IFFR 2024: Focus Chileense cinema

Alsof je fascisme in het gezicht kijkt

Pinochet fascista asesino traidor agente del imperialismo

De Chileense cinema was vanaf 1973 in ballingschap. Tijdens de dictatuur van generaal Pinochet reflecteerden gevluchte Chileense filmmakers vanuit meer dan twintig landen op de staat van hun land. Het IFFR-programma ‘Chile in the Heart’ biedt een imposant overzicht.

Een camera draait gedecideerd in de richting van twee mannen. In een kantoorruimte onderwerpt de een de ander aan een barrage aan vragen. “Kom je uit Spanje? Portugal? Italië? Kom je misschien uit Engeland? Schotland? Ierland?” De verhoorde antwoordt telkens met “nee” en “verder weg”. Even later geeft filmmaker Raúl Ruiz meer informatie prijs: de verhoorder is een Algerijn; de verhoorde een Chileen. De plaats van handeling is Parijs, waar de Algerijn te gast is bij een groep van Chileense bannelingen die na de staatsgreep van Augusto Pinochet in 1973 naar de Franse hoofdstad zijn gevlucht.

De openingsscène uit Dialogue d’exiles (1974), een mockumentary-avant-la-lettre, is ogenschijnlijk een studie naar het arbitraire karakter van nationalisme. Je kan geenszins aan de verhoorde zien waar hij vandaan komt. Nationalisme is een construct, bepaald door machtswellustige types die hun land, hun eigendom, willen afbakenen, lijkt Ruiz te insinueren. In het scheppen van eensgezindheid blijkt nationalisme allesbehalve effectief: in de film is te zien hoe de bannelingen in Parijs uiteenlopende visies hebben op het Chili van de toekomst.

De linkse Fransen die de Chilenen opvangen hekelen op hun beurt dat hun broeders – de Chilenen zijn veelal afkomstig uit communistische en socialistische hoek – vooral bezig zijn met hun eigen strijd. Terwijl het streven naar radicale gelijkheid universeel zou moeten zijn.

Dialogue d’exiles was de eerste film uit wat later te boek zou staan als de Chileense cinema in ballingschap. Chileense filmmakers vluchtten vanaf 1973 naar meer dan twintig landen. Vrijwel alle films over Chili werden vanaf dat jaar in het buitenland gemaakt – of, in enkele uitzonderingsgevallen, heimelijk in Chili. Die cinema is een toonbeeld van internationale solidariteit: met hulp van allerlei filmfondsen begonnen Chilenen films te maken over het fascistische regime en de koloniale erfenis. Deze periode, die centraal staat in het IFFR Focus-programma ‘Chile in the Heart’, levert bijzondere inzichten op in het Chileense bestaan van toen.

Mondharp
De films uit die tijd zijn sindsdien enigszins in de vergetelheid geraakt. Veel filmliefhebbers zullen bij verbeeldingen van de geschiedenis van Chili waarschijnlijk eerder denken aan de recentere historische reflecties op het verleden van Pablo Larraín (waaronder No, 2012, en Neruda, 2016). In Chile in the Heart zie je daarentegen reflecties op de actualiteit; de films sleuren de kijker mee naar de roerige jaren zeventig. Ze hebben iets pregnants, de weerbarstige realiteit van het moment penetreert genadeloos de verhaallijnen. Filmprogrammeur Olaf Möller selecteerde meer dan twintig films uit dat Pinochet-tijdperk. Voor het eerst in de filmgeschiedenis is op een filmfestival zo’n groot aanbod te zien.

Wat opvalt aan Chile in the Heart is de veelzijdigheid aan genres. Zo is de Sovjet-film Noche sobre Chile (Night over Chile, 1977) te zien. Een politieke thriller over een architect zonder politieke overtuigingen, die tijdens de staatsgreep van 1973 belandt in het Estadio Nacional in Santiago, waar militaire troepen dissidenten martelen en fusilleren. De film fungeert als een soort dwarsdoorsnede van een moment, van een kantelpunt. Met unheimische beelden van uitgestorven straten vol graffiti die luttele minuten later ineens worden bevolkt door militairen in jeeps. De film van regisseurs Aleksandr Kosarev en Sebastián Alarcón is groots en meeslepend en doet bij vlagen – dankzij het gebruik van een mondharp in de soundtrack en spannende slowmotion scènes – denken aan de stijl van Sergio Leone.

Wie de film kijkt, waant zich in het Santagio van 1973. Waar huizen in vuur en vlam staan en waar fascisten belangrijk bewijsmateriaal vernietigen. Zo ziet een coup eruit, lijken Kosarev en Alarcón te impliceren. Dan komen mannen ineens op je deur kloppen om vervolgens je keuken overhoop te halen en je telefoonlijn af te snijden. Het drama werd overigens niet in Chili, maar in de Sovjet-Unie gefilmd. Bakoe, de huidige hoofdstad van Azerbeidzjan, deed dienst als Santagio; het Olympisch stadion Loezjniki uit Moskou moest het Estadio Nacional voorstellen.

Geschiedenis
Rebelión ahora (1983) is een van de weinige films uit Chile in the Heart die wel in Chili werden gefilmd. Dat is ook te zien aan de beelden, veelal gefilmd op borsthoogte, met een verborgen camera. Filmmaker Rodrigo Gonçalves toont demonstraties tegen de privatisering van het onderwijs – die privatisering zou leiden tot een nog grotere kloof tussen arm en rijk. Ook in deze documentaire vallen lege straten op. Het is bijna onwerkelijk hoezeer Rebelión ahora en Noche sobre Chile in dat opzicht op elkaar lijken; hoe de realiteit en verbeeldingen van de realiteit in Chile in the Heart een eigenaardige twee-eenheid vormen.

Actas de Merusia

Overigens spelen niet alle films uit het zijprogramma zich af in de toenmalige actualiteit. In het in Mexico gefilmde Actas de Marusia (Letters from Marusia, 1975) grijpt filmmaker Miguel Littín terug naar het duistere verleden van Chili. Gegoten in de vorm van een western toont hij hoe tijdens het salpetertijdperk in 1925 – een allegorie voor de erbarmelijke situatie in 1973 – mijnwerkers in de woestenij uitgebuit worden door het grootkapitaal. Het is een film waaruit vooral de rauwheid van het leven bijblijft: zand dat opstuift; dode mensen die aan de rand van de weg liggen; shoot-outs onder een fonkelblauwe hemel.

Littín reflecteert in Actas de Marusia vanuit het verleden op het heden, net zoals andere Chilenen dat tegenwoordig doen – naast Larraín bijvoorbeeld Theo Court (Blanco en blanco, 2019) en Felipe Gálvez Haberle (Los colonos, 2023). Littín laat op vernuftige wijze zien dat de staatsgreep van Pinochet zich niet vanuit het niets aandiende, maar voortkwam uit Chili’s koloniale erfenis. En dat als je de geschiedenis induikt, je een half decennium eerder al aanwijzingen vindt dat dit alleen maar fout kon gaan. Net zoals Court en Gálvez Haberle in hun films laten zien: dit is wat er gebeurt als je het verleden ongemoeid laat.

Reflectie in real-time
Je moet het verleden juist confronteren, maar wat als de ontwikkelingen zo snel gaan dat je de grip op dat verleden verliest? Queridos compañeros (1978) is hiervan een uitgelezen voorbeeld. Pablo de la Barra was in 1973, net voor de staatsgreep, bezig met het filmen van een thriller over linkse activisten tijdens de regeerperiode van christendemocraat Eduardo Frei in 1967. Toen Pinochet aantrad, moest De la Barra het land ontvluchten. Al snel kwam hij tot de conclusie dat de film die hij wilde maken niet relevant meer was. Hij besloot jaren later, met steun van Venezuela, te kiezen voor een andere vorm en een andere insteek. Dus levert de filmmaker in de voice-over van Queridos compañeros commentaar op de beelden die hij in 1973 schoot, om het verhaal bij te sturen. Reflectie in real-time.

In deel één van The Battle of Chile (1975), getiteld The Insurrection of the Bourgeoisie, toont Patricio Guzmán juist de opmaat naar de staatsgreep in Chili. De filmmaker houdt de kijker een spiegel voor door de politieke spanningen in Chili te tonen. Een journalist met een koddig ogende microfoon vraagt op straat mensen naar hun mening. Een pensionado vertelt dat de overheid nooit iets voor hem heeft gedaan. Een vrouw schreeuwt “smerige communisten” en “weg met die ranzige marxisten”. Het is bijna alsof je fascisme in het gezicht kijkt.

The Battle of Chile oogt in die zin bij vlagen net zo surrealistisch als Dialogue d’exiles. Met personages die lachen om hun misère. In de abstracte kortfilm Reír o no reír, gefilmd aan de kunstacademie in Den Haag in 1978, komt filmmaker Leo Mendoza misschien wel tot de kern, of tot het hart, van Chile in the Heart met close-ups van drie mannen die maniakaal lachen. Mendoza zoomt in, en ze beginnen weer te bulderen. De lach fungeert als een symptoom van een ernstige ziekte; van een land dat in de afgrond is gestort; van een democratie die is geërodeerd.

De lachende mannen uit Reír o no reír hoeven niet te vertellen waar ze vandaan komen. Met een blik zie je een reflectie van Chili, een land dat het in de jaren zeventig zonder hart moest stellen: dat hart zat namelijk, voor even, in ballingschap.