Les enfants vont bien
Een moeder verdwijnt in het niets
Les enfants vont bien
Camille Cottin geeft alle ruimte aan haar jonge tegenspelers in dit kleine, ingehouden familiedrama van de jonge regisseur Nathan Ambrosioni.
Voor haar geen kinderen. Dat staat voor Jeanne (Camille Cottin) als een huis. Jong uitgevlogen om een agressieve vader te ontlopen, verdient ze inmiddels goed als schade-expert. Haar woning is strak en schoon, haar kleding bescheiden chic.
Haar ex Nicole wilde wel een gezin en maakte het na twaalf jaar uit – een onverwachte tegenslag voor iemand die denkt dat het leven beheersbaar is, maar Jeanne blijft bij haar principes.
Dan komt haar zus Suzanne opeens logeren, met haar twee kinderen. De volgende ochtend verandert Jeanne’s leven voorgoed. Suzanne blijkt ervandoor en is ontraceerbaar. De kinderen, Gaspard van negen en Margaux van zes, heeft ze met een korte brief als toelichting bij Jeanne achtergelaten.
Weken later zal een van de juridisch experts met wie Jeanne te maken krijgt dat als een blijk van vertrouwen interpreteren, een compliment bijna: een moeder draagt haar kinderen niet zomaar aan iemand over. Jeanne stikt tot dat moment nog van wanhoop en onbegrip, maar dit besef doet haar harde trekken iets verzachten.
Camille Cottin, een van Frankrijks meest gevraagde acteurs sinds ze internationaal doorbrak met de serie Dix pour cent (2015-20), laat zich in Les enfants vont bien voor de tweede keer leiden door de stijlvaste hand van de piepjonge regisseur Nathan Ambrosioni (1999). In zijn Toni, en famille (2023) speelde ze een oermoeder, zo betrokken bij haar vijf kinderen dat ze zich nauwelijks een leven buiten hen kon voorstellen. Voor Les enfants vont bien vroeg Ambrosioni haar om iets heel anders. Jeanne is zo beheerst en introvert dat ze aanvankelijk stug en niet erg sympathiek overkomt. Ze weet niet wat ze met de kinderen aan moet, en dat de politie niets aan de vrijwillige verdwijning van haar zus kan doen maakt haar razend.
Jeanne is een mooie rol van Cottin, maar dat dit een buitengewoon ontroerende film is komt vooral door de twee jonge acteurs. Nina Birman als Margaux reageert exact zoals een meisje van zes met een grote schok omgaat: het ene moment diepbedroefd, maar ook nog in staat om zich in een spel te verliezen. Manoã Varvat als Gaspard zet een werkelijk schitterende rol neer als een jongen die oud genoeg is om de gevolgen van zijn moeders verdwijnen te kunnen inschatten. Een lief, vroegwijs, zorgelijk kind – en wat een aandacht heeft Ambrosioni aan zijn regie besteed. Misschien staat hij zelf nog zo dicht bij Gaspards belevingswereld dat hij Varvat tot in detail raak kon coachen. Of misschien is Varvat gewoon een acteerwonder in de categorie van Henry Thomas (E.T., 1982), Owen Cooper (Adolescence, 2025) en Jean-Pierre Léaud in Les quatre cent coups (1959).