert een deel van die ambitie.
Dat rijke materiaal tot een definitieve versie monteren was voor de makers een grote verantwoordelijkheid. Op sommige momenten maken ze gebruik van split screens, een techniek die William Greaves ook meermaals inzette in Symbiopsychotaxiplasm. In Once Upon a Time in Harlem vangen David en Liani met die naast elkaar gemonteerde beelden Williams opvattingen over cinema als een meerstemmig medium, maar ze zien het ook als een ode aan de collectiviteit van de Harlem Renaissance.
Je zou denken dat het weerzien met al dat materiaal weemoedig maakt, maar David ziet dat anders. “Het was juist een prachtige ervaring. Al dat historische materiaal is nog altijd actueel.” Er zit een dubbele tijdsprong in Once Upon a Time in Harlem: je kijkt naar mensen die vijftig jaar geleden terugblikken op hun leven in de jaren twintig en dertig. “Via hun herinneringen springen we bijna honderd jaar terug in de tijd,” zegt David, “maar eigenlijk is die sprong helemaal niet zo groot.”
Historische pijn
Anno 1972 heerste voorzichtig optimisme onder de coryfeeën van de Harlem Renaissance: zeven jaar eerder had de Voting Rights Act rassendiscriminatie bij verkiezingen verboden. Maar deze groep kunstenaars en intellectuelen bleef waakzaam, en volgens David zouden ze in 2026 alle reden hebben om dat opnieuw te zijn. “Ze zouden met lede ogen aanzien hoe kiesdistricten op basis van etniciteit worden verknipt, welke uitspraken het Hooggerechtshof doet en hoeveel problemen zwarte Amerikanen nog steeds hebben.”
Liani vergaapte zich aan de historische beelden van mensen die haar grootvader als mentoren en helden zag. De opzet van de film omschreef hij zelf ooit “alsof je al je grote voorbeelden in één kamer zet en eindelijk kunt horen hoe zij de kunstenaars en denkers werden die ze waren”. Ondanks de historische pijn die ze met zich meedroegen, benadrukt Liani. “Ze maakten hun werk in een tijd van spanning en conflict. Een tijd waarin zwarte mensen nog steeds gelyncht werden. Toch ontplooiden ze zichzelf. Ze gingen moeilijke gesprekken aan, ook met mensen met wie ze het oneens waren. Ik weet niet of we dat nu nog zo zouden doen. Misschien herinnert deze film mensen aan wat er mogelijk is.”
Het programma ‘Spotlight on William Greaves‘ op IDFA bestaat uit zeven films van William Greaves waaronder Once Upon a Time in Harlem.