Focus: Het succes van de Zuid-Koreaanse cinema

Wat doen Koreaanse filmmakers beter dan Nederlandse? De vraag komt onvermijdelijk op bij het programma Koreans do it better in de Schuur in Haarlem. Misschien weten we het antwoord na het zien van de negen films in het programma.

Even een gedachte-experiment: hoe zouden Nederlandse film- en tv-omroepen reageren als een filmmaker subsidie aanvraagt voor een serie waarin mensen spelletjes spelen om veel geld en waarin de verliezers worden geëxecuteerd? Anders gezegd: zou het Zuid-Koreaanse Squid Game, de meest bekeken serie in de geschiedenis van Netflix, in Nederland gemaakt kunnen worden?

De vraag stellen is hem beantwoorden. Je hoeft geen profeet te zijn om te weten dat een serie waarin de afvallers worden vermoord hier nooit gemaakt zal worden. Te gewelddadig, rauw en deprimerend, zo’n dystopische serie, die zoals Ronald Rovers in zijn recensie in de Filmkrant stelt, ‘waarschuwt voor de destructieve invloed van de groeiende kloof tussen arm en rijk’.

Voor series en films die radicaal het mes zetten in de rotte plekken – beter gezegd: het verrotte fundament – van de samenleving deinst de filmindustrie in Zuid-Korea niet terug. Het heeft de afgelopen jaren geweldige films opgeleverd, waarin radicale maatschappijkritiek en een meeslepend verhaal uitstekend samengaan. Leerzaam voor iedereen die denkt dat radicale films per definitie alleen een klein publiek kunnen trekken. Alleen al Parasite, waarmee Bong Joon-ho in 2019 de Oscar voor beste film won, bewijst dat dit onzin is.

De Schuur in Haarlem toont in samenwerking met het festival CinemAsia met het programma Koreans Do it Better de komende negen weken elke woensdag een film die de rijkdom van de Zuid-Koreaanse cinema illustreert. Niet toevallig negen films, want elke film verwijst losjes naar een thema in één van de negen delen van Squid Game. Alle films worden ingeleid door kenners van Korea en de Koreaanse cinema. Het programma begint met Parasite, het meesterwerk dat met een straatarme familie die het leven van een steenrijk gezin binnendringt, radicale kritiek levert op de kloof tussen arm en rijk.

Het in mei 1980 spelende A Taxi Driver (Hun Jang, 2017) gaat over de in de stad Gwangju door het dictatoriale regime bloedig neergeslagen studentenopstand. De film kijkt naar de opstand door de ogen van een Duitse journalist.

Assassination (Choi Dong-hoon, 2015) speelt in 1933 in de periode van de Japanse bezetting van Korea. Veel verzetstrijders zijn naar China gevlucht, waar een aantal van hen een aanslag beraamt op de hoogste commandant van het Japanse leger. Of dat lukt met een verrader in eigen kring en de jacht op hen door vijandelijke strijdkrachten is de vraag.

Tegen de achtergrond van de deling van Korea in Noord en Zuid speelt Joint Security Area (Park Chan-wook, 2000) zich af. Een onderzoeksteam onderzoekt het doodschieten van een Noord-Koreaanse soldaat in het grensgebied tussen beide landen. Wie haalde de trekker over? Een Zuid-Koreaanse soldaat of spelen andere zaken?

Dat Bong Joon-ho een briljante filmer is, die weet hoe je de kijker beetpakt, bewees hij vóór Parasite al in 2003 met Memories of Murder. Tegen de achtergrond van de chaotische overgang eind jaren tachtig in Zuid-Korea van militaire dictatuur naar democratie portretteert de film twee amateuristische rechercheurs die jacht maken op een seriemoordenaar. Met de op waargebeurde moordzaken gebaseerde film, die van kluchtig en zwart-humoristisch steeds duisterder wordt, brak Bong internationaal door.

Over de desastreuze gevolgen van de grote kloof tussen arm en rijk gaat niet alleen Parasite maar ook Burning (Lee Chang-dong, 2018). In het psychodrama waant een arme knul zich in een meeslepende liefde met een vlinderachtige meisje. Als de waarheid tot hem doordringt dat zij meer voelt voor een rijke macho in een Porsche zakt hij weg in troebele duisternis, met als gevolg een gruwelijk einde.

Geen gebrek aan zware thema’s in Zuid-Koreaanse films, maar In Another Country van veelfilmer Hong Sang-soo is een uitzondering. Het droogkomische drama bestaat uit drie korte films, waarin Isabelle Huppert telkens de hoofdrol speelt. Ze speelt een Franse regisseuse, die op vakantie in een Koreaanse kustplaats optrekt met een Koreaans heterostel, van wie de man haar probeert te versieren; vervolgens een rijke huisvrouw in Seoul die erachter komt dat de man met wie zij haar echtgenoot bedriegt een jaloerse kwezel is; en tenslotte een door haar Koreaanse man verlaten Franse vrouw, die steun zoekt bij een boeddhistische monnik, uit wiens mond slechts agendawijsheden rollen.

The Wailing (Na Hong-jin, 2016) is een griezelthriller over een rechercheur die moet uitzoeken waarom in een dorpje mensen plotseling overlijden. Komt het door giftige paddestoelen of weet een Japanse zonderling die in de bossen woont er meer van? Het klinkt misschien naar een formulefilm, maar The Wailing is alom geprezen omdat het briljante scenario een slim spel met de verwachtingen van de kijker speelt.

De laatste film in Koreans Do it Better is het in 1994 in het anonieme consumptieparadijs Seoul spelende House of Hummingbird (Bora Kim, 2018). Het coming-of-age-drama voert een eenzame tiener op die thuis opgroeit in een sfeer van conflicten en ruzies. De druk en spanning eisen hun tol, maar een nieuwe docente op school zorgt voor een ommekeer.

Negen keer Zuid-Koreaanse cinema, negen lessen over hoe de Nederlandse filmwereld succesvol kan zijn in de internationale filmwereld.


Koreans Do it Better | 13 april t/m 8 juni | Schuur, Haarlem