Neruda

De dichter die zichzelf bedenkt

  • Datum 09-11-2016
  • Auteur
  • Categorieēn Recensies
  • Gerelateerde Films Neruda
  • Regie
    Pablo Larraín
    Te zien vanaf
    01-01-2016
    Land
    Chili/Argentinië/Frankrijk
  • Deel dit artikel

Neruda is een film over inspiratie. Over hoe de dichter zijn eigen leven inspireert, en dat van zijn fans en vijanden. Vooral die laatsten. Want Pablo Larraín situeert dit verhaal over de Chileense schrijver-diplomaat in de korte periode van onderduik en ontsnapping in 1948 nadat de communist Neruda om zijn politieke ideeën in ongenade viel.

Door Dana Linssen

Je moet maar durven. Het mooiste gedicht van een van de beroemdste dichters te wereld —

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.

Bijvoorbeeld schrijven: ‘De nacht ligt aan stukken,
en blauw huiveren de sterren, in de verte.’
De nachtwind roert zich zingend in de hemel.

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.
Ik hield van haar en soms hield zij ook van mij.

— etcetera.

…je moet dat gedicht maar door je film heen durven weven die Neruda heet, maar geen doorsnee biopic is over de Chileense dichter, diplomaat (en later niet-meer-zo-diplomaat) en politicus Pablo Neruda (Ricardo Eliécer Neftalí Reyes Basoalto, 1904-1973). Je moet die woorden die voor zoveel mensen zoveel betekenissen hebben maar durven gebruiken om die dichter niet groter en mooier te maken dan die woorden toch al zijn, maar kleiner dan de mythe die hij is geworden. Als Neruda aan het begin van de film verkleed als ‘Lawrence of Arabia’ een feestje binnenvalt en die beroemde regels begint te declameren dan is dat ijdel, koket, routineus. Maar ze hangen aan zijn lippen. Natuurlijk. Ze worden ter plekke allemaal weer verliefd en versmaad.
Het is precies die mix van subtiliteit en bravoure die niet alleen het werk van Neruda kenmerkt, maar ook zijn filmische biograaf Pablo Larraín tot een van de interessantste regisseurs van dit moment maakt. Neruda was iemand die in voetbalstadions optrad, wiens gedichten een revolutie brandend konden houden, maar die, in de woorden van een transseksuele prostituee in de film, ondanks alle passie die hij als dichter wist te inspireren als man zelf nogal kleurloos was.

Autoritarisme en paranoia
In een consistent en persoonlijk oeuvre, dat genrewetten gebruikt om onthutsende portretten te schilderen, schrijft Larraín de geschiedenis van zijn land, die door de mechanismen van autoritarisme en paranoia juist reuze actueel is. Hij maakte films over de dictatuur onder generaal Pinochet, zoals Tony Manero (2008) en het voor een Oscar genomineerde NO (2012). En vorig jaar kwam hij met het naargeestige spookverhaal over levende doden El club, waarin hij de wereld van katholieke schuilhuizen ontmaskerde waarin in ongenade gevallen priesters door de kerk aan het zicht van de wereld worden onttrokken. Per film kiest hij een structuur en een stijl — hij werkt bijvoorbeeld graag met camera’s, lenzen en filmmateriaal uit de periode waarin het verhaal zich afspeelt, om een gevoel van media-authenticiteit te bewerkstelligen.

Dichtersbiografie
2016 is het jaar waarin Larraín twee biopics afleverde. Neruda ging in Cannes in première, en werd door Chili voor de Oscars ingezonden, Jackie volgde in Venetië, en wordt begin volgend jaar in Nederland verwacht. Toch is Neruda al meteen geen gewone dichtersbiografie. De film zoomt in op een korte episode in 1948 waarin Neruda senator is voor de communistische partij en weigert zijn politieke ideeën op te geven, nadat president Gabriel Gonzalez Videla de partij verbiedt en een arrestatiebevel tegen hem uitvaardigt.
Rondom die gebeurtenissen weeft de film op het eerste gezicht een klassiek achtervolgingsverhaal, dat zich nu eens als detective, dan weer als film noir, dan weer als western laat bekijken. Dat genrespel zet het kat-en-muis-spel tussen Neruda en (de semi-fictieve) politieagent Óscar Peluchonneau (Gael García Bernal) steeds weer in een nieuw licht. Wie is hier nu eigenlijk de jager en wie de prooi? Neruda weigert om in stilte te verdwijnen. Geheel in lijn met zijn door Larraín aangedikte publieke persona van saloncommunist, womanizer, entertainer en romantische idealist wil hij er een ‘spektakel’ van maken. Als het dan toch moet, dan wil hij zijn ondergang met meer pathos beleven dan het leven zelf. En zo schept hij langzamerhand zijn eigen personage: de dichter die op de hielen wordt gezeten door de agent die er achter komt dat ook zijn acties worden gedirigeerd door de dichter. Hij begint zich steeds meer een fictief figuur te voelen.

Gevaarlijke opportunist
Die uncanny onechtheid van dit verhaal over feit en fictie, en daarmee over geschiedschrijving en het genre van de biopic zelf, wordt gedragen door Sergio Armstrongs sluipende camera, die met een kleine verschuiving van hoek of perspectief twijfel kan zaaien over de ‘echtheid’ van de situatie. Hetzelfde spel speelt de film met de voice-over, waarvan je eerst denkt dat hij van een romanpersonage is, en dan van een personage blijkt dat pas later in het verhaal wordt geïntroduceerd. De film creëert voortdurend sluipwegen en doorgangetjes tussen de verschillende lagen die de (historische) werkelijkheid kan hebben. Hij onderzoekt daarmee ook de vraag of we in het verleden van Neruda op zoek moeten naar de waarheid over de dichter, de waarheid over het verhaal, of misschien — voor zover zoiets als de waarheid überhaupt bestaat — naar een verhaal over verhalen, waartoe de politieke ficties van Videla en Pinochet ook behoorden. In die zin zijn wij allemaal Peluchonneau, maakt de film van ons allemaal door Neruda verzonnen, maar ook tot actie aangezette detectives. Dat we fictieve personages zijn, wil nog niet zeggen dat we niet hoeven handelen.