IDFA 2026: Dead Angle – Common Ground

De versplintering van de publieke ruimte

Datum
04-11-2026
Auteur
Verschenen in
Lees meer over

Everybody to Kenmure Street

Het terugkerende IDFA-programma Dead Angle staat dit jaar in het teken van Common Ground, met films die onderzoeken hoe gedeelde (openbare) ruimtes zich verhouden tot een gevoel van gemeenschap en een gedeelde kijk op het leven.

In haar klassieker The Death and Life of Great American Cities (1961) vergeleek stadsactivist Jane Jacobs de menselijke activiteit op trottoirs met dans. Niet het soort “precisie-dans waarbij iedereen tegelijk een been in de lucht gooit en synchroon pirouettes draait”, maar een complex ballet vol individuele bewegingen en improvisaties.

In The Balcony Movie (Film balkonowy, 2021) richt filmmaker Paweł Łoziński de camera op dat ballet. Vanaf zijn balkon in Warschau filmt hij de straat onder hem en praat met voorbijgangers. De film maakt zichtbaar en voelbaar wat er gebeurt als een stoep even niet meer alleen een verbinding is tussen A en B, maar een plek waar stilgestaan wordt, ontmoet, geconverseerd.

Elk van die voorbijgangers draagt een verhaal met zich mee dat tegelijk uniek en universeel is. Voor de duur van die gesprekjes zijn de voorbijgangers geen vreemden meer. Op de paar vierkante meter onder het balkon van Łoziński ontstaat een gevoel van gemeenschap. Verbondenheid. Een gedeelde grond.

‘Common Ground’ is dit jaar het thema van Dead Angle, het programma dat IDFA in 2024 introduceerde en waarin steeds een ander fenomeen via het prisma van documentaires wordt belicht. De term common ground duidt op gedeelde overtuigingen of waarden tussen mensen. Maar ook op een fysieke gedeelde ruimte. Neutrale, publieke ruimte waar mensen samenkomen. Veel van de in totaal veertien films in het programma gaan niet over een van die twee betekenissen, maar over hoe die twee betekenissen met elkaar verbonden zijn.

Protest
Protest is bij uitstek een fenomeen waarin die twee betekenissen samenkomen en is dan ook een rode draad in het programma. Zoals in het sterke Kanehsatake, 270 Years of Resistance (Alanis Obomsawin, 1993), over de 78 dagen durende Oka-crisis waarbij de lokale Mohawk-gemeenschap zich verzette tegen de plannen van de Canadese overheid om dwars door hun woongebied een golfbaan aan te leggen.

Twee recentere films over protest laten zich vrijwel identiek samenvatten, maar zijn toch heel verschillend. Everybody to Kenmure Street (2026) speelt zich af in Pollokshields, een van de meest diverse wijken in Glasgow. Op een ochtend in mei 2021 worden daar twee mannen door de politie van hun bed gelicht, om het land uit te worden gezet. Er ontstaat een spontaan protest van buurtbewoners, waarbij een van hen onder de politiebus gaat liggen om te voorkomen dat die weg kan rijden.

Het protest groeit in de loop van de dag uit tot een vreedzame sit-in van zo’n tweeduizend mensen. Regisseur Felipe Bustos Sierra vangt de gebeurtenissen van die dag met archiefbeelden, interviews met betrokkenen en een paar nagespeelde scènes, waarin Emma Thompson de man speelt die onder de bus ging liggen en Kate Dickie een verpleegkundige die de hele dag bij hem bleef.

In Bill Morrisons voor The New Yorker gemaakte korte film Sawyer Avenue, Sunday Afternoon (2026) wordt een man op straat in Chicago gearresteerd door ICE. De body- en dashcam-beelden waaruit de film volledig bestaat laten zien hoe ook hier een spontaan protest ontstaat van buurtbewoners, die de politie verhinderen weg te rijden. Maar het protest verloopt hier heel anders. De ICE-agenten gebruiken al snel geweld – rijden over iemands voet heen, spuiten pepperspray. Echt groeien doet het protest niet. Het blijft een verzameling individuen, van wie sommigen vooral geïnteresseerd lijken in het filmen van de gebeurtenissen.

Sociale infrastructuur
In zijn boek Palaces for the People introduceerde socioloog Eric Klinenberg de term ‘sociale infrastructuur’. Daarmee doelt hij op de fysieke plekken en organisaties waar binnen een gemeenschap interacties kunnen plaatsvinden en connecties zich kunnen vormen, zoals bibliotheken, parken, scholen, wijkcentra. Plekken die een grote overlap hebben met wat we onder publieke ruimte verstaan en die volgens Klinenberg essentieel zijn om een gemeenschap meer te laten zijn dan de som der delen. Om onderlinge solidariteit te kweken en zelfs sociale ongelijkheid tegen te gaan.

Everybody to Kenmure Street wijdt een deel van zijn speeltijd aan de historie van Pollokshields. De door verschillende architecten ontworpen wijk is heel divers en zo ingericht dat mensen van verschillende achtergronden met elkaar in aanraking komen, precies via het soort sociale infrastructuur waarover Klinenberg schrijft. Hoewel Morrisons film veel minder context biedt, is zichtbaar dat de buitenwijk van Chicago waar de gebeurtenissen zich afspelen letterlijk en figuurlijk minder ruimte biedt om die cohesie en solidariteit te laten ontstaan.

In het boek gaat Klinenberg uitvoerig in op het verdwijnen van de blue collar-gemeenschap, of in elk geval het verdwijnen van de daaraan gerelateerde sociale infrastructuur. Werkten mensen vroeger vaak samen in bijvoorbeeld fabrieken waar ook samen geluncht werd, nu zijn veel uitvoerende beroepen individualistischer van aard. Dat wordt mooi (en schrijnend) zichtbaar in de twee films van Barbara Kopple die draaien in Dead Angle: het Oscar-winnende American Dream (1990) en haar nieuwe film Union Town (2026).

Union Town

Versplinterd
American Dream gaat over de meer dan een jaar durende staking halverwege de jaren tachtig van ongeveer vijftienhonderd werknemers van vleesverwerkingsbedrijf Hormel. Het leidt tot een conflict tussen de lokale en de nationale vakbond, waarvan de laatste weigert de staking te steunen. Desondanks is er onder de stakers grote saamhorigheid, een saamhorigheid die deels gevoed wordt doordat deze werknemers dag in en dag uit met elkaar werkruimtes delen.

Precies daar zit het grote verschil met veertig jaar later. Ergens in Union Town benadrukt iemand dat New York nog altijd de titel ‘vakbondsstad’ verdient. Maar wat de film laat zien is hoezeer de slagkracht van de vakbonden is afgekalfd. De film richt zich op deliveristas, bezorgers voor apps als GrubHub en Doordash en voor giganten als Amazon en UPS. Deze bezorgers zijn nooit direct in dienst van die bedrijven, maar werken via onderaannemers. Een constructie die het voor de bedrijven mogelijk maakt om de vakbond buitenspel te zetten.

Kopple portretteert een aantal van deze bezorgers, die voor miezerige bedragen lange en soms gevaarlijke werkdagen maken. Hun opdrachten krijgen ze via een app en die app monitort alles. Als een pakket niet afgeleverd wordt, ook al is dat met gegronde reden, betekent dat strafpunten. Op elk moment kan je account gedeactiveerd worden. Wat neerkomt op je werk verliezen. Alleen is het formeel geen ontslag, dus ook niet aan te vechten.

De bezorgers in Union Town doen hun werk volledig afgescheiden van elkaar. De sociale infrastructuur die bij Hormel bestond, waardoor werknemers elkaar kenden, bestaat hier niet. Dat is niet alleen een gevolg van de aard van dat werk, maar ook een bewuste strategie van een aantal grote bedrijven, die elke loophole aangrijpen om iedere vorm van solidariteit of saamhorigheid tussen werknemers onmogelijk te maken. Waardoor een staking zoals die bij Hormel in de jaren tachtig ontzettend lastig te organiseren en vol te houden is. Union Town laat zien hoe versplinterd de protesten en stakingen zijn. Er zijn talloze verschillende actiegroepen die elkaar nooit helemaal weten te vinden.

Overbruggen
Versplintering is hier misschien het sleutelwoord. Een verdwijnen van sociale cohesie dat verbonden is met het verdwijnen van sociale infrastructuur. Een diepe verdeeldheid en vormen van segregatie zijn in de VS verre van nieuw, benadrukt ook Klinenberg. Maar die sociale infrastructuur staat de laatste jaren steeds meer onder druk. Plaatsen waar mensen met verschillende achtergronden en levensvisies elkaar ontmoeten, worden schaarser en online creëren algoritmes weer andere bubbels. Wat leidt tot meer polarisatie. Die ontwikkeling is niet alleen in de VS te ontwaren.

In We (Nous, 2021) maakt Alice Diop een aantal stops langs de RER B, een voorstadstrein die de binnenstad van Parijs verbindt met de buitenwijken. Aan het oppervlak lijkt het een film met weinig cohesie. Een afwisseling van persoonlijke memoires, vignet-achtige portretten van stedelingen, een uitvoerig interview met auteur Pierre Bergounioux. Een film bewegend tussen het collectieve en persoonlijke, tussen publieke ruimtes en privésfeer.

Maar op een dieper niveau gaat de film over hoe die verschillende elementen met elkaar verbonden zijn. Haar film speelt zich af tussen de verschillende betekenissen van die term common ground, door te laten zien dat het overbruggen van fysieke afstand ook het overbruggen van verschillen kan zijn. Levensvisies, achtergronden en dromen raken elkaar in Diops verfijnde film en voorzichtig vormt zich een idee van een ‘wij’. Niet als een vanzelfsprekende eenheid, maar als een tapijtwerk dat altijd in wording is.


Dead Angle – Common Ground is te zien op IDFA, dat plaatsvindt van 12 t/m 22 november 2026.