Cary Joji Fukunaga en Idris Elba over Beasts of No Nation

'Ik wil heel erg dat dit verteld wordt'

Cary Joji Fukunaga. Foto: Fabrizio Maltese

Netflix-drama Beasts of No Nation, bij ons alleen op video-on-demand te zien, krijgt in Amerika en Engeland ook een bioscooprelease. Dat is voor het eerst. “Het verschil zit ’m bij Netflix niet in de uitvoering, maar in de inhoud.”

Beasts of No Nation

Het duistere kindsoldatendrama Beasts of No Nation begint met een televisie waarop je kids een balletje ziet trappen. Als de camera langzaam achteruit beweegt, blijkt dat de tv slechts een lege behuizing was, waar we dwars doorheen keken. Je ziet dat de jongetjes echt aan het voetballen zijn (zo te zien ergens in sub-Sahara-Afrika) en dat de televisie alleen maar een klein, hol kastje is aan de rand van het veld.

Het lijkt een sterke grap. Een verwijzing naar het feit dat Beasts of No Nation de eerste echte Netflix-film is, die in de Verenigde Staten en Engeland ook een kleine bioscooprelease krijgt – waardoor het prestigeproject mag meedingen naar de Oscars. De metafoor lijkt duidelijk: we dachten dat we bij Netflix naar televisie keken, maar kijk: het beeld groeit tot bioscoopformaat!

Alleen, Beasts of No Nation is volgens regisseur-scenarist Cary Fukunaga nooit gemaakt voor televisie. Dat visuele grapje is, in die zin, volkomen toeval. “Netflix heeft het pas gekocht toen het al af was”, antwoordt de regisseur me op het festival van Toronto. “Dus het had geen enkele invloed op het camerawerk. Maar dan nog: True Detective [2014], waarvan ik wist dat het voor televisie was, heb ik niet anders gefilmd. Die benaderde ik hetzelfde als Jane Eyre [2011]. Die twee lijken wat dat betreft echt op elkaar.”

Is Beasts of No Nation inderdaad passend voor het grote doek? Ja, in elk geval deels. Er zitten overzichtsbeelden tussen waarin de eenzame kindsoldaat zo klein door de immense jungle sjokt, dat ik me afvraag hoeveel mensen hem thuis überhaupt nog zullen opmerken. En ook de nachtelijke scènes zullen in de bioscoop waarschijnlijk aan contrastwaarde winnen. Een scène waarin de groep kindsoldaten ’s nachts wegduikt voor een helikopteraanval, komt op een groter scherm ongetwijfeld heftiger aan. Net zoals de omvang van de slachtpartijen, als we schuin van boven neerkijken op een dorp waarin het rebellenleger op allerlei plekken tegelijkertijd burgers afmaakt – op tv worden dat wel heel kleine slachtpartijtjes.

Voice-over
Aan de andere kant: de manier waarop Beasts of No Nation de kijker aan de hand neemt, met zijn stapsgewijze transformatie van spelend jochie tot verbeten kindsoldaat en vooral met de uitgebreide voice-over, geven dan weer sterk een gevoel van thuiskijken – alsof Fukunaga en Netflix bang zijn dat bij een luwte in het drama de thuiskijker direct afhaakt. “We hebben overwogen het helemaal zonder voice-over te doen”, vertelt Fukunaga. “Ik houd ook niet echt van het middel. Het is meer een noodzakelijke stellage dan een positieve bijdrage. Er zijn ook maar weinig auteurs die een echt goede voice-over kunnen schrijven. Ik probeer het te vermijden, ik wilde het ook niet per se, maar ik had het gevoel dat het hier nodig was. Op bepaalde momenten heb je gewoon wat meer informatie nodig over wat hij van binnen meemaakt.” Ter verdediging voert hij nog aan: “In het originele script zat nog veel meer voice-over.”

Het is duidelijk een pijnpunt – en niet onterecht. Maar maakt dat het televisie? Daar valt tegenin te brengen dat Fukunaga ook in zijn bioscoopfilm Jane Eyre niet genoeg durfde vertrouwen op het vertellen met beelden (en geluiden) in plaats van woorden. Terwijl hij, net als bij Beasts of No Nation, op andere momenten liet zien dat wel te kunnen. Had dat bij Jane Eyre wellicht te maken, zoals vaak bij literatuurverfilmingen, met overdreven eerbied voor de brontekst, bij Beasts of No Nation zit denkelijk zijn jarenlange research hem in de weg. Fukunaga heeft een boel te vertellen. “Ik liep al tien jaar met dit scenario rond. En eigenlijk ben ik al veel langer met dit onderwerp bezig, want als student bestudeerde ik al de oorlogen in Sierra Leone en Liberia, kindsoldaten en grondstoffenconflicten.”

Betrokken
Ook acteur Idris Elba (televisiereeks Luther, 2010-15; bioscoopfilm Mandela: Long Walk to Freedom, 2013), die de intimiderende leider speelt van het groepje gedrogeerde kindsoldaten, is persoonlijk gemotiveerd. “Mijn familie komt uit Sierra Leone, een land dat op een gegeven moment totaal verwoest is. Daar heeft mijn familie ook echt wat van meegekregen. Daarom voel ik een enorme betrokkenheid bij dit verhaal. Op zich hebben we de locatie niet herkenbaar gemaakt, maar het accent was voor mij niet moeilijk te spelen. Het klinkt een beetje Sierra Leoons, met een vleugje Nigeriaans.”

Het verklaart waarom Elba ook producent is. “Ik wil heel erg dat dit soort verhalen verteld wordt. Je wilt mensen niet met een boodschap op het hoofd slaan, maar ze wel inzicht geven in deze complexe wereld. En Netflix en vergelijkbare partijen bieden filmmakers de gelegenheid deze verhalen te vertellen, met de kans op een heel groot publiek. Je kunt feitelijk niet verliezen. Het is een win-winsituatie, waarbij we meer mogelijkheden en meer vrijheid krijgen om lastige films te maken.”

Dat is precies wat Fukunaga denkt. “Het grote verschil bij Netflix zit ’m niet in de uitvoering, maar in de inhoud. Tegenwoordig maakt een film als Beasts of No Nation in de Amerikaanse bioscopen nauwelijks kans. Het wordt steeds moeilijker zulke films vertoond of zelfs gefinancierd te krijgen. Netflix verandert het speelveld. Zij hoeven niet naar box-office-resultaten te kijken en kunnen meer risico nemen. Dat is geweldig voor schrijvers en regisseurs, want dan kunnen ze onderwerpen behandelen die financieel misschien niet het meest sexy zijn, maar wel intellectueel, sociaal, emotioneel of artistiek interessanter.”

Maar, waarschuwt Elba, “het model moet zich nog bewijzen. Beasts of No Nation krijgt nu mooie kritieken, maar we weten pas als de film uitkomt of mensen er ook echt naar gaan kijken.”


Beasts of No Nation is te zien op Netflix. Meer Netflix-films staan in de planning.