Filmslot II
Kinderfilm in de knel
DESMOND EN HET MOERASMONSTER
Het gaat niet goed met de vertoning van de kinderfilm in Nederland, constateert Peter Bosma, programmeur van het Rotterdamse filmtheater Lantaren/Venster. Een uniek en zeldzaam reservaat van verbeelding wordt bedreigd.
De twintigers die rond 2024 in de bioscopen zitten en de Filmkrant lezen zijn nu nog kind. Om die nieuwe generatie voor mooie en sterke films te interesseren en een gezond filmklimaat te creëren, is een breed aanbod van kinderfilms een onmisbare factor.
Het gaat echter niet goed met de kinderfilms in Nederland, op alle vlakken: van productie tot en met vertoning en archivering. Dit alarmerende feit werd drie jaar geleden al gesignaleerd in het advies van de Raad voor Cultuur, getiteld ‘Kinderfilm, naar een volwassen beleid’ (2006). In 2009 kunnen we de balans nog eens opmaken. De continuïteit van de productie van Nederlandse kinderfilms staat onder druk. In het recente verleden zijn een reeks succesvolle familiefilms (abeltje, minoes, kruimeltje, pietje bell) en kinderfilms (krassen in het tafelblad, knetter) gemaakt, de trend lijkt verlegd naar meer incidentele, grootschalige jeugdfilms (kruistocht in spijkerbroek, de brief voor de koning, oorlogswinter). Op distributievlak is de blijvende beschikbaarheid van buitenlandse en Nederlandse kinderfilms niet gewaarborgd en is nieuwe import verliesgevend. Op vertoningsvlak laat de stimulering van het publieksbereik te wensen over, of meer direct gezegd: er komen te weinig bezoekers. Wat te doen? Deze vraag is niet alleen belangrijk voor jonge ouders, maar ook voor elke filmliefhebber.
Kafkaësk
Een ervaringsfeit is dat de jonge ouders vaak frequente bezoekers zijn geweest van Lantaren/Venster. Vaste klanten van de sneak preview bijvoorbeeld verdwijnen vier jaar uit het zicht en keren dan terug met een hummeltje aan hun hand. We verwachten dat elke vierjarige die bij ons zijn eerste filmbeleving heeft ervaren, later een regelmatige bezoeker blijft, bij ons of bij een ander filmtheater.
Het Filmfonds liet in oktober 2007 de nieuwe subsidieregeling voor de distributie van buitenlandse kinderfilms analyseren door een onafhankelijk consultant (Paul Verstraeten Communicatie). Conclusie: het nieuwe distributiesysteem van kinderfilms werkt niet. Geen wonder. We hebben toegestaan dat in Nederland een dictatuur van de bureaucratie is ingesteld: een commissie beoordeelt vooraf of een film geschikt is voor financiële ondersteuning.
Het is hoog tijd om bij de distributie van buitenlandse kinderfilms de nieuwe regeling zo snel mogelijk af te schaffen. Distributie is namelijk een vak dat bestaat uit research doen, scouten, deals sluiten en strategie kiezen. De marktwerking geeft al genoeg beperking van keuzevrijheid bij de besluitvorming: een distributeur heeft al rekening te houden met de belangen van sales agents, festivalprogrammeurs, filmvertoners en filmcritici. Niemand zit te wachten op een extra batterij experts die ook nog z’n mening laat gelden. Een afwijzing door de commissie van wijzen betekent in de praktijk dat het zo goed als onmogelijk wordt om de betreffende film te vertonen.
Mijn uitgangspunt is: het is waardevol ‘de kwalitatieve kinderfilm’ landelijk te distribueren en te vertonen in de filmzalen. In de praktijk is dit alleen mogelijk met financiële ondersteuning door de overheid. Kinderfilm is een aparte markt, met andere kengetallen dan in de rest van de bedrijfstak. Het verhaal achter de schermen bij de kwalitatieve kinderfilm is een wondere wereld. Een voorpremière op het Cinekid-filmfestival betekent bijvoorbeeld meteen ruim dertig voorstellingen (in de normale filmwereld bestaat een limiet van maximaal drie festivalvertoningen). De basiskosten zijn bij de distributie van kinderfilms bijna altijd hoger dan normaal door het nasynchroniseren, en bij de uitbreng van de kwalitatieve kinderfilm is zelden of nooit te rekenen op de normale boeking van minimaal veertien voorstellingen per week, zelfs niet in de premièreweek. De grote publieksaantallen worden pas op langere termijn gescoord bij educatieve voorstellingen (onder andere Klassefilm). Een kinderfilmdistributeur zal steeds met moeite uit de kosten komen en slechts met enig geluk en idealisme een buffer opbouwen voor het verlies bij andere titels.
Zonder popcorn
Vanuit de praktijk gezien is de oplossing eenvoudig: de ideale situatie bestaat uit twee kinderfilmdistributeurs die een structurele basissubsidie krijgen, aangevuld met een systeem van bonussen voor prestaties (aantal titels, aantal bezoekers). Daarnaast is het noodzakelijk dat het Filmmuseum een keur aan buitenlandse kinderfilms opneemt in de collectie en zo veel mogelijk Nederlandse kinderfilms opneemt in het restauratieproject ‘Beelden voor de toekomst’. Daarnaast is het handig als op landelijk niveau een consulent opereert die ‘Best Practices’ verzamelt en verspreidt, een databank met analyses van meetbare succesfactoren, inventarisaties van doelgerichte inspanningen en bijbehorende doelmatige resultaten op twee vlakken: de stimulering van de beschikbaarheid van een brede keuze aan kinderfilms en de werving en binding van het publiek. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren via een besloten internetforum, bijvoorbeeld vanuit Cinekid, of vanuit het nieuwe Sectorinstituut.
Tot nog toe heb ik het toverwoord ‘visual literacy’ (mediawijsheid) nog niet genoemd. Dit is een prachtig pedagogisch ideaal, dat kort door de bocht te omschrijven is als het vergroten van de audiovisuele weerbaarheid van kinderen. Wat mij betreft staat deze gedachte slechts op de achtergrond bij de vertoning van kwalitatieve kinderfilms in de filmzaal waar als het goed is artistieke idealen domineren. Voor de zekerheid: er is niks mis met de diverse internationale familiefilms zoals cars of ratatouille maar de selectie van films voor een jong publiek kan en moet breder zijn. Wij bieden gouden momenten voor ons jonge publiek. In negatieve termen omschreven: zonder schreeuwende reclame, zonder popcorn in de pauze, zonder grappen over de hoofden van de kinderen heen. In positieve termen omschreven: we bieden een uniek en zeldzaam reservaat van verbeelding. Dit reservaat wordt nu bedreigd en verkeert in een kritische fase.
Peter Bosma